Vorige Start Omhoog Volgende

Uit Hoofdstuk IV, Par. 3, Cyclusfase III, 

Punt 2 f: Abstraheren en redeneren

[...]

[Blz 95]

Kennelijk kunnen na een conflict groepsleiding en bewoner elkaars nabijheid even niet verdragen en verbreken ze het contact met elkaar. Is het zo dat een conflict het contact belemmert? Nee, want in het logboek staat ook deze passage:

"Onder de studie heb ik de jongens verteld dat ik weg ga. De jongens waarmee ik de meeste conflicten heb gehad vonden het het ergst." (Grl Charles, Bb logboek26/10). 

In een teambespreking is dit besproken. We lezen in het verslag:

"Dat ligt dan aan de manier van omgaan met conflicten ( ...). Charles heeft zich wel eens de boeman gevoeld. Toch is zijn manier van omgaan met conflicten goed, want juist zijn probleemkinderen kunnen het uitstekend met hem vinden." (Bb Tb 2/11 ).

Conflicten leiden niet per se tot contactverlies, maar kunnen bij een bepaalde handelwijze juist tot contact leiden. Het begrip 'contact' wordt dan een sleutelbegrip bij het zoeken naar die handelwijze.

Nu had ik het begrip 'contact' in de voorbereiding op dit onderzoek al omschreven (Gieles 1981b). Destijds had ik (in Gieles 1981a) uit empirisch materiaalpraktische aanwijzingen voor groepsleiders geconcludeerd over het leiden van leefgroepsgesprekken. Die aanwijzingen zijn aangevuld en geclusterd. Een van die clusters werd met het begrip 'contact' aangeduid. Het begrip was aldus omschreven:

"Contact is de beleving, die bij een of beide communicatiepartners ontstaat, in of na een communicatieve reeks, waarin boodschappen uitgewisseld, ontvangen en herkend zijn (blijkens feedback) in het eigen belevingskader. Kenmerkend is een beleving van (de mogelijkheid tot) toenadering van c.q. tot de ander, van een (mogelijke) verkleining van de afstand."

Contact ontstaat dus in communicatie. Het begrip' communicatie ' werd aldus omschreven: 

"het wederzijds uitwisselen van boodschappen." [*21]

[*21] Gieles 1981b h IV, ihb p. 28 & 29.

Welnu: als groepsleiding en bewoner elkaars nabijheid na een conflict niet meer kunnen verdragen, elkaar niet meer kunnen toenaderen maar uit elkaar gaan, dan is er iets mis gegaan met het contact, dus met de uitwisseling, ontvangst en herkenning van de in het conflict uitgewisselde boodschappen. Dan is het wellicht vruchtbaar om conflicten te gaan bekijken. als contactproblemen. Dat is een "mogelijk vruchtbaarder herinterpretatie" [*22] van de uitgangssituatie, die door de groepsleiding in haar verhalen als een regelovertreding, als een regulerings- of machtsprobleem was geÔnterpreteerd. 

[*22] Soudijn 1976 0 50; zie hier hfst II p 56.

Bij nader inzien kon het in de vergelijking gebruikte; begrip "bespreekbaar proberen te maken" dan ook verder worden geabstraheerd tot 'contact en dus communicatie bevorderen' en het begrip 'bespreekbaarheid afstoppen' tot' contact en dus communicatie belemmeren',  af te korten als resp. CC+ en CC-.

De methodische IdeeŽn zouden dan anders geformuleerd kunnen worden:

"Interpreteer conflicten niet als regel- dus machtsprobleem, maar als contactprobleem. Probeer bij conflicten communicatie- en contactbevorderend te werk te gaan. Het gebruik van macht belemmert communicatie en contact, dus probeer vaker af te zien van gebruik van macht." .

Hiermede was het basis-idee van dit gehele onderzoek geboren. 

Dit idee heb ik toen onmiddellijk getoetst aan nieuw materiaal. [...] 

De basistheorie van dit onderzoek was geboren. Zie

Schema IV 17
Concept-theorie over het omgaan met conflicten 
('De Berenberg')

[...]

Punt 6: Het destillaat 

[Vgl Hfdst III p 57

[Blz. 101]

[...]
Het destillaat van de twee cycli over conflicten in de Berenberg wordt hieronder als geheel weergegeven. Het laat niet alleen zien welke ideeŽn er in twee cycli zijn ontwikkeld, maar geeft bovendien een rechtstreekse aansluiting op het volgende hoofdstuk. Het destillaat is namelijk aangeboden aan het tweede team dat aan het onderzoek deelnam en waarover in het volgende hoofdstuk wordt verteld. [*27]

[*27] Ook in Gieles 1982 staat op p 25-27 zo'n destillaat. In die tekst zijn echter ook de ideeen die later in het onderzoek naar voren gekomen zijn, reeds vervat. Wat hier volgt is het originele destillaat.

Voorlopige aanwijzingen voor het omgaan met conflicten

1. Bij een conflict sta je als groepsleider voor vier taken:

de situatie redden (dwz het eten, het spel, de huishouding, kortom het groepsleven moet doorgaan): taak 1

het conflict oplossen, dwz:
    
          
[Blz. 102]

a het contact herstellen: taak 2

b het meningsverschil oplossen of ermee kunnen leven: taak 3

omgaan met jezelj; met gevoelens als irritatie e.d.: taak 4.

Hiermee is geen volgorde aangegeven, deze kan per situatie verschillen. Je kunt de situatie even stopzetten om het conflict op te lossen, je kunt ook de situatie redden en het conflict oplossen even uitstellen, als het maar geen afstellen wordt, want dan zal het voortsudderen en terugkomen.

Binnen het conflict oplossen is wel een volgorde: zonder contactherstel valt een meningsverschil niet op te lossen. Taak 4 is onontkoombaar.

2. Hoe kun je een conflict even stopzetten?

Door expliciet te zeggen dat je samen in een conflict zit, dat je het wel wilt oplossen, maar daar nu geen kans toe ziet. Hoe je dat zegt is erg belangrijk: zeg het

als wij-boodschap ('wij zitten samen in deze situatie' )

en/of als een ik-boodschap (' ik voel...' )

en niet als een 'jullie-ook-altijd-boodschap'.

Bovendien moet je het zo zeggen dat het overkomt, dus in de taal die de ander op dat moment verstaat.

3. Hoe herstel je contact?

1e

(als eerste dus:) open staan voor de boodschap van de ander, deze proberen te herkennen in je eigen beleving en dit terug te seinen. Vaak is hiervoor een vertaling nodig van wat de ander je laat zien: probeer niet het gedrag, maar het signaal achter het gedrag te zien. [*28] Stel zo nodig open vragen aan de ander. Zodra duidelijk is dat de boodschap is overgekomen, herkend is en terug is ontvangen, zal er rust intreden in de situatie. Je hoeft het niet eens te zijn met de boodschap van de ander ( anders was het geen conflict), als je hem maar wel ontvangt.

[*28] Correcter ware geweest: 'probeer het gedrag als signaal van een boodschap te zien'.

2e

door je eigen boodschap zo uit te zenden dat de ander hem ook kan ontvangen, dus in de taal van de ander op dat moment. Vaak zal dat taal-zonder-woorden zijn: een symbolisch of demonstratief gebaar,  je lichaamshouding.

Dit vereist dat je kunt inschatten wat de ander op dat moment wel of niet kan ontvangen. Dit eist weer' ruimte in jezelf voor de ander'. AIs je zelf stikvol zit, is die ruimte er niet. Laat jezelf dus niet stikvol lopen, wees er op tijd bij. Ook hier geldt: zend een ik-boodschap uit ('lIk kan hier niet meer tegen' ) en geen jij-boodschap of jullie-boodschap ('jij deugt niet, jij moet, jullie ook altijd' ).

4. Voorts:

vermijd 'waarom-doe-je-dat?'-vragen, deze blokkeren,.

vermijd dubbele boodschappen ('Je moet afwassen maar je zult het wel weer verrekken zeker'),

bij de wij-boodschap geldt:
'Wij zitten nu in een conflict." PUNT.
Niet gelijktijdig een boodschap meesmokkelen waarin een veroordeling of een afwijzing zit.

 

5. Als twee bewoners (of groepen) in conflict zitten

is het je taak hen te helpen om over en weer de boodschappen over te krijgen, dus soms: te vertalen. Dat zijn geen boodschappen naar jou toe maar naar elkaar toe.

6. Er is meervoudige hulp nodig

a aan partner A ( dat kun je zelf zijn ),

b aan partner B ,

c aan beiden in hun relatie en

d aan de mensen er om heen, met name de groep als geheel -dus leiding-gevende hulp.

 

7. Als het om eisen gaat:

overweeg eerst of je eis de grenzen van de ander niet te boven gaat. Wees zorgvuldig in de manier waarop je de eis stelt.

Vorige Start Omhoog Volgende