Vorige Start Omhoog Volgende

 Uit hoofdstuk I:

Samenvatting, conclusie en uitleiding 

[Blz. 24]

1. Samenvatting

In een beperkte literatuurstudie zijn enkele toonaangevende auteurs geraadpleegd binnen de orthopedagogisch relevante literatuur. Ingedeeld naar bun theoretische uitgangspunten leverde dat vier groepen auteurs op, die groepsgewijs zijn besproken. Hun methodische ideeŽn voor conflicthantering in de dagelijkse leefsituatie bleken bij twee groepen auteurs beter in een onderverdeling in twee methoden weer te geven. Zo werden er zes methoden voor conflicthantering in dit deel van de literatuur aangetroffen. Deze zijn overzichtelijk bijeengezet op de pp 11, 14, 19 en 23.

Deze zes methoden bevatten onderling strijdige ideeŽn en lieten diverse vragen open. Deze vragen staan in dezelfde schema's kort geformuleerd. Zeer essentieel hierin is 

de vraag naar de mate waarin de groepsleider zich als persoon dan wel als functionaris op enige afstand dient op te stellen en 

de vraag naar de juiste manier van omgaan met macht en overwicht door de groepsleiding. 

Zo ook de vraag hoe de groepsleider met zijn kwaadheid om kan gaan. 

 

Het feit dat er zes methoden aan te treffen zijn in de vakliteratuur levert op zich al de vraag op welk van deze methoden de meest juiste, bruikbare en vruchtbare is. Ook komt de vraag op of er niet een beter indelingscriterium mogelijk is dan het nu gekozene, dat van de theoretiscbe uitgangspunten. Deze vraag zal in boofdstuk IX terugkomen.

2. Conclusie

De geraadpleegde literatuur levert de groepsleider meerdere doch onderling strijdige methodische ideeŽn op en laat voldoende vragen open om de onderzoeksvraag van belang te achten.

De geraadpleegde literatuur gaat merendeels uit van theorieŽn over het kind, van waaruit geconcludeerd wordt wat de opvoeder zou moeten doen. Een onderzoek dat start vanuit de optiek van de handelingsmogelijkheden van de groepsleider lijkt derhalve een zinvolle poging te zijn om een bijdrage te leveren aan de vakliteratuur.

3. Uitleiding

Het is niet ongebruikelijk om, na de verantwoording van de vraagstelling van een onderzoek, over te gaan tot het hoofdstuk waarin de omzetting van deze vragen in een onderzoeksopzet verantwoord wordt. Er zou dan echter een belangrijke schakel in het onderzoeksproces worden overgeslagen, namelijk het perspectief en de visie die door de onderzoeker gekozen is om het onderzoek te gaan opzetten. Onderzoek doen is werk van mensen, en wel van bepaalde mensen met bepaalde visies op de werkelijkheid, de mens, op kennis, op kinderen, op de maatschappij en op het vak orthopedagogiek. Bij het maken van de koppeling tussen onderzoeksvraag en onderzoeksopzet zijn deze visies niet uit te schakelen. Het komt mij dan ook juist voor om het perspectief van waaruit dit onderzoek is opgezet en uitgevoerd vooraf expliciet aan te geven. Dit gebeurt in het volgende hoofdstuk.

Vorige Start Omhoog Volgende