[Terug naar de tekst] 

Vorige Volgende

Schema IX 11. 
Methodische ideeŰn uit de literatuur groep 1: 

GEDRAG REGULEREN 
ten dienste van de dialoog en de ontwikkeling  

[Blz. 205]

psychodynamisch ge´nspireerde ruimtebeperkende methode, Smis, Adler; [p 11].

leertheoretisch ge´nspireerde methode, Trieschman c.s.; [p 14]. 

pedagogisch ge´nspireerde methode 'gezag', Langeveld, ter Horst '70; [p 23].

 

Ele-
ment

Omschrijving

Kernbegrippen

(1)

Conflicten ontstaan door gedrag van het kind: inadequaat,  normafwijkend, ongewenst gedrag. Dat wordt veroorzaakt door egozwakte, chaotische impulsen en neigingen, tekort aan sociale vaardigheden of geweten, of door angst en boosheid uit het verleden. Eigenlijk willen de kinderen geen chaos.
De volwassenen weten welk gedrag wel adequaat en gewenst is. Zij hebben gezag dat gebaseerd is op normen, op liefde en vertrouwen.

Ongewenst gedrag van het kind.

Gezag van de volwassene.

 

(2)

1 Corrigeren, afremmen of doorbreken van ongewenst gedrag.
2 Bijsturen en reguleren van gedrag, zodat (escalatie van) conflicten voorkomen wordt en positieve ervaringen worden aangeboden.
3 Aanleren van gewenst gedrag en normen; vormen van het geweten van het kind; uiteindelijk zelfverantwoordelijke zelfbepaling.
4 Herstel van de goede (opvoedings)verhouding en : bevorderen van ontwikkeling van het kind.

GEDRAG REGULEREN (corrigeren, aan- en afleren van gedrag) ten dienste van de dialoog en de ontwikkeling.

(3)

1 Ga een opvoedings- of leerrelatie aan waarin je gezag hebt en gedrag en normen kunt aanleren. Deze relatie is persoonlijk, doch wordt bij conflicten ook functioneel gehanteerd.

2 Hanteer gezag, leer gedrag en normen aan.

3 Reguleer, organiseer, structureer, rem af/moedig aan, stel grenzen en regels, controleer, waarschuw, wees consequent.

4 Gebruik straf en beloning zorgvuldig en systematisch.

Relatie aangaan: persoonlijk, doch bij conflicten ook functioneel. Gebruik van gezag.
Gedrag aan- of afleren- Gedrag reguleren.
Zorgvuldig en systematisch belonen en straffen.

(4)

Dit lukt. Het resulteert in een sfeer waarin conflicten niet escaleren en waarin een leerproces plaats vindt waarin ander gedrag, zelfcontrole en geweten geleerd wordt.

Dit is resultaat van de interventies van de volwassene.

Conflictarme sfeer.
Leerproces; ander gedrag, zelfcontrole en geweten; dit is resultaat van interventie.

(5)

Geen uitspraken over aangetroffen.

?

(6)

Psychodynamische theorie.
Leertheorie.
Pedagogische theorie.
In het dagelijks leven kan alleen opvang en leren plaats vinden; behandeling gebeurt buiten de groep.

Psychodynamische, leer- en pedagogische theorie.
Geen behandeling in de leefgroep.

(7)

(Pedagogisch) gedragswetenschappelijk onderzoek (in de praktijksituatie).

 Gedragsonderzoek.

Vra-
gen

1) Zijn de uitgangsstellingen wel geldig: kind als oorzaak? kind als zich gedragend wezen? Volwassene als zeker wetend en kiezend (handelend) wezen?
2) Wie bepaalt de normen voor wat gewenst gedrag is?
3) Hoe (on)persoonlijk is nu de gewenste relatie?
4) Klopt die afloop wel bij niet-volgzame kinderen? Treedt er geen vicieuze cirkel in werking?
5) Hoe om te gaan met gevoelens, vooral die van kwaadheid?

[Terug naar de tekst]

Vorige Volgende