Start Omhoog

Gnosis: vrijgekomen kennis die vrij kan maken

Door Dr Frans E.J. Gieles

Dit is een voorpublicatie uit
                      'Spiritualiteit, vrijheid en engagement', door Bert Stoop en Titus  Rivas, 2005aliteit, vrijheid en engagement

Gnosis is eeuwenoude wijsheid die destijds door de katholieke kerk in de ban werd gedaan.
Egyptische monniken stopten, naar wij nu vermoeden, hun oude geschriften in stenen kruiken en verborgen ze. In de vorige eeuw werden ze teruggevonden in een grot bij Nag Hammadi.
De geschriften zijn intussen ook in het Nederlands vertaald.
Het blijkt dat deze kennis ook in de soefistische stroming van de islam bewaard is gebleven. De islam is meer dan een oproep tot jihad, strijd.
Wat zijn die inzichten? Wat betekenen ze voor onze tijd?

De Goddelijke Vonk

Cruciaal in de gnostiek is de opvatting dat het goddelijke niet ergens ver weg is en dat er een priesterkaste nodig zou zijn om Hem te bereiken. Daarom bestreed de kerk dit inzicht zo fel met geschriften en brandstapel: het zou haar macht aantasten. In iedere mens is een goddelijke vonk aanwezig als kern van de mens. Het goddelijke – het Koninkrijk Gods - is in ons en vlak om ons heen. De kunst is er oog voor en oren naar te hebben.

Die kleine goddelijke vonk vraagt aandacht en ontwikkeling tot een vuur, een licht, "kennis van het hart" ofwel kennis van binnenuit, zoals de gnosis wel wordt omschreven. De vonk, dus de mens, wil terug naar waar hij vandaan kwam, terug naar God. Daartoe is er een lange weg te gaan, "Het Pad", vermeld in de Qur’an. In het Arabisch betekent het woord "pad", at-tariqa, vooral "het pad naar God, het pad terug, omhoog". 

Het is het pad dat wij als mens en als mensheid te gaan hebben sinds onze geboorte als mensheid en als mens, geleid door innerlijke wijsheid - niet door religieuze autoriteiten. Waar het door wetten en voorschriften 'rechtgebaande' pad bedoeld wordt, staat as-sha'ria, letterlijk: het pad naar de bron. In de Qur'an overheerst het laatste type pad, in de gnostiek en het islamitisch soefisme het eerste type. Beide paden voeren de mens terug naar zijn bron, naar God, waar hij vandaan komt.

Het goddelijke is al in de mens, terwijl het beeld dat de mens van het goddelijke had steeds menselijker werd: van grillige en meedogenloze natuurgoden tot een liefhebbende vader. Gelijktijdig nam de mens zijn lot meer en meer in eigen hand en werd in die zin dus meer goddelijk. Dit kon zonder tussenkomst van een priesterkaste. De RK Kerk was hier dus niet blij mee en verbood die geschriften.

Hermes, Walburgkerk, Zutphen

Voorspeld door Hermes

Markant genoeg is het verdwijnen en hervinden van de gnostische kennis al vele eeuwen geleden - we weten niet hoeveel - voorspeld door Hermes Trismegistos, de mythische Egyptische ‘drievoudig grote’ wijze (bron: Slavenburg 2003):

"Heilige boeken, […]
weersta de tand des tijds
en blijf ongezien en onopgemerkt
voor allen die de vlakten van dit land doorkruisen,
tot het moment waarop de oeroude hemel
zielen voort zal brengen die u waardig zijn."

Het Goddelijke is in ons

Geen woord staat in de door mij gelezen geschriften zo vaak gemarkeerd met een cirkeltje eromheen als het woordje "in". Een van de gnostische beginselen is: "Zo binnen, zo buiten" en een ander: "Zo boven, zo beneden". Het goddelijke of hemelse is hier te zien, zij het als in een gebroken spiegel. Het is om ons en in ons. Er is geen kerk voor nodig. De natuur en ons innerlijk voldoen beter. Zo zijn wij geschapen: God schiep de mens naar Zijn beeld en gelijkenis (Genesis 1). Zo is de kosmos geschapen: als een uiting of verwerkelijking (‘emanentie’) van God, dus als eenheid in verscheidenheid van vormen.

Het Thomas Evangelie, een van de belangrijkste vondsten bij Nag Hammadi, zet Jezus niet neer als bevrijder van zonden, laat staan van een erfzonde, en al zeker niet als stichter van een kerk, maar als wijsheidsleraar en genezer (zoals ook de Qur’an doet, 3,45ev; 5,110ev). De inhoud van die wijsheid is sterk gnostisch gekleurd.

Uit het Evangelie van Thomas

Wie oren heeft, hore!
(Logion 96)

[…H]et Rijk, het is het binnenste
en het is het buitenste van u.
(Logion 3)

Klief het hout en ik ben daar.
Heft de steen, daar zult ge mij vinden. (Logion 77)

Als ge van twee één zult maken
en het binnenste als het buitenste
en het buitenste als het binnenste
en het bovenste als het onderste
[…]
dan zult gij het Rijk binnengaan.
(Logion 22)

In den beginne…

… "schiep God de hemel en de aarde", zegt Genesis (1,1); … "was het Woord", zegt Johannes (1,1). In het Grieks staat Logos en dit betekent meer dan "woord", namelijk ‘woord van wijsheid’, ‘wijsheid’ of in de gnostische opvatting ‘scheppend woord van wijsheid’. Ook Genesis vertelt dit: ‘God sprak …’ en het was er. "En God zag dat het goed was". Eeuwen voor Mozes (of wie dan ook) dit schreef, beitelden de Egyptenaren al in steen hoe Ptath, de schepper, het heelal met zijn stem tot bestaan brengt – maar ook hoe wij scheppend kunnen zijn (bron: Douglaz-Klots p 54):

Ptath

Alle werk en ambacht,
het bewegen van armen en benen,
elk bewegen van een twijg,
sluit aan bij de manier waarop Ptath handelt:
ruimte gaat open,
het hart onthult,
de stem maakt helder, het leven schept.

In het Aramees, de taal van het Evangelie, betekent ‘woord’, melthaa, niet alleen ‘bevel, woord dat iets teweegbrengt’, maar ook ‘volledigheid’ of ‘eenheid’. Dit brengt een ander aspect van het goddelijke beginsel naar voren: ‘De Eenheid’ of ‘De Ene’ ofwel Alaha, het woord voor God in veel Semitische talen.

De gnostiek gaat in haar scheppingsmythe en kosmologie nog wat stappen verder terug. God, een geest vol niet ‘geëmaneerde’, niet verwerkelijkte energie, voelde zich toch wat eenzaam. Hij schiep zich een metgezel, Sophia (‘Wijsheid’), voorgesteld als een vrouw, later als de Heilige Geest, voor de kerk uiteraard een man. Samen schiepen zij zich een Zoon die op Zijn beurt scheppingskracht had. De leer van de Heilige Drievuldigheid, die de islam overigens niet kent, heeft zijn wortels in de gnostiek. De drievoudigheid van God, en dus die van de mens, wordt veelvuldig benadrukt. De Zoon ging scheppen en er ontstond een ‘hofhouding’ van puur geestelijke wezens die op hun beurt scheppingskracht hadden, goddelijke wezens en engelen. 

Een eigenwijs goddelijk wezen, De Demiurg, ook hoofdarchont of Jaldabaoth genoemd, de schepper, heeft in de gnostische scheppingsmythen de mens geschapen. De Demiurg is een zoon van Sophia die zij geschapen heeft buiten God's medeweten om, althans dat dacht zij. Zij verbande hem naar een lichtende wolk, in de hoop hem voor God te verbergen. Het was deze lichtende wolk die met de Ark van het Verbond meereisde met het Joodse volk, met in die wolk de god van het oude testament die van zichzelf zegt "een jaloerse en naijverige god" te zijn, die geen enkele godheid naast zich duldt zoals Jaweh en Allah doen. De Echte God is niet jaloers, aldus de gnostiek. Hij zaait geen tweedracht, Hij is De Ene, de Eenheid. 

Deze Demiurg en zijn engelen of archonten kwamen op het idee de mens te scheppen. Gezamenlijk schiepen zij de mens, eerst als geest, hetgeen pas lukte na de inblazing van de geest door Sophia. Toen deze geest hun te slim en te machtig bleek, verbanden ze hem door de aarde te scheppen en daar uit materie de aardse mens te scheppen. Dat was "de val" – niet dus een zondeval, maar een val omlaag, naar de materie, dus met zwaartekracht en dus tijd. Ze konden hem echter niet tot leven brengen. Het was God’s Geest of Adem, Sophia, die de mens het leven, een geest, Epinoia (mogelijk te vertalen als ‘hoge kennis’ of ‘kennis die het [aardse] begrip te boven gaat), en de goddelijke vonk inblies, zoals ook Genesis ons vertelt. Ook de Qur'an heeft passages die naar deze scheppingsmythe verwijzen.

Zo is de mens een dubbel wezen: een aards lichaam met psyche, én een geestelijke ziel met goddelijke vonk, geboren met het verlangen terug te keren naar de eenheid en De Eenheid, Alaha

Eenheid, heelheid

Dit voert ons even naar het begrip "een-geboren", "enig-geboren", of "eerst-geborene" zoals de oude teksten (Unigenitus) meestal vertaald worden, sprekend over Jezus: "Deze is mijn Enig-geboren Zoon" of over onszelf, zoals Petrus doet in Hebreeën 12,22: "de eerst-geborenen die in de hemel zijn ingeschreven".

Hier kan de vertaling ons parten spelen. Neem de eerstgenoemde vertaling "een-geboren" en voeg hier ons woordje "als" aan toe. Het woordje bestaat niet in alle talen, is soms een eerste naamval die je dus, behalve in het Arabisch waar de eerste naamval een uitgang heeft, niet opmerkt: "Als een(heid) geboren", dus niet zoals wij mensen in dubbelheid, maar als "eenling":

Dit is een cruciaal punt in alle spirituele stromingen en zo ook in de gnostiek en de daaraan ten grondslag liggende hermenistiek. De mens is als een dubbel wezen geboren en wil weer heel worden, terug naar de eenheid. Plato zegt het op zijn manier: de mens is gesplitst omdat hij de goden te machtig werd en wil weer één worden, terug naar de eenheid, De Ene. We moeten weer ‘eenling’ worden.

Andere passages spreken over de mens als een drievoudig wezen: geest met goddelijke vonk, ziel of psyche, en lichaam; drievoudig zoals God drievoudig is (Zin, Bewustzijn, Leven; of: Vader, Sophia / Heilige Geest, Zoon Christus) en de kosmos drievoudig is: geest, ziel en materie. De kunst is dan om ondanks onze twee- of drievoudigheid onze eenheid of heelheid te hervinden. De hele Asclepiaanse geneeskunde, zich voortzettend in onze huidige alternatieve geneeskunde (Prana 99), maar ook de moderne psychologie kent dit beginsel: ‘helen’, weer ‘heel’ worden, de eenheid terugvinden.

Uit het geheime boek van Johannes
(Slavenburg & Glaudemans 1996)

Zij zeiden onder elkaar:
"Kom, laat ons een mens maken
naar de beeltenis van God
en naar zijn gelijkenis!"
En ze vervaardigden hem
uit zichzelf en al hun krachten
en brachten een gewrocht uit zichzelf voort.
(44)
En het bleef lange tijd onbeweeglijk liggen,
want de zeven machten konden het niet oprichten […] (51)
Ze zeiden tegen hem [de Demiurg]:
"Blaas je geest in zijn gezicht
en het schepsel zal opstaan."
En hij blies hem de geest in,

En de kracht van de Moeder [Sophia]
verliet de hoofdarchont
en ging het lichaam in.
Het bewoog meteen
en het vloeide over van licht.
(52)
Dit riep de jaloezie op
van de andere machten
omdat […] zijn intelligentie groter was.
En toen ze ontdekten
dat hij vrij van slechtheid was,
dat hij slimmer was dan zij […]
grepen ze hem en voerden hem weg
naar de bodem van alle materie.
(53)
Zij brachten hem in de schaduw des doods.
Ze vormden hem […] opnieuw […]
uit aarde en water, vuur en wind
en hun vervalste geest,
dat wil zeggen uit materie,
duisternis, begeerte. […]
En zo werd de mens een sterfelijk wezen.
Dit is de eerste afdaling
en de eerste afscheiding.
Maar de Epinoia
van het preëxistente licht was in hem.
Zij wekt zijn denken.
(55)
En de hoofdarchont nam hem mee
en zette hem in het paradijs,
waarvan hij zei dat het zijn "lust" was,
dat heet: hij spiegelde hem wat voor.
(56)

 

Uit het Evangelie van Thomas

Zalig zijt gij, eenlingen […],
omdat gij het Rijk zult vinden.
Daar gij gesproten zijt uit Hem
zult gij er terugkeren"
(Logion 49)

Gnosis: kennis, bewustzijn

Hiertoe is bewustzijn nodig en dit is de mens gegeven. We hoeven het slechts te ontdekken in onszelf. Op dit punt vertelt de gnostiek ons een geheel eigen versie van het verhaal van het paradijs, de slang en de appel van de boom van kennis van goed en kwaad. De Demiurg hield de mensen liever onbewust van zichzelf en van het goddelijke in en om hen. Hij gaf ze alles wat ze maar hebben wilden – hij zou zich in het moderne westen goed thuis voelen - maar gnosis, kennis vanuit het hart, zelfkennis en kennis van het ware goddelijke, Epinoia, verbood hij hun. Zij mochten niet eten van de vruchten van de boom van kennis van goed en kwaad.

De appel kan symbool zijn van ‘het rijpe’. Voor ‘rijp’, 'ingewijd', ‘goed’ en ‘heilig’ – of ‘zalig’, zoals in de zeven zaligsprekingen – is in het Aramees, de taal van het Evangelie, een en hetzelfde woord, shapira. De mens mocht het heilige, de Echte God, niet leren kennen – dus niet zichzelf want ’s mensen kern is die goddelijke vonk. Maar de (eigen)wijze slang loste het probleem op en liet Eva van de appel eten.

Volgens de gnostische geschriften is de slang de Zoon van God Himself. Hij zag dat er iets mis ging, nam snel de gedaante van een sprekende slang aan – in andere versies die van een adelaar - en bracht de mens zo tot bewustzijn van zichzelf. De slang is het symbool van de transformatie en zo van de geneeskunde. Demiurg boos, einde paradijs, begin van hard werken: begin van de terugweg, Het Pad, dat begint met bewustzijn, de eerste stap op de inwijdingsweg.

Uit het geheime boek van Johannes 

Maar de boom die door hen wordt genoemd
"de kennis van goed en kwaad"
is de verlichtende Epinoia,
waarom het gebod gegeven werd:
"eet hier niet van"
[…]
’Maar ik [Christus] heb hem ertoe aangezet te eten.’
En ik [Johannes] zei tegen hem [Christus]:
’Heer, was het dan niet de slang
die hem dit leerde?’
Hij glimlachte en zei:
’De slang leerde hun de voorplanting,
lust, bezoedeling en verderf,
omdat dit hem van nut is.’
(52)
’Dank zij de hemelse autoriteit
en door openbaring van kennis
onderrichtte de Epinoia
in de gedaante van een adelaar
hem [Adam] door middel van deze boom […] (63)
[…] En hij [de Demiurg]
wierp hen uit het paradijs
en hij omkleedde hen
met een dichte duisternis. (64)
[Dit is: vergetelheid, d.w.z. van afkomst, aard en bestemming:]
[..] en [..] wierp hij een vergetelheid over Adam.
(60)

Een andere bron (zie Quispel 2001 en diens bronnen) spreekt van de eerste Adam als een lichtmens, Phoos of Adam Quadmon genoemd, een geest, zich van geen kwaad bewust. De engelen die hem gemaakt hadden overreden hem in een aards lichaam te treden. Volgens andere bronnen was deze lichtmens door God geschapen op de tweede dag: "Er zij licht". Zich van geen kwaad bewust, deed hij dit: hij ging omlaag naar de materie ('de zondeval') en zie, daar was de aardse Adam. 

Gnostici zien de materie, het stof, wel als het kwade en het geestelijke, onstoffelijke, als het goede. In die zin is de beroemdste boom ter wereld, die van kennis van goed en kwaad, de boom van de bewustwording van het dubbele van de mens: ziel en materie. De in Genesis vermelde schaamte om de naaktheid, dus seksualiteit, kan dan ook gezien worden als schrik ofwel de schok van het plotselinge bewustzijn: zodra de mens iets at, wat dan ook, werd hij zich ineens bewust van zijn dubbelheid als ziel in een sterfelijk lichaam dat bescherming, dus kleding, en voortplanting nodig had, dus seksualiteit. Er was dus schrik wegens plotseling bewustzijn van dubbelheid, en niet schaamte voor naaktheid en seksualiteit. Gnostici hadden hier niet zo veel moeite mee als joden, christenen en moslims. Bewustzijn is de eerste stap op de weg terug, zoals wij hieronder zullen zien: de mens was al op weg, op het pad terug naar zijn oorsprong. 

Ook de Qur'an spreekt van de mens als geboren uit één ziel én uit een klomp bloed, dan wel een druppel of uit klei. Ook de Griekse filosoof Plotinus vertelt van de ziel die afdaalt in de materie en die weer terug wil naar de Eenheid. 

Zeven stadia te gaan

God is, zoals onze taal mooi zegt, "in de zevende hemel". Om neer te dalen op aarde moest de Zoon dus zeven hemelsferen verlaten om uiteindelijk als mens hier op aarde te komen om de boel hier een beetje recht te zetten. De strenge God van het oude testament moest vervangen worden door 'Onze Vader'. De Qur'an behoudt de strengheid van Allah, maar voegt hier steeds aan toe dat Allah ook heel vergevend en barmhartig is. Ook de Qur’an spreekt van zeven hemelsferen: "En Wij hebben boven u gesteld zeven hechte hemelen" (o.a. 78,12). Wij van onze kant moeten die zeven hemelen omhoog door zien te komen, de andere kant op: Het Pad. In de gnostiek is vaak sprake van die zeven hemelsferen die wij nog te gaan hebben.

In de gnostiek, maar ook in zowat alle oude mystiek, zijn er steeds zeven stappen te gaan, als mens en als mensheid: de zeven inwijdingsstappen. Deze zijn van alle culturen en religies. Ook het christendom kent ze in haar zeven sacramenten, de zeven zaligsprekingen, en de zeven kruiswoorden. Hans Stolp betoogt dat de eerste zeven wonderen van Jezus, zoals beschreven in het Johannes evangelie, die weg al aangeven. 

Hier volgen die zeven stappen, die overigens in de gnostiek niet gezien worden als 'het rechtgebaande pad' van de Qur'an, maar eerder als een cyclisch te doorlopen proces. Markant genoeg zijn deze stappen ook te herkennen in de psychotherapie zoals Carl Rogers die beschrijft. 

  1. De eerste stap is het zich bewust worden en goed leren kijken, d.w.z. door de uiterlijke schijn heen het wezen der dingen, mensen en kosmos leren zien. Ook Plato zegt dit. In mijn proefschrift zeg ik: probeer door het (lastige) uiterlijke gedrag heen te kijken en de kennelijk belangrijke boodschap vanuit het innerlijk te verstaan. 

  2. De tweede stap is: stil zijn en het ego en het rationele verstand wat bescheidenheid aanleren, zelfbeheersing en ascese. Zo ga je open staan voor wat er dan komt, van binnen of van boven – in de gnostiek is dat hetzelfde. Open staan voor belevingen als zich deel weten van een groter geheel, ook voor verwondering, voor schoonheid en beseffen dat we niet alles kunnen bevatten met ons verstand. Het boeddhisme is hier sterk in. De ‘Cursus in wonderen’ leert het..

  3. De derde stap is de strijd, al-jihad, de innerlijke inspanning: leren om te gaan met de donkere krachten van jezelf en in jezelf, de schaduwkant. Jung heeft hier veel zinnigs over gezegd. Zonder de eerste twee stappen te hebben afgelegd ga je projecteren en loopt het mis of op rampen uit. De ware jihad is een strijd met jezelf. 

  4. In de vierde stap kun je dan open gaan staan voor de kosmische en innerlijke krachten en daarmee bijvoorbeeld leren helen, dus mensen genezen, onderwijzen of helpen.

  5. In de vijfde stap leer je leiding te geven als een wijze leraar, gids, vorst of profeet. Koningen werden geacht deze stap bereikt te hebben. 
    Profeten gingen nog een stap verder:

  6. In stap zes komt er ruimte voor visioenen zoals al-israa’, de nachtreis van de profeet in Sura 17 van de Qur’an, die van de profeten in het oude testament of die van Johannes in de Openbaring.
    Zover ben ik nog niet, al sta ik open voor wat mijn nachtreizen, mijn dromen, mij te vertellen hebben. Kennelijk is de mensheid ook nog niet zo ver.

  7. Tenslotte is er dan de eenwording met De Ene. Ook het boeddhisme en hindoeďsme (zie het hoofdstuk wat daarover gaat) spreken hiervan.

Ook de kerk en de religie is onderweg op haar pad. Hans Stolp betoogt dat er

eerst een Petrus-tijdperk moest zijn: de ‘steenrots’, een deugdelijke basis, materie, zij het erg vrouw-onvriendelijk.

Dan een Paulus-tijdperk: vanaf de reformatie met haar theologische strijd om de juiste inzichten, ziel en verstand, ook niet al te vrouw-vriendelijk.

Nu zijn wij aangekomen bij het Johannes-tijdperk, het spirituele tijdperk, het tijdperk van de Heilige Geest, Sophia, een vrouw. Nu is er ruimte om de gnostiek terug te halen in onze spiritualiteit, om te herstellen wat er mis ging in het eenvormige Petrus tijdperk met zijn brandstapels, materie, en het Paulus tijdperk met zijn opsplitsingen, ziel en verstand. Terug naar de geest, de eenheid in verscheidenheid. De gnostiek is immers te herkennen in het christendom, de islam, het jodendom en het boeddhisme en hindoeďsme en kan dus verbindend zijn.

De lange weg van de gnostiek

Het middelpunt van de ontwikkeling van de gnostiek lag in Egypte, in Alexandrië (Valentinus). Hier kwamen ideeën van het oude India, Perzië (Manicheërs, Zoroaster ofwel Zarathustra), Israël (Joodse mystici, Henoch) en Griekenland (Plotinus) bijeen en voegden zich bij de oude Egyptische leer van de hermenistiek. Er waren inwijdingsscholen en er was de befaamde bibliotheek die helaas verbrand is. Maar gelukkig schreven de Egyptenaren ook in deugdelijk onbrandbaar steen en verstopten de monniken hun rollen in kruiken in een grot - en zijn er nu mensen die Egyptisch, Koptisch, Aramees, oud-Grieks, Perzisch (Farsi) en Arabisch kunnen vertalen. 

Via Griekenland werd de gnostiek ook in Rome bekend en vandaar vooral in Zuid-Frankrijk. Daar leefden de Katharen volgens de gnostische beginselen. Katharen waren zeer vreedzame en sociale mensen. Vanwege hun ideeën echter zijn ze letterlijk te vuur en te zwaard bestreden door de paus en massaal gestorven op de brandstapel. Sindsdien werd de gnostiek als het ware in het geheim doorgegeven, o.a. via Nostradamus, Cusanus, Erasmus en via genootschappen als de Rozenkruisers, de Vrijmetselaars en dergelijke orden, tot ze uiteindelijk onze tijd bereikten. Het waren o.a. Jung en Steiner die de gnostische inzichten herontdekten en erover publiceerden. In Amsterdam is de Bibliotheca Philosophica Hermetica, in 1957 gesticht door J. R. Ritman, waar vele van deze oude geschriften bewaard worden en toegankelijk zijn gemaakt.
Er is nog een weg.

Het Islamitisch Soefisme, at-tasawwuf,

hetgeen ook betekent 'zuiverheid, ascese'

In de oorspronkelijke islam zijn al elementen te herkennen van de boeddhistische mystiek en de gnostische wijsheidsleer. Deze mystiek heeft binnen de islam een eigen ontwikkeling doorgemaakt die met de verspreiding van de islam ook naar Europa gekomen is. Veel gnostisch-soefistische inzichten zijn vervat in islamitische poëzie. Poëzie wordt in de Arabische cultuur veel meer gelezen en uit het hoofd geciteerd dan in het westen. De beroemdste mystieke dichter is Jalalu’l-Din-Rumi (1207-1273), ook wel Mevlana genoemd: ‘onze meester’. Deze naam leeft nog voort in die van stichtingen en moskeeën.

De bekendste islamitische mysticus en filosoof is Ibn Arabi, die leefde van 1165 tot 1240. Hij zette zich niet af tegen de islam, maar wilde het soefisme in de islam integreren. Dit is ook gelukt, zodat zijn werk nooit door de islamitische geleerden, de ulama, verboden is en dus gelezen kon worden tot op heden toe. Hij baseert zich dus ook op de Qur’an waar voldoende mystieke en vreedzame uitspraken in staan naast de wat meer strijdbare, maar in de Bijbel is het al niet anders. De meer vreedzame en spirituele verzen stammen uit de beginperiode in Mekka, de meer strijdbare uit een latere periode in Medina, waar de profeet zich moest verdedigen (zie mijn hoofdstuk daarover).

Pas veel later kwam er rust in de islam, toen deze zich gevestigd had. Er kwam meer ruimte voor bezinning. In Bagdad werden de geschriften van de Griekse filosofen vertaald, in die tijd vooral het neoplatonisme. Het was vooral Plotinus, Felotin in het Arabisch, die goed aansloot bij het islamitische denken, die het denken van Plato, Aristoteles en Pythagoras heeft willen integreren en die zo tot een vrijwel puur gnostische filosofie komt. Dit werd door de islamitische soefisten overgenomen en in het islamitische denken geďntegreerd, in het bijzonder door Al-Kindi (800-866) en Ibn Sina (980-1037). 

Het soefisme werd zo gevoed, kreeg een filosofisch fundament; het werd aanvankelijk (800-1000) verspreid door rondtrekkende leraren, later vooral beoefend in bepaalde orden, elk met hun stichters en hun eigen gedachtegoed, sfeer, riten en inwijdingsscholen. 

Ibn Arabi ziet het goddelijke aanwezig in heel de schepping en ook in de mens. Het Ene Licht weerspiegelt zich in vele spiegels, geschapen door het woord van God dat zich zo manifesteert. De opdracht van de mens is het goddelijke in zichzelf te ontdekken en te ontwikkelen, te vervolmaken, en zo Het Pad af te leggen dat ons terugvoert naar waar we vandaan komen. "De Ka’aba [heilige steen in Mekka] ligt in je eigen hart en daaromheen moet de bedevaart plaatsvinden". Ook "de parel", bekend uit het evangelie, wordt door de dichters als beeld gebruikt van de goddelijke vonk in de mens.


"Wat doet de zuivere parel in deze kosmos vol stof?
Waarom bent u hier neergedaald?"

Zo dicht Rumi, 
alsook:

"Wij waren eerder bij de hemelen,
metgezellen van engelen waren wij.
Laten wij opnieuw daarheen gaan,
want dat is ons land".

Tegenstellingen, zoals die tussen religies, en die tussen goed en kwaad, maar ook die tussen stammen en clans, zijn slechts schijn en dienen overwonnen te worden door op hoger niveau de eenheid van al het bestaande te herscheppen. Ook hier komen we de ‘kennis van het hart’ tegen als ma’rifa, ‘ge-rijpte’ intuďtieve kennis verkregen door ascese en meditatie. Pure gnostiek, gericht op harmonie en het transformeren van tegenstellingen om de eenheid in de schepping te herstellen. Dus ook erg vreedzaam en beslist niet uit op oorlog en macht. De jihad is hier puur en alleen de inspanning, noem het de strijd binnen de mens, om Het Pad op te gaan. Ik vermeld dit om te laten zien dat de islam niet alleen uit oorlogszuchtige ideeën en griezelige jihads bestaat.

De gnostiek in onze tijd

Gnostiek is een waar medicijn voor ons in deze tijd van materialisme, versnippering, verdeeldheid, strijd, oppervlakkig consumentisme, eenzijdig gerichte wetenschap en elkaar beconcurrerende religies. Ons denken en onze taal zijn zo puur westers geworden, dat impulsen uit het oosten, waar de holistische ideeën nog leven en in taal te vatten zijn, voor ons helend kunnen zijn, heel kunnen maken, ons tot eenheid terug kunnen leiden.

Het wordt tijd om te beseffen dat wij allen mensen zijn, in wezen aan elkaar gelijk en allen waardige wezens met een glimp van het goddelijke, het Ene, in ons. Ik zeg er dan bij: alle mensen, dus ook kinderen, lastige jongeren en 'gestoorden'. Het is hoog tijd om te beseffen dat wij terug moeten van de verdeeldheid en de weg naar eenheid op moeten. In deze tijd van globalisering is nationalisme, isolationisme en protectionisme, maar ook bekeringsdwang niet meer ethisch te verantwoorden.

De kerken dienen hun isolationisme en hun machtsdrang op te geven. Zij dienen beleefd en bescheiden een stapje opzij te gaan zodat ‘de Geest’ eindelijk eens ‘kan waaien waar Hij wil’, zodat Wijsheid, noem het Sophia of de Heilige Geest, haar kans krijgt. In het Johannitisch tijdperk is er geen plek meer voor een machtige Petrische kerk, evenmin voor een dogmatische Paulinische kerk. Als de mensen stil leren worden – MTV moet dan wel even uit - en zich bewust worden, komt de intuďtieve kennis van het hart vanzelf naar boven. Ook als we leren luisteren naar de intuďtieve wijsheid van kinderen, dromen, beelden, mythen, kunstenaars of ‘gestoorden’ en voor hen openstaand met hen om durven gaan: "Wie niet wordt als kinderen…".

Dit gebeurt al. Men spreekt al van ‘Nieuwetijdskinderen’, van ‘Het Aquarius Tijdperk’, van een New Age of van een ‘Celestijnse Belofte’ [Ik vertaal liever met: ’Profetie’] die in vervulling zou gaan. Helaas treffen we in deze bewegingen nogal eens wat oppervlakkigheid aan, alsof ons welzijn van de standen van de steenklompen of gasreuzen van ons zonnestelsel zou afhangen. Ook in de gnostiek komen de planeten voor, maar dan als symbolen van geestelijke krachten, planeetgeesten genaamd, net zoals de Griekse goden dat zijn; de planeten zijn naar hen genoemd. Gnostiek gaat verder, reikt dieper – of noem het ‘hoger’, want "zo beneden, zo boven".

Gnostiek kan ook in onszelf heilzaam, helend werken. De ascese en de stilte die op de inwijdingsweg beoefend worden, kunnen stemmen van binnenuit - of van boven, in de gnostiek is dat hetzelfde - tot spreken brengen. Daarbij hoeven we niet zo bang te zijn voor ‘het afwijkende’, ‘het kwade’ of die ‘schaduwkant’, zoals Jung het noemt, want die horen er net zo bij als de tegenpolen daarvan. Die tegenstellingen zijn schijn en kunnen getransformeerd worden tot een nieuwe eenheid of heelheid. Zo kunnen we onszelf worden, worden wie we werkelijk zijn en ons ontwikkelen, het goede oude ideaal van Rogers en de humanistische psychologie. We kunnen vrede met onszelf hebben, gelijktijdig anderen accepteren zoals ze zijn – zelfs als die anderen moslim of christen zijn, of homo of nog erger - en zo bijdragen aan de vrede. Niet met het zwaard maar met het woord van kennis en begrip: gnosis.

Literatuur

Buitelaar, M. e.a., Mystiek, het andere gezicht van de islam, Bussum 1999

Bruijn, J.T.P., Een karavaan uit Perzië, klassieke Perzische poëzie; Amsterdam 2002

Dijk, Marc van, Elke soefi volgt eigen innerlijke spirituele school; Trouw 18 februari 2005

Douglas-Klotz, Neil, Het Verborgen Evangelie; Hoe we de spiritualiteit van Jezus kunnen ontdekken; Ankh-Hermes, Deventer 2000

Een Cursus in Wonderen, Ankh Hermes 1999

Gosztony, Alexander, Het Onze Vader; De groei van de mens naar liefde en innerlijke vrede; Schors, Amsterdam 1991.

Korteweg, Hans, Korteweg-Frankhuisen, Hanneke & Voigt, Jaap, De grote sprong; Gaan in vertrouwen; Servire, Utrecht 1996

Martínez, Florentino García & Tigchelaar, Eibert, Fragmenten uit de woestijn; De Dode-Zeerollen opnieuw bekeken ; Meinema, Zoetermeer 2003

Orason, David, De geheimen van Nostradamus; de Middeleeuwse code van de meester gekraakt in dit computertijdperk; Fibula 1997 (Century Books Ltd. 1997)

Prana 99, februari 1997, Genezen

Prana 124, april 2001, Terug naar de bron; Gnosis, Hermetica, mystiek, alchemie, Rozenkruisers in de Bibliotheca Philosophica Hermetica

Prana 140, december 2003, Ketters en Katharen

Quispel, Gilles, De oorsprong van de gnosis; Prana 124, april 2001

Quispel, Gilles, Valentinus de gnosticus en zijn Evangelie der Waarheid; In de Pelikaan, Amsterdam 2003.

Ruysbeek, E. van & Messing, M., Het Evangelie van Thomas; Ankh-Hermes, Deventer 1999

[* De hier weergegeven citaten komen uit deze uitgave. Intussen verscheen ook de vertaling en toelichting van Gilles Quispel - zie onderaan deze lijst bij "PS".]

Slavenburg, J., Het Evangelie volgens Philippus; Ankh-Hermes, Deventer 1997

Slavenburg, Jacob, De Hermetische Schakel; Ankh-Hermes, Deventer 2003

Slavenburg, J. & Glaudemans, W.G., Nag Hammadi geschriften I en II; Ankh-Hermes, Deventer 1996 [*]

Stolp, Hans, Johannes de Ingewijde; Esoterisch Bijbellezen; Ankh-Hermes, Deventer 2001

P. S.: Verschenen na het schrijven van dit stuk:

[*] Slavenburg, J. & Glaudermans, W.G., De Nag Hammadi Geschriften, herziene uitgave, 2e druk, Ankh-Hermes, januari 2005.

Prana 147, februari 2005, Zo boven, zo beneden, zo binnen, zo buiten.

Quispel, Gilles, Het Evangelie van Thomas, In de Pelikaan Amsterdam 2004.

De auteur

De auteur is forensisch orthopedagoog, hetgeen inhoudt het terugbrengen van jeugdige boefjes op ‘het rechtgebaande pad’. Hij is vader, grootvader en sinds jaar en dag pleegvader. Hij is invalide en benut de tijd door te lezen, te denken, te schrijven en mensen te helpen, in het bijzonder die graag met jeugd omgaan.

Start Omhoog