Verslag van mijn zoekweg

Vorige Start Omhoog Volgende

Een vermoeden komt op 
Er brokkelt iets af 
Op zoek naar de bronnen 
Nadere inzichten: een tussenstand 

Een vermoeden komt op 

In de hele therapie speelden dromen een cruciale rol. In dromen vertelt het niet- of anders-bewuste deel van de mens iets aan het bewuste deel; het gebruikt hier de analoge taal voor: beelden, verhalen en belevingen die zich niet storen aan de logica van overdag, maar hun eigen logica kennen. Het laat krachten aan het woord die overdag niet aan bod kwamen.

Nu had ik standaarddromen. Mijn geest koos een beeld dat voorhanden was: het werken als groepsleider of orthopedagoog in een kinderhuis. Aanvankelijk dacht ik dat dit gewoon belevingen waren uit de tijd dat ik daar werkte, maar een droom heeft toch meer te vertellen; hij gebruikt daar alleen dit beeld voor. Alles in een droom, zo is een standaardregel voor uitleg, verwijst naar iets in jezelf, mogelijk naar een verdrongen deel of aspect van jezelf. Daar moet je dus naar zoeken, want soms is het beeld net het tegengestelde van wat je in eerste instantie graag wilt geloven.

Nu vertelden mijn dromen standaard het verhaal van de heel bekwame en succesvolle orthopedagoog of groepsleider. Steeds weer schiep ik orde en een goed leef- en behandelklimaat waar anderen er een chaos van hadden gemaakt.

Toen viel ineens het dubbeltje: ik besefte dat deze dromen knap narcistisch waren en helemaal niet de realiteit weergaven maar een wens, gevoel, idee... of illusie. Ik moest nu wel erkennen dat er ergens een narcistisch element in mijn ziel school. 

Deze erkenning is, zo las ik later, een cruciaal moment omdat juist een narcist niet zal durven te beseffen en nooit zal toegeven dat er iets met hem mis is, en al zeker niet dat dit 'iets' een vorm van narcisme kan zijn. 


"Toon mij de man wiens geluk iets meer was dan illusie, gevolgd door desillusie."

Koor in Koning Oedipus, Sophocles
.

Inderdaad, zo las ik, de ontkenning van het probleem is nu juist een cruciaal aspect van het probleem. Narcisme is nu juist het instandhouden van een grandioze persona, de uiterlijke persoon zoals hij er graag uit wil zien. Maar dit bedekt een andere kant van de mens, zijn schaduw, die er wel eens minder fraai uit kan zien. Narcisme is dan het krampachtig blijven bedekken en onbewust houden van die schaduw.

Zo'n persona, eigenlijk een illusie, moet namelijk wel verdedigd worden. Een narcist kan zich niet overgeven, niet passief afhankelijk zijn; hij moet altijd op zijn hoede zijn en stippelt zijn eigen weg wel zelf uit - niks overgave en afhankelijkheid. Zo'n patroon van narcisme bouw je vermoedelijk ook op omdat de feitelijke basis een zwakke is. Dit moet verborgen worden. Het mag niet blijken dat de metalen reus lemen voeten heeft - een beeld uit een droom van de profeet Daniël, althans van diens keizer.

Eenmaal hierop attent geworden, kon ik er helemaal niet meer onderuit toen mijn geest mij een erg duidelijk droombeeld stuurde waar ik niet omheen kon.

Dit verslag volgt hier mijn dagboeken. Dit verslag is een uitsnede daaruit met toelichtingen.

In mijn droom was ik pleegvader en had ik een dagje vrij. Ik ging op bezoek bij een collega-pleeggezin dat op een berg woonde. De clou van het verhaal is dat ik hier niet gewoon als collega gezien werd, maar als 'de grote beroemde orthopedagoog die maar heel gewoon pleegvader is geworden'. 
Zo zag de pleegmoeder mij namelijk en zo behandelde ze mij ook. Die pleegmoeder is dus ook een kracht in mijzelf, die mij zo ziet. Nu lijkt dit leuk, om zo gezien te worden, maar dat was het helemaal niet, want juist die manier van kijken verhinderde een goed en normaal contact met de pleegmoeder. Ik kwam niet uit die rol en ging, daarover teleurgesteld, weg met het besef dat die rol mij gevangen hield en eenzaam maakte. Ik moest uit die rol zien te komen, bedacht ik al weggaand. 

Mijn geest zei dus tegen mij in droomtaal: erken nu eens dat je in een rol (cocon, ivoren toren, fort) zit en dat die je gevangen houdt en eenzaam maakt - en doe er eens iets aan. 

Later las ik dat inderdaad eenzaamheid een kenmerk is van narcisme. Ze zitten a.h.w. in een ivoren toren (of een cocon of fort - zie verderop bij de literatuur), maar van daar uit is het lastig echt contact met mensen te maken. Ik herken dit wel: veel mensen beleven mij als afstandelijk en ik ervaar dit zelf ook wel zo.

Daarna kon ik niet meer ontkennen dat er een narcistisch trekje in mij school en dat ik hier iets aan moest gaan doen, al had ik nog geen idee hoe dit dan moest gebeuren.

Er brokkelt iets af 

Het vreemde is dat het na die erkenning als vanzelf liep. Daarom is die erkenning zo'n cruciaal moment. Het brokkelde gewoon langzaam af, merkte ik. Ik hoefde er niet iets speciaals voor te doen, alleen de ruimte te geven aan mijn dromen en de belevingen daarin. 

"Zodra iemand greep begint te krijgen op de narcistische elementen in zichzelf, dan verliezen deze elementen meteen hun greep op de persoon." 
Symington 1993, p.61.

Nu ja, dat was ook niet eenvoudig want er viel nogal wat puin te ruimen uit de kelder van mijn geest. In plaats van aandacht aan het narcisme zelf te schenken, schonk ik aandacht aan mijn schaduwkant. Ik las hier boeken over en ik wilde weten wat er zich in die schaduwkant bevond. Alleen al door jezelf die vraag te stellen en te gaan zoeken, brokkelt het narcisme als vanzelf af. Dit bleek ook wel uit mijn dromen: de grote succesvolle beroemde orthopedagoog verdween eenvoudigweg en werd vervangen door een falende orthopedagoog of groepsleider. Een realistischer beeld natuurlijk.

Er was wel angst, maar deze angst was vooraf, niet tijdens het afbrokkelen. Die angst verwoordde ik in mijn dagboek bijvoorbeeld zo: "Ik ben bang voor iets, maarvoor wat? Voor het afbrokkelen van een zelfbeeld? Is dat dat narcisme? Is dit die angst: angst voor desintegratie, voor het afbrokkelen van een al zwak gebouw op zwakke basis?" 
Zo vroeg ik mij vooraf ook af: "Die narcistische trots, is die nu niet allang gebroken? Ik twijfel tegenwoordig overal aan! Of is juist die gebroken trots de kern van de narcistische neurose?" 
Ook schreef ik in mijn dagboek: "Ik ben onrustig, kom niet tot rust. Te lang en te laat bezig geweest met een brief aan iemand die m.i. op het niveau van 'weetjes weter' handelt, maar niet op het niveau van iemand die procesmatig denkt en inzicht heeft [zoals ik dus wel doe]. Knap narcistisch, dit stukje, maar de tijd zal het leren."

Later schrijf ik: 
"Er komt iets in de aandacht: dat probleem van het vermeende narcisme.
Zie eens mijn eerdere verhaal over mijn huwelijk: ik als ‘de grote redder’ contra ‘de wispelturige zieke en egocentrische vrouw’. Mooi narcistisch verhaal, zoiets. In feite bleek ik gewoon niet in staat tot een dergelijke relatie. Het vaderschap lukte me dan weer wel.
Qua werk was ik niet zo erg goed op beleids- en stafniveau. Ik kon gewoon goed met de jongeren omgaan omdat ik die goed aanvoelde en van daaruit de groepsleiding gidsen.
Ik blijf een beetje tobben met de gedachte dat er een fundamentele beschadiging in mijn persoon blijkt te zitten. Beter die onder ogen te zien dan om er een narcistisch verhaal van te maken."

Dit 'onder ogen zien' is snel gezegd maar niet zo snel gedaan. Ik stuitte op erg akelige gevoelens die onontkoombaar opkwamen. Deze bleken erg basaal te zijn voor mijn leven, een soort oersoep dus. Die gevoelens waren altijd bedekt en afgeweerd zodat ze geen kans kregen op te komen, maar ook geen kans kregen ooit eens verwerkt te worden. Nu liet ik ze komen en tot mijn verbazing verdwenen ze langzamerhand: de soep werd a.h.w. steeds meer verdund en niet zo heet gegeten als ze werd opgediend.

Ik ben gaandeweg kritischer te kijken naar mijn eigen jaren '80. Ik zie nu dat daar een psychodrama is opgevoerd, geleid door mijn eigen toen onbewuste gevoelens. Ik ga door de sublimering heen zien: als er iets valt te sublimeren, O.K., maar wat valt er dan te sublimeren en waarom? Wat ligt daar onder? De laag van romantisering verdwijnt. Het narcistische element brokkelt af. Dingen gaan mis in mijn dromen, maar dit is juist goed, zegt de therapeut hierover, want dit verwijst naar meer contact met de realiteit.

Ook de tijd daarvoor, met name mijn huwelijk bezie ik nu opnieuw zelfkritischer. Ik was toen niet toe aan een huwelijk; ik had de mannelijke seksualiteit die daarvoor nodig is niet echt ontwikkeld. Er vindt ontluistering plaats, ont-romantisering, zelfs ont-sublimering, maar daarmee ook ont-narcisering. Inhoudelijk een intensief en weinig prettig gebeuren, al verliep het als proces bijna vanzelf en niet meer te stuiten.

Niet zo gemakkelijk om zoiets over jezelf te concluderen, maar ik moet toch wel erkennen dat ik ergens onderweg ben blijven steken en best wel enig narcisme heb gebruikt om mij te verweren en te overleven. Precies de standaard diagnose waartegen ik mij altijd verzet heb. Uiteindelijk geef ik het op grond van een eigen onderzoek naar mijn eigen innerlijk als een zelfdiagnose. 

Op zoek naar de bronnen 

Hoe kom ik nu aan zoiets als narcisme? Dit bleek geen eenvoudige vraag. Het antwoord liet zich pas geven nadat ik hele stukken van mijn ziel had verkend. Hier moest ik behoorlijk ver terug in mijn leven en heel wat dwalen en zoeken in de kelders van mijn ziel. Daar lag nogal wat. 

Naast een hoop troep en enge dieren, te beginnen met een boze olifant in een kelder (die van mijn geest) bleek er in een droom, ook in een kelder, nog iemand te huizen: een kleine prins. Een babyprinsje in een vorstelijke wieg en kamer, tot mijn verbazing gevonden in een kelder. Volgens de therapeut verwees dit terug naar het verblijf in de baarmoeder, juister gezegd naar het verlangen hierheen terug te keren of in zoiets moois te vertoeven. Ik zag er nog iets in dat de therapeut toen nog niet kon weten: ik was de jongste zoon van mijn moeder en daarmee haar kleine prinsje, althans zo beleefde ik dit gaarne terwijl ik in feite zag dat na mij het ene na het andere pleegkind haar aandacht in beslag nam. Het was dus een klein beetje realiteit, maar vooral wens. In feite was ik erg eenzaam in het grote gezin.

Pas veel later kon ik dit inpassen in mijn groeiend inzicht in dat narcisme. Mijn beide ouders hebben hier elk hun specifieke bijdrage aan geleverd om dit op te starten en vervolgens in stand te houden, waarna ik het stuur van instandhouden zelf wel overnam. Mijn moeder op positieve wijze: ik was haar prinsje - niet pappa's prinsje. Mijn vader op meer negatieve wijze: door mij gewoon niet te zien en door wat hij dan nog wel zag permanent af te kraken. Nooit was hij tevreden of trots op zijn zoon. 

Dan wordt de zoon wel trots op zichzelf, als overlevingsreactie. De zoon kruipt wel in een ivoren torentje waar hij zich goed voelt. Alleen handhaaft hij daarmee wel zijn eenzaamheid. De zoon laat zich dan ook niet meer zien, hij trekt zich terug. Ik heb me inderdaad eenzaam gevoeld als kind. In de puberteit fantaseerde ik mij een keizerrijk waarin ik uiteraard de overwinnende keizer was. 

Zo'n driehoek houdt zichzelf in stand: ik samen met mijn moeder tegen mijn vader. Het is wel de oedipale driehoek waar de jongen uit moet ontsnappen door zijn vader na te gaan doen. Ik niet dus, in elk geval niet bewust. Oedipale toestanden dus.

Om aan dit narcisme te ontsnappen moest ik dus innerlijk een hele weg afleggen. Ik moest afstand nemen van het beeld dat mijn moeder alleen maar een engel was en mijn vader alleen maar een te bestrijden of te ontwijken bullebak. Nu, dit gebeurde, allemaal in dromen. Ik schreeuwde tegen mijn moeder "Laat die zoon van je nu eens los!" en ik ging van haar weg. Ik droomde zelfs van mijn moeder als heks. Daarna werd ze weer een gewoon mens. Mijn vaderbeeld volgde de omgekeerde weg: die werd a.h.w. in ere hersteld - een hele verandering dus. In een andere droom geef ik de vaderfiguur terug aan de moeder als partner. Ik treedt dus uit de oedipale driehoeksverhouding. Daarmee vaag ik de grond voor het narcisme weg en het kan verdwijnen - is het eerder zo dat ik het narcisme af laat brokkelen en daardoor uit de oedipale driehoek kan treden? Dat afbrokkelen ging dus a.h.w. vanzelf, maar het werk aan het weghalen van de grond ervan - of de gevolgen ervan - was wel een heel karwij. 

Nadere inzichten: een tussenstand 

Iemand vroeg mij: 
> vooral girl-lovers zouden narcistisch zijn... waar komt dat idee vandaan? <

Ik antwoordde:
Ik heb me hierin verdiept omdat het ook mij werd aangewreven.

Narcissus zag zijn eigen spiegelbeeld in het water en werd er verliefd op. Hij wilde het omarmen, maar helaas: het spiegelbeeld was weg en Narcissus verdronk... Op die plek groeide daarna een bloem: de narcis.

Er zijn twee interpretaties die elk een aspect weergeven.

De ene legt de nadruk op de trots, 

de andere op de verliefdheid.

De trots is een reactie op gekrenkte trots, bijvoorbeeld van kinderen van wie de ouders hen steeds maar duidelijk maken dat ze niet deugen en nergens goed voor zijn. De reactie is dan trots: "Ik deug zelfs heel erg goed, ik ben erg goed." Op volwassen leeftijd laat men zich dan, zoals Mao en anderen, "De Grote Leider" noemen.

Men neemt dan aan dat de girl- or boylover zich prettig voelt omdat hij groter, machtiger, slimmer etc is dan zijn jonge vriend(in) en dat hij van dit verschil in macht geniet. Ja, hij noemt het wel liefde, zegt men dan, maar het is eigenlijk een vorm van trots zijn, groter zijn, macht hebben.

Ik betwijfel deze interpretatie; ik zie eigenlijk nooit boy- of girlovers bezig met of genieten van macht. Toch herken er wel iets van, bijvoorbeeld in mijn dromen [...] waarin ik steeds voorkwam als 'de beroemde orthopedagoog', of 'de goede groepsleider' of zo. Later brokkelde dit beeld af tot meer reële belevingen van het menselijk zoeken, dwalen en ook falen.

De verliefdheid is op je spiegelbeeld. Psychologisch staat dit voor: je verdrongen zelf, de verdrongen aspecten in jezelf. Je schaduw, zeggen mensen als Jung.

Men verwijt dit aan mensen met pedofiele gevoelens, maar denk eens aan de standaard man, die het vrouwelijke in zichzelf verdrongen heeft en die dus verliefd wordt op... een vrouw: zijn spiegelbeeld, zijn schaduw. Men (m/v) kan natuurlijk ook het mannelijke in zich verdringen en dan wordt men (m/v) verliefd op een man. 

Ook hier herken ik er wel iets in: ik wordt verliefd op vitale kinderen en heb ze graag om mij heen, dan voel ik mij completer. Juist mijn vitaliteit is in mijn kindertijd sterk verdrongen, vooral door mijn vader, die niets verdroeg aan lawaai, levendigheid, voetballen, zich manifesteren, er zijn. Meer dan een slimme stille grijze muis verdroeg hij niet en zo werd ik een slimme stille grijze muis, jaloers uit het raam kijkend naar de kinderen die wel buiten mochten voetballen.

Vitaliteit om mij heen...(1960)

Ook de dieren om mij heen vervullen deze functie: zij vertegenwoordigen mijn eigen onderdrukte vitaliteit. De hond moet fijn wandelen, jagen, snuffelen en plassen (niet ik: ik vind het leuk als Arco het leuk heeft). De kinderen moeten lekker kunnen voetballen, zwemmen, etc.. (niet ik: ik geniet als zij genieten).

Vorige Start Omhoog Volgende