Start Omhoog

Samenvatting II [van hoofdstuk III]

bedoeld voor lezers die, vanuit hun interesse of scholing, dit hoofdstuk niet gelezen hebben 
(dit gedeelte behoort formeel niet tot het proefschrift). 

[Blz. 63]

Dit hoofdstuk besprak het type wetenschappelijk onderzoek dat hier model beeft gestaan, genaamd 'handelingsonderzoek'. Dat is een betrekkelijk nieuw type onderzoek dat op een aantal punten afwijkt van wat men meestal verstaat onder 'wetenschappelijk onderzoek'. Meestal is het zo dat een onderzoeker gegevens vraagt aan een aantal praktijkwerkers. De onderzoeker verwerkt die, trekt de conclusies en schrijft, meestal na geruime tijd, zijn verslag.

Bij handelingsonderzoek ligt dit anders. Het onderscheid tussen 'de onderzoeker' en 'de praktijkwerkers' is in principe opgeheven, al zal er wel een zekere praktische werkverdeling zijn. Bij handelingsonderzoek is iedereen onderzoeker en praktijkwerker. De praktijkwerkers onderzoeken zelf hun eigen werk, de wetenschapper werkt mee in de praktijk. Samen verzamelen zij gegevens, samen bespreken zij die en samen trekken zij de conclusies.

Dit gebeurt niet in een keer, maar in een aantal ronden, in een cirkelvormig (cyclisch) proces. De weg die gezamenlijk wordt afgelegd is getekend op p 48.

Gezamenlijk wordt de situatie en de wijze van handelen aan de start in kaart gebracht. 

II 

Gezamenlijk worden doelen gesteld en plannen gemaakt.

III 

Dan begint bet onderzoek in engere zin. Dit houdt in dat geprobeerd wordt betere manieren van handelen uit te vinden en meteen uit te proberen.

1. 

Er worden gegevens verzameld over hoe men in de praktijk te werk gaat.

2. 

Deze gegevens worden bewerkt op een manier die past bij het probleem en bij het gestelde doel. Die bewerking zal doorgaans door de wetenschapper gebeuren. Die bewerking houdt het volgende in. 

[Blz. 64]

a. Ordenen van bet verzamelde materiaal, doorgaans bestaande uit praktijkverslagen. 

b. Als er veel materiaal is: selecteren van het belangrijkste materiaal. 

c. Coderen, dat wil zeggen het materiaal voorzien van steekwoorden of begrippen, waardoor het materiaal meteen wordt ingedeeld op een zinnige en overzichtelijke manier.

d. AnaIyseren, dat wil zeggen het inzichtelijk maken van de verhalen, het ontdekken van patronen erin, het zoeken van de kern waar het om gaat.

e. Vergelijken van die geanalyseerde verhalen, bijvoorbeeld conflicten die zich oplosten vergelijken met conflicten die zich niet oplosten: waarin verschillen die verhalen nu precies?

f. Abstraheren en redeneren: het nader doordenken van het bewerkte materiaal. 'Hoe zou het nu komen dat... ?' 'Zou 't zus of zo niet beter uitpakken... ?'

g. Rapporteren: dit alles wordt aan de praktijkwerkers teruggerapporteerd, en wel zo snel mogelijk en in de vragende vorm. Niet 'Zo is het! maar 'Zou het zo kunnen zijn dat... ?'

 

3. De discours

Dit is een speciaal soort discussie tussen alle deelnemers aan het onderzoek waarin alles kritisch besproken word. Het bijzondere van de discours is dat geen enkele uitspraak zo maar voor waar wordt gehouden; er wordt altijd gevraagd naar argumenten en deze worden kritisch gewogen -- misschien zijn er wel tegenargumenten die beter zijn? Aan het vanzelfsprekende wordt nu juist getwijfeld. De discours is dus kritisch.

Iedere deelnemer aan de discours heeft gelijke rechten. Ieder kan iets inbrengen, iets betwijfelen, iets beargumenteren. Niet de 'status' van iemand geldt (wetenschapper, psycholoog, directeur, hoofdleider of stagiair-groepsleider), alleen argumenten tellen. De discours is dus een gesprek tussen gelijken, anders gezegd: een dialoog.

In de discours wordt niet per se gestreefd naar het vinden van een waarheid of een methode die dan 'de beste' is. Voor de een kan 't ene gelden, voor een ander kan 't andere gelden; 't ligt er maar aan van welke kant je het bekijkt. In de discours wordt nu juist geprobeerd de zaken van zo veel mogelijk kanten te bekijken en om tegenstellingen in visie, waarheid of methode helder neer te zetten. Dat is juist goed voor het vinden van waarheden op dieper niveau. Deze manier van denken, met behulp van tegenstellingen, heet ' dialectisch'

Maar hoe wordt nu bepaald wat de conclusies zullen zijn? Er wordt geprobeerd overeenstemming te bereiken, ofwel 'tot consensus te komen'. Aanvankelijk misschien niet eens over conclusies, maar over wat de vragen zijn waar het eigenlijk om gaat en wat voor gegevens er dan nodig zijn om die vragen te kunnen gaan beantwoorden.

Hier geldt niet 'meeste stemmen gelden'. De conclusie kan heel goed zijn: 'er zijn twee groepen methodische ideeŽn, die allebei te verdedigen zijn' .

Er is wel een maatstaf of criterium dat gebruikt kan worden om te bepalen of een uitspraak (conclusie, vraag, idee) geldig is -- juister gezegd: er zijn 

vier maatstaven of criteria.

(1) Is die uitspraak W AAR? 

Ofwel: zijn deze woorden in overeenstemming met de feiten? 

(2) Is die uitspraak JUIST?

Ofwel: is hij moreel aanvaardbaar, zijn er normen in te herkennen en zijn die normen te verdedigen met argumenten?

(3) Is die uitspraak W AARACHTIG?

Ofwel: zijn iemands woorden in overeenstemming met diens daden en diens inner1ijk? 

(4) Is die uitspraak BEGRIJPELIJK?

Deze vierde maatstaf is eigenlijk een voorwaarde om de eerste drie maatstaven te kunnen toetsen.

De eerste drie maatstaven vertegenwoordigen elk een gebied van de werkelijkheid waarover men uitspraken kan doen. Een voordeel van het handelingsonderzoek is nu juist dat er niet een gebied wordt aangenomen waarover men wetenschappelijk verantwoorde uitspraken kan doen, maar drie gebieden. Meestal wordt gezegd dat wetenschappelijke uitspraken alleen mogelijk zijn over 

het eerste gebied, de feiten ('de objectieve werkelijkheid'). 

Maar handelingsonderzoek wil ook wetenschappelijk verantwoorde uitspraken doen over 

het tweede gebied: de normen ('de sociale werkelijkheid') en over 

het derde gebied, de individuele en innerlijke werkelijkheid ('de subjectieve werkelijkheid').

 

[Blz. 65] 

4. 

In de discours worden ideeŽn ontwikkeld, met name over hoe men in de praktijk beter zou kunnen handelen.

5. 

De vijfde stap is dan ook dat die ideeŽn meteen worden uitgeprobeerd in de praktijk, zowel door de praktijkwerkers als door de wetenschapper.

Daarover schrijft of vertelt men dan weer het verhaal: hoe liep het nu, bij die andere handelwijze?

En daarmee zijn we weer terug bij de eerste stap van het onderzoek in engere zin: 1. Gegevens verzamelen over het handelen in de praktijk.

Nu begint de tweede ronde. 

Die gegevens worden weer bewerkt, besproken in de discours; dat levert weer ideeŽn op die weer worden uitgeprobeerd en daarover wordt weer verteld. Dan gaat de derde ronde in... en zo verder.

6. Het ' destillaat'

Na een aantal ronden is er iets bereikt, als het lukt. Het handelen is -- zo is de bedoeling -- verbeterd en over dat 'beter handelen' zijn ideeŽn ontwikkeld. Als men hierover tevreden is of als de afgesproken tijd om is, volgen de laatste twee fasen van het onderzoek.

IV Evalueren

Nu kan de beginsituatie en het begin-handelen vergeleken worden met het handelen en de situatie na het onderzoek in engere zin, dus na al dat schrijven, bespreken en uitproberen. Is het nu inderdaad beter? Dan hebben we inderdaad iets ontdekt dat de moeite waard is, laten we dat opschrijven.

V Inzichten formuleren

Nu wordt het eindrapport geschreven. Doorgaans zal de wetenschapper dit doen, doch waar mogelijk zal hij de tekst van het eindrapport eerst weer voorleggen aan de andere deelnemers aan het onderzoek.

 

De kerngegevens van handelingsonderzoek zijn dus niet 'de feiten' of 'de cijfers', maar de verhalen en de ideeŽn van de mensen. Het verhaal over het handelen, verteld door degene die de handeling uitvoerde, is bij uitstek het materiaal voor handelingsonderzoek. Dit is dus individu-gebonden, ofwel subjectief. Door meerdere verhalen van meerdere mensen te verzamelen, te bewerken en met elkaar te bespreken, kom je van het individuele niveau naar het gezamenlijke niveau (naar het inter-subjectieve niveau). Dat is het niveau waarop handelingsonderzoek zich afspeelt. Het strikt-objectieve niveau kan ergens wel een plek krijgen (namelijk bij de waarheidsvraag), maar vormt niet de kern van het onderzoek.

Wanneer is handelingsonderzoek nu goed, wanneer heeft het kwaliteit?

Dat is het geval als het kennis en kunde heeft opgeleverd die bruikbaar is voor praktijkwerkers. Die kennis en kunde moet dus aansluiten bij de praktijk en de werkers daarin, moet problemen kunnen oplossen, moet zo mogelijk over te dragen zijn aan anderen en moet moreel of ethisch juist zijn. De kennis en kunde moet ook rationeel, logisch te verdedigen zijn. Ook moet de kennis en kunde zich nog verder kunnen ontwikkelen omdat de praktijksituatie zich immers ook steeds ontwikkelt. Handelingsonderzoek is goed als het een creatief proces is. Een onderzoek is tenslotte 'goed' en 'wetenschappelijk' te noemen als het systematisch, doorzichtig en controleerbaar is verricht.

Mijn idee was nu, dat we in de orthopedagogiek precies dat soort kennis en kunde nodig hebben als het handelingsonderzoek wil ontwikkelen. Ik wilde in ieder geval maar eens proberen of dit type onderzoek ons kon helpen om een praktische vraag op te lossen: hoe kun je omgaan met botsingen en conflicten in de dagelijkse leefsituatie? Hoe dat onderzoek precies is opgezet, vertelt het volgende hoofdstuk.

Start Omhoog