Start Omhoog

Ethiek en mensenrechten in jeugd-ouderen relaties

'Richt vooral geen schade aan'

Dr Frans Gieles,
Ipce Newsletter E 17, June 2004

In de jaren '90 hebben de Ipce leden gediscussieerd over ethiek. Ik heb aandachtig naar de leden geluisterd en vat nu de voornaamste punten die ik gehoord heb samen.

Inleiding

"Ipce is een forum voor mensen die betrokken zijn bij een academische discussie over het begrijpen en emanciperen van wederzijdse relaties tussen kinderen of jongeren en volwassenen. Deze relaties dienen daarbij bezien te worden vanuit een waarheidsgetrouw en onbevooroordeeld standpunt en in verband gezien te worden met de mensenrechten van de jongere en de volwassen partner." (Ipce's Mission Statement)

De hier besproken ethische standpunten zijn gebaseerd op de rechten van de mens en op een redelijke discussie. Een van die rechten is die van de vrije keuze om contacten en relaties met andere mensen aan te gaan. Contact is een noodzaak voor mensen en relaties kunnen het leven van de partners verrijken. Dit is de basis van ethisch verantwoorde standpunten over relaties tussen de verschillende generaties.

De mate van intimiteit in een contact of een relatie is in de eerste plaats een zaak van vrije keuze van de partners zelf. Dit zal dus per persoon en situatie verschillend zijn. Er is wel een algemene regel die geldt voor alle menselijke relaties: Richt geen schade aan

Hier is meer over te zeggen. Wat hier volgt zijn geen algemeen geldende regels, geen eeuwige geboden op stenen tafelen gebeiteld, maar richtlijnen, ideeën of aandachtspunten om onder ogen te zien, samen met de moraal, de wetten en de gebruiken op een gegeven tijd en plaats. Het resultaat, een ethisch verantwoord standpunt over een bepaalde relatie, zal verschillen naar gelang de personen en de situatie.

In de loop der jaren hebben de Ipce leden de volgende richtlijnen en beginselen ontwikkeld.

Enkele beginselen

Keuzevrijheid

In iedere relatie of contact hebben de beide partners, jong en oud, het recht om zelf hun eigen leven, hun relaties en de mate van intimiteit daarin te bepalen.
Elke partner heeft het recht van zelfbepaling en de plicht om dit recht van de ander te erkennen. Zo zullen beide partners in open communicatie op elk moment de mate van intimiteit zelf mogen bepalen.

In vriendschappelijke relaties of contacten hebben beide partners de vrijheid zich op elk moment terug te trekken. Liefde en toewijding zijn onvoorwaardelijk; zij verbinden partners die elk vrij en onafhankelijk zijn.

In afhankelijkheids-relaties of -contacten (zoals ouder-kind of leraar-leerling) dienen liefde en toewijding ook onvoorwaardelijk te zijn, maar hier is er in feite geen vrijheid om zich terug te trekken. Er is dan extra aandacht nodig voor het recht op zelfbepaling en eigen verantwoordelijkheid. Hier zijn er twee grenzen aan de mate van intimiteit: 

volledige afstand is niet mogelijk noch wenselijk, 

terwijl volledige intimiteit op gespannen voet kan staan met de afhankelijkheid: volledige intimiteit vraagt om volledige vrijheid, die in afhankelijkheidsrelaties nu eenmaal niet bestaat.

 

De mate van openheid

Openheid is een typisch westerse waarde; veel andere culturen kennen en hechten waarde aan geheimen. Openheid ten opzichte van de ouders wordt ten zeerste aangeraden.

Openheid binnen een relatie is een groot goed. Openheid naar anderen is een groot goed, zolang die anderen het recht op zelfbepaling erkennen. Openheid naar anderen kan goed zijn, maar is niet altijd noodzakelijk en niet altijd mogelijk. Zo is bijvoorbeeld intimiteit tussen jongens meestal een groot taboe op het schoolplein. In veel gezinnen is iedere gedachte aan het bestaan van een seksueel leven van een kind of jongere taboe.

Veel kinderen en jongeren houden bewust hun eigen geheimen voor zich. Zij maken hun eigen keuzen zelf wel en accepteren in deze zaken geen bescherming. "Behandel me niet als een kind!" zeggen ze. Zij hebben recht op deze vrijheid, de vrijheid om nee te zeggen en de vrijheid om ja te zeggen.Ook zij hebben hun recht op privacy.
Anderzijds dient het moeten dragen van onredelijk zware geheimen vermeden te worden. Men dient in ogenschouw te nemen hoe de jonge mens leeft en hoe zijn omgeving zal reageren.

Richt geen schade aan

Schade kan ontstaan door gevoelens van schaamte en zich vies voelen - aangeleerde gevoelens. Schade kan veroorzaakt worden door een samenleving die macht of geweld gebruikt om een relatie te stoppen. Dit risico dient men in acht te nemen, evenals de kans op chantage. Zowel de volwassene als de jongere in een relatie zijn kwetsbaar in de huidige maatschappij.

Ten besluite

Mijn conclusie - en die van meerdere leden - is dat intimiteit in relaties die de generatiegrenzen overschrijden in onze huidige samenleving voor beide partners het risico van schade met zich meebrengt - wellicht niet door de relatie zelf, dan wel door de reactie van de samenleving. Vanuit deze gedachte denk ik dat die intimiteit, op zichzelf waarschijnlijk ethisch verantwoord, hier en nu vrijwel onmogelijk is geworden.

'Platonische' relaties kunnen een redelijk alternatief zijn; deze dragen echter impliciet de boodschap uit dat seksualiteit vies en verboden is.

Jonge homo's en lesbiennes, maar ook jongeren in een periode van homo- of heteroseksuele verlangens hebben relaties nodig om hun voorkeur te ontdekken en om zelfkennis en zelfrespect te ontwikkelen. Op die relaties hebben zij recht en die dienen dan ook niet afgekeurd te worden. Schade kan voortkomen uit een relatie, maar evengoed uit de reactie van anderen daarop. Schade kan ook ontstaan door afwijzing en door het afhouden van elke intieme relatie. Men zal dan naar recht en rede dienen in te schatten of er enige schade kan ontstaan. Het leidende beginsel blijft: Richt geen schade aan.

Elke persoon en situatie is anders. Jonge mensen veranderen in de loop van hun ontwikkeling van kind tot volwassene. Handel in iedere concrete situatie naar het eigen eer en geweten en naar dat van de partner.

 

Verwante artikelen

Gieles, F.E.J., "Ik wist er geen raad mee", Jongeren spreken achteraf over vrijwillig aangegane seksuele contacten met volwassenen, in: NVSH LwgJORis Nieuwsbrief 45, april 1997.

Gieles, Frans, Warmte en intimiteit, kan dat wel?, Jeugd & Samenleving, aug-sept 1983, themanummer 'De groepsleider'; Herdrukt in De groepsleider, Basisboek voor werkers in de residentiële hulpverlening, door Maurice van Lieshout en Maria Ruigewaard (Red.), Acco, Amersfoort/Leuven, 1987 

Gieles, F.E.J., Voorzichtige verkenningen van de grens tussen gewenste en ongewenste intimiteit, Lezing, Vlaamse Vereniging van Orthopedagogen, Gent, 24 november 1995; in: tOKK,
Tijdschrift voor Orthopedagogiek, Kinderpsychiatrie en Klinische Kinderpsychologie, Leuven, 22-3, september 1997, pp 129 - 132

Ree, Frank van, Intieme relaties tussen jongeren en volwassenen; Zijn er criteria voor een goed contact? In KOINOS Magazine # 24, 1999/4.
Enige tijd geleden vond er een uitgebreide gedachtewisseling plaats in het nieuwsbulletin van de Landelijke Werkgroep JORis (Jongere-Oudere Relaties, intimiteit, seksualiteit) van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH), over de criteria waaraan een intieme relatie met een jongere moet voldoen om schade op latere leeftijd uit te sluiten, uitgaand van stellingen die al eerder waren geformuleerd door de Danish Pedophile Association. Orthopedagoog Dr. Frans Gieles nam daarbij het standpunt in dat in de huidige werkelijkheid volwassenen zich bij pedofiele en efebofiele relaties zeer terughoudend dienen op te stellen, omdat zij ook de verantwoordelijkheid dragen voor schade die maatschappelijke afwijzing, al of niet achteraf, teweeg kan brengen. Wij vroegen de gepensioneerde Nederlandse psychiater Dr. Frank van Ree naar zijn visie hierover.

Rind, Bruce, De seksuele ervaringen van homo- en biseksuele tienerjongens met mannen, Een empirisch onderzoek naar psychologische samenhang in een niet-klinische steekproef; In: Archives of Sexual Behavior, jaargang 30, nummer 4, augustus 2001

Oorspronkelijke titel: ‘Gay and Bisexual Adolescent Boys’ Sexual Experiences With Men: An Empirical Examination of Psychological Correlates in a Nonclinical Sample’
Vertaling: Frans Gieles.
In de loop van de laatste vijfentwintig jaar is het incestmodel, met zijn voorstelling van hulpeloze slachtoffers die worden uitgebuit en getraumatiseerd door machtige daders, de opvattingen over zo goed als alle vormen van seks tussen volwassenen en minderjarigen gaan overheersen. Daarom worden zelfs gewenste seksuele relaties tussen homo- of biseksuele jongens en volwassen mannen, die in verscheidene belangrijke opzichten verschillen van incest tussen vaders en dochters, algemeen door het grote publiek en door beroepsmatig betrokkenen beschouwd als traumatiserend en psychisch schadelijk. 
Dit onderzoek bekeek deze algemene opvatting door een niet-klinische, merendeels uit studenten bestaande, steekproef van homo- en biseksuele mannen te onderzoeken.
[..] We moesten maar een ander model zoeken, dat ook ruimte biedt aan het vastgestelde feit dat tienerjongens doorgaans neutraal of positief reageren op leeftijdsongelijke seksuele relaties die zij vrijwillig zijn aangegaan met volwassenen van het geslacht van hun voorkeur.

Rivas, Titus, Cirkelredeneringen en kategoriefouten in de afwijzing van vrijwillige intieme relaties tussen volwassenen en kinderen 
Helaas lijken een heleboel mensen ervan overtuigd dat als je onderkent dat er seksueel misbruik van kinderen bestaat, je DUS automatisch ook zou moeten onderkennen dat er helemaal geen positieve close platonische vriendschappen of erotische relaties tussen volwassenen en kinderen buiten de eigen familie (kunnen) bestaan. Dat is natuurlijk net zo logisch als dat het bestaan van verkrachting van vrouwen door mannen zou bewijzen dat er geen liefdevolle, vrijwillige relaties tussen vrouwen en mannen bestaan. Gelukkig zien veel mensen wel in dat deze manier van denken niet deugt als je hen daarop wijst. Dat neemt niet weg dat er nog een aantal andere denkfouten meespeelt wanneer het gaat om het onderwerp close vriendschappen en erotische relaties tussen minderjarigen en meerderjarigen. Daar besteed ik aandacht aan in dit artikel.
 

Roelofs, Gerard; Interview met -, in: Dagblad De Limburger, 8 augustus 1999, door Sjors van Beek en Jasper Groen.
'Niet elke pedofiel is een smeerlap'
Pedofilie. Kinderporno. In de publiciteit worden pedofielen wederom afgeschilderd als smeerlappen. Ten onrechte, vindt de Maastrichtse psychiater/seksuoloog Gerard Roelofs. ,,Bij een gewone verkrachting wordt toch ook niet gezegd: 'daar heb je die verdomde heterofielen weer’?"

 

 

Start Omhoog