Start Omhoog

Demonen

De veiligheidsutopie

Huib Kort m.m.v. Gorrit Goslinga

uit Koinos 27

De samenleving wordt geconfronteerd met grote problemen: nodeloos geweld, criminele asielzoekers en kinderen verkrachtende zedenmisdadigers. Het lijken problemen op zich, die elk een eigen aanpak behoeven. De vraag is echter of het wel op zichzelf staande problemen zijn, sterker nog: of het überhaupt wel problemen zijn. Het eigenlijke probleem ligt breder, is algemener en is diep geworteld in de samenleving als geheel. Het aanwijzen van zondebokken, als excuus voor een falende samenleving, is dan een bekende en kennelijk nog steeds succesvolle manier om het recht van de sterkste te laten gelden.

Wij mensen maken het onszelf moeilijk. Ondanks de huidige grote welvaart is er ook grote economische onzekerheid, er is veel dreiging van geweld en er gebeuren dingen om ons heen die voor een gewoon mens niet zijn te bevatten. Dat is voor niemand overigens iets nieuws. De Tweede Wereldoorlog was een dramatische catastrofe, een uitvloeisel van de wereldwijde economische crisis ervoor. De Koude Oorlog in de jaren vijftig tot tachtig was een periode van onzekerheid en angst. In de jaren zestig en zeventig heerste daarnaast beroering over de jongeren die in verzet kwamen tegen het establishment. Verzet was er in de jaren tachtig tegen de dreiging van nucleair geweld. Ook in de jaren negentig bleef er dreiging, niet ondanks, maar juist door het neergaan van het IJzeren Gordijn en de daarop volgende economische wanorde.

Conservatief

Nu, in het jaar 2000, zijn de tijden veranderd. Mede door de technologische vooruitgang gaat het beter dan ooit. Er is welvaart voor velen, de strijd tegen onrecht en misdaad wordt steeds beter en harder aangepakt, en er zijn geen grote oorlogen meer. We leven in een tijd van redelijke veiligheid. Voelen mensen zich nu dan veiliger dan vroeger? Nee, beslist niet. Nog steeds heerst er angst en onzekerheid. Er leeft de opvatting dat de samenleving steeds meer verloedert. De heersende moraal verandert: de samenleving wordt conservatiever. Oude normen en waarden, zoals die golden in de jaren vijftig, zijn in ere hersteld. Het gezin met twee kinderen is het hoogste ideaal. Een goed betaalde baan, een eigen huis, ieder mens moet in staat zijn zichzelf te bedruipen. Het eigen levensgeluk ligt in ieders eigen hand - zo is het credo. Met dat ideaal is op zich niets mis. Veel mensen bereiken het in zekere mate. De prijs is echter hoog. Hoge werkdruk, onzekerheid over verlies van werk, stress. Mensen moeten maximaal presteren om maatschappelijk mee te kunnen. Buiten dat buitensporig drukke persoonlijk leven vinden in de samenleving talloze gebeurtenissen plaats. Dingen die soms tot grote beroering leiden. Het zijn zaken die ver van de belevingswereld van mensen staan, maar die toch als ongewenst en zelfs als bedreigend worden ervaren. Nu gebeurt het bij een ander; morgen kan het mij wel eens overkomen. Dat is geen geruststellend idee.

Zinloos geweld

De samenleving is voortdurend in verandering. Op diverse gebieden worden ook onderzoeken gedaan om die veranderingen te volgen. Zo is in Nederland uit onderzoek gebleken dat de criminaliteit, vooral de gewelddadige, de laatste jaren licht maar gestaag afneemt. Het aantal delicten neemt af, maar de aard van de gepleegde misdrijven wordt ernstiger en betreft een kleinere groep. Tegelijk blijkt dat de gevoelens van onveiligheid bij de Nederlandse bevolking sterk toenemen. Het gaat om de gedachte, het idee; niet om de feitelijke situatie, waarin de kans in een onveilige situatie terecht te komen aanzienlijk is verminderd. Het persoonlijk ervaren van burgers en de realiteit komen niet met elkaar overeen. Daarvoor kan men enkele oorzaken aanwijzen. Een ervan is de beeldvorming. In de loop der jaren verandert iemands kijk op dingen. Het angstgevoel om geconfronteerd te worden met zomaar geweld, is daar een goed voorbeeld van. De laatste jaren zijn in Nederland enkele keren jonge mensen gedood als gevolg van een steek- of schietpartij of andersoortig geweld, zonder dat daar een duidelijke directe aanleiding voor was. Daar is de merkwaardige term 'zinloos geweld' voor bedacht, hoewel geweld eigenlijk nooit zonder reden ontstaat, en de suggestie wordt gewekt dat er ook zinvol geweld bestaat.

Onbekend maakt onbemind

De angst betreft niet alleen dit 'zinloos geweld', maar ook de dreiging van het onbekende: al datgene wat buiten de vertrouwde, aanvaarde en daarmee als veilig ervaren manier van leven valt. Buitenlanders zijn onbekend, vooral mensen van een andere cultuur. In de loop der jaren zijn wat in de jaren zestig 'gastarbeiders' heetten, een vertrouwd beeld geworden in Nederland evengoed als elders in Europa. Hoewel geïntegreerd, zijn ze in veel gevallen nog lang niet geaccepteerd. In enkele grote steden is zelfs sprake van zwarte (allochtone) scholen en witte scholen (met blanke Nederlandse kinderen). De komst van asielzoekers naar West-Europa wordt door velen als een regelrechte bedreiging gezien. Het is een invasie van buitenlandse gelukzoekers ('economische vluchtelingen') en criminelen, waardoor de Nederlandse cultuur verloren dreigt te gaan - althans, zo wordt door velen gedacht. Een ander gevaar dat de westerse samenleving lijkt te ondermijnen vormen de zedendelinquenten, een term gebruikt voor mannen die kleine kinderen meelokken, seksueel misbruiken, verkrachten en vervolgens vermoorden. Een gestoorde die een gruwelijke misdaad pleegt: ook dat is de laatste jaren in Nederland enkele keren voorgekomen. De commotie rond zoiets is begrijpelijk. Maar inmiddels wordt iedere man die erotische of zelfs maar vriendschappelijke contacten met kinderen of jongeren heeft - of probeert te krijgen - met dezelfde afschuw bejegend. Het is allemaal onbekend, niet geliefd en het zal wel één pot nat zijn - zo wordt vrij algemeen aangenomen.

Angsten

Primitieve angsten, en weerzin tegen dingen van buiten het eigen leven, komen niet alleen voor bij de lager opgeleide bevolkingsgroep, de 'simpele zielen'. Ze komen voor in alle lagen van de bevolking en bij alle leeftijdsgroepen. Een dergelijk angstdenken is er ook in eerdere decennia geweest en betrof iedere keer iets anders, al naar gelang de actualiteit. Denk maar aan de angst voor de neutronenbom en de kruisraketten, die midden jaren tachtig in Nederland twee zeer massale demonstraties tot gevolg hadden. De angst voor het einde der tijden, samenvallend met de wederkomst van Jezus Christus, is een visioen dat weliswaar is voorbehouden aan sektarische volgelingen, maar dat anderen, minder fanatiek, er toch toe bracht heil te zoeken in meditatie of andere, gematigder vormen van mystiek leven. De komst van het jaar 2000 speelde daarbij ook zeker een rol. Angst is een slechte raadgever, zo zegt het spreekwoord. Het is ook een slechte basis voor het leven. Toch laten veel mensen zich erdoor leiden. De media spelen daarin een zeer dubieuze rol. Al lang bestaat het onderscheid tussen kwaliteitspers (voor de intellectuele bovenlaag) en pulp- en riooljournalistiek (voor het 'gewone' eenvoudige volk). De rioolpers is bij uitstek kundig in het ophitsen van de bevolking en weet gevoelens van onrust en angst op een bijzonder slimme wijze uit te vergroten. De kwaliteitspers sprak op haar beurt vaak schande van die goedkope platvloerse handelswijze van de door haar 'minder' geachte collega's.

Media

De media, dagbladen, radio en TV, zijn er voornamelijk om het nieuws te brengen. Het wereldnieuws, maatschappelijke en politieke gebeurtenissen, maar ook het nieuws uit de regio. De makers binnen die media hebben ook nog een ander doel: een zo groot mogelijk publiek aan zich binden en geld verdienen. Entertainment en amusement vormen een steeds belangrijker deel van het 'nieuws', omdat het kennelijk aantrekkelijk is voor een groot publiek en de mensen vermaakt. Dat blijkt uit verkoopoplagen van bladen, en kijk- en luistercijfers van TV en radio. In de berichtgeving was tot in de jaren tachtig een vrij strikte scheiding tussen politiek nieuws, maatschappelijke gebeurtenissen, sport, entertainment en dergelijke. De kwaliteitspers onderscheidde ook berichtgeving en commentaar van elkaar. Sinds de komst van de commerciële TV-zenders is de berichtgeving veranderd. Deze zenders hebben een nog groter belang bij geld verdienen, waar het bij staatsomroepen ook nog gaat om het informeren van de kijker en bij 'ideologische' omroepen - zoals in Nederland - om het overbrengen van een bepaalde visie. Nieuws, ook wereldnieuws, is steeds meer verworden tot entertainment. 'Sterren' als artiesten, acteurs en sporthelden waren ook altijd maar gewone mensen. Nog steeds worden ze in al hun eenvoud getoond. Sinds de commerciële media kan de gewone man in de straat ook een 'ster' zijn, al is het maar één TV-show lang. Een dergelijk thema, de gewone burger als super-star, sloeg zodanig aan dat het tot op de bodem werd - en nog steeds wordt - uitgemolken. Voorbeelden zijn onwaarschijnlijk ogende reddingsoperaties in reality-programma's, vechtende, schreeuwende, huilende mensen in emotionele praatprogramma's, uitbundige mensen die bizarre spelletjes voor de camera uitvoeren in loterijprogramma's, en 'daders' (verdachten dus) in misdaadprogramma's. De media, maar ook de berichtgeving, komen steeds dichter bij de individuele mens te staan. De inhoudelijke kwaliteit van de uitgezonden programma's lijkt er niet meer toe te doen: de ranzigheid spat er van af. Merkwaardig genoeg groeien die banale pulpmedia, die simpele volksmedia en die zogeheten kritische, genuanceerde kwaliteitsmedia steeds meer naar elkaar toe. Oorlog, geweld en natuurrampen moeten een zekere amusementswaarde hebben, anders is het geen nieuws. Ook voor de kwaliteitspers gelden inmiddels abonnementen en kijkcijfers, al is het alleen om zakelijk te overleven. Nieuws is geen nieuws meer. Amusementswaarde heeft nieuwswaarde. Media tonen ons ook veel leed, leed dat op ons afkomt. Het is beangstigend omdat het steeds meer en erger lijkt te worden. Onschuldige mensen worden blijkbaar zonder motief in elkaar geslagen of vermoord. Asielzoekers komen het land binnen, zonder dat men weet of ze hier blijven of dat ze ooit weer weggaan. Ze spreken onze taal niet en hebben volstrekt andere cultuuropvattingen. Kinderen worden kennelijk overal bedreigd door mannen die hen kwaad willen doen. Gruwelijk, en het zijn er zo véél, van die vreemde kerels met rare bedoelingen.

Veiligheidsutopie

De burger wordt steeds meer participant in het nieuws. Hij krijgt steeds meer een plaats op de TV. Hij is ook vlugger bereikbaar en mobiel, dankzij internet en mobiele telefoon. Mensen ondernemen zelf meer actie. Een actiegroep of een belangengroep heeft, mits het doel ervan al op populariteit kan rekenen, veel meer armslag dan enkele jaren geleden. Mensen zijn mondiger geworden. Ontevredenheid of onrust rond maatschappelijke gebeurtenissen wordt vlugger geuit. De politiek doet niets - of te weinig - zo vindt men. Sommige sociale wetenschappers spreken in dit verband van een 'veiligheidsutopie': het grote publiek heeft zich in het hoofd gezet dat alle onveiligheid in de samenleving kan worden weggenomen, terwijl politici de indruk willen wekken dat de politiek daartoe inderdaad in staat is. Maar soms is de verontwaardiging rond bepaalde gebeurtenissen zo groot dat de burgerij zelf in actie komt. Eigenrichting, aldus de politici, die daar dan op reageren. Ook het tumult na een volksgericht - bijvoorbeeld een rumoerig verlopen inspraakbijeenkomst om te 'praten' over de komst van een groep asielzoekers of over de bestorming van het huis van een vermeende zedendelinquent - is dan op zichzelf weer nieuws dat door de media wordt verslagen. Het publiek reageert daar weer op en vervolgens doen politici toezeggingen om maatregelen te nemen. Zo versterkt het een het ander, en omgekeerd.

Incidentenpolitiek

Politici zijn gehouden aan wettelijke spelregels, maar ze hebben ook te maken met de burgers die hen moeten kiezen. Een politiek besluit zal vaak worden genomen om 't dat electoraat naar de zin te maken. Dat wil zeggen: een banale knieval voor de grofste sentimenten. Tussen het spanningsveld van politici en burgers zitten de media die zich bepaald niet als neutrale boodschappers opstellen, maar het geheel sappig volgen. Zo ontstaat incidentenpolitiek: op basis van een aantal gebeurtenissen wordt wetgeving gemaakt. Het is het gevolg van een opportunistische, kortzichtige manier van denken. De angsten bij de burgers, opgeroepen of verder aangewakkerd door de media, richten meer schade aan dan datgene waarover angst heerst. Degene die onderwerp vormt van een incident staat model voor een hele categorie. Een jongeman die zomaar iemand vermoordt, is zo het bewijs dat vergelijkbare jongeren in staat zijn tot moorden. Een stel asielzoekers die niet zuiver handelen, die een verhaal over politieke onderdrukking gebruiken als dekmantel om in Nederland criminele activiteiten te ontplooien: dus alle asielzoekers zijn zó! En alle mannen, ook niet-veroordeelden, die 'belangstelling' hebben voor kinderen, hebben slechts één doel: seks met kinderen ter bevrediging van hun eigen lusten. Het gaat uiteindelijk om een zwart-witredenering. De burger die meescandeert met deze kromme gedachten is goed. Al degenen die binnen het profiel passen van bepaalde stereotyperingen, naar aanleiding van incidenten, zijn kwaad. Wie een goed woord voor hen over heeft, is ook al verdacht, want voor zo'n afwijkend standpunt is natuurlijk een reden. Zo ontstaat demonisering: ik ben goed; jij bent fout!

Repressie

De politici in Nederland (zeker niet het enige westerse land waar deze thema's het afgelopen jaar zeer actueel aan de orde zijn geweest) hebben gereageerd door het nemen van uiterst repressieve maatregelen. Om het gevoel van fysieke veiligheid te vergroten wordt her en der méér videobewaking ingevoerd, de bevoegdheden om mensen te fouilleren worden groter en mensen met bepaalde kenmerken kunnen met een grotere armslag worden geweerd. Buitenlanders, tenslotte niet van hier, worden met een reeks van maatregelen (decreten) verplicht zich aan te passen aan de Nederlandse cultuur - zo niet, dan kunnen ze soepel worden uitgezet. De bewegingsvrijheid van asielzoekers wordt steeds sterker ingeperkt. 'Zedendelinquenten', 'kinderverkrachters' en 'pedofielen' - het is allemaal synoniem geworden - dienen met alle toegestane middelen te worden aangepakt, gevolgd en behandeld, zodanig zodat ze 'het' nooit meer zullen doen. Bij tegenwerking: voorgoed opsluiten. Dekken de maatregelen wel de gestelde doelen? Vanzelfsprekend niet. Waar het uiteindelijk om gaat is de nieuwe, moderne manier van leven: alles draait om geld en een snelle carrière, liefst met wat lucratieve opties. 'Zinloos' geweld, buitenlanders en zedendelinquenten worden ieder als afzonderlijke, grote problemen ervaren. Ze zijn slechts als probleem gedefinieerd omdat ze afwijken van de geldende norm en daardoor de status quo lijken te bedreigen. De oplossing ligt dus niet in repressie, ondermijning of uitschakeling.

Dissidenten

De oplossing voor genoemde 'problemen' is betrekkelijk eenvoudig: daadwerkelijk geweld moet op basis van bestaande wetten worden bestreden, en ongegronde angsten zullen systematisch ontzenuwd moeten worden op basis van controleerbare feiten. Buitenlanders weren is zinloos; integratie is de weg tot begrip en verbroedering. Wat zedendelicten betreft: verkrachting, aanranding en dwang in relaties moeten en kunnen effectief bestreden worden. Dat is iets anders dan ieder die 'iets' met kinderen heeft of wil op één verwerpelijke hoop te gooien. De oplossing ligt dus in een bewustwording van het eigen denken. Mensen moeten kennelijk leren kritischer te worden ten aanzien van hun eigen mening, maar ook kritischer tegenover en dus onafhankelijker van de informatie die tot hen komt. Helaas zal deze verzuchting wel een utopische gedachte zijn: de huidige samenleving zit niet te wachten op kritische, zelfstandige en zelfbewuste mensen. Die worden al gauw als dissident gezien, en dus ook verdacht. Zonder dissidenten zal de huidige tijdgeest echter ook op langere termijn niet veranderen.

Start Omhoog