Start Omhoog

"Een groepsleider is ook maar een gewoon mens".

Over het omgaan met je eigen grenzen

Frans Gieles

FICE Bulletin, dec. 1984.

LEZING

gehouden op de gelijknamige studiedagen van FICE – Nederland op 6 en 27 november 1984

Zie eerst de Voorbereidende tekst, FICE NL november 1984

Onderstaande tekst is niet letterlijk zo uitgesproken; de tekst is opgesteld na de lezing; het taalgebruik is aangepast aan de schriftelijke communicatiemethode en de tekst is enigszins ingekort.).

"Goede morgen – nou ja, beter: slechte morgen. Verdomme, wat een zooitje onrustig. Ik ben vanmorgen een uur bezig geweest met waarschuwen, op de kop geven.. Ik werd zelf helemaal chagrijnig.Vooral Oene en Ferry: die begonnen met knoertharde muziek; hun plan om de wasmand naar beneden te gooien kon ik net voorkomen".

"Aan tafel waren die twee etterig, met name naar Berend, Hans en Nico. Oene heb ik naar boven gestuurd. Ferry ging gewoon in z’n eentje door als hij de kans kreeg. Boven was het lawaai van Hans die weer bij Carlo op de muur had zitten kloppen en die door Carlo, Geert en Kees gepakt werd. Carlo naar beneden dus".

"Maar goed, zo loop je mooi te rennen de halve morgen. Iedereen ging op tijd naar school. Later hoorde ik dat het beneden in de personeelskamer een grote puinhoop was: bloemen en planten uit de potten enzovoorts. Ik heb ’t idee dat Ferry en Oene òf Hans hier meer van weten".

Dit is een van de ongeveer vijfduizend conflictbeschrijvingen die ik gebruik bij het schrijven van een proefschrift over het omgaan met conflicten in de dagelijkse leefgroepsituatie. Conflicten kun je zien als situaties waarin grenzen worden overschreden over geraakt; omgaan met conflicten ligt dicht bij omgaan met je grenzen. Het kan op verschillende manieren, meer en minder vruchtbare manieren. Daarover schrijf ik een methodiek, die gebaseerd is op door groepsleiders geschreven en met hun besproken logboekverslagen. Die methodiek is niet uit een theorie afgeleid, maar vanuit de praktijk opgebouwd.

De conflictbeschrijvingen zijn bekeken en besproken aan de hand van de volgende zes blikpunten:

1. Je kunt op verschillende manieren kijken naar situaties, in dit geval situaties waarin je op de grenzen van je kunnen komt te zitten.

2. Je kunt verschillende dingen willen in die situaties.

3. Je kunt op verschillende manieren te werk gaan in die situaties

4. Je kijkt hoe het afloopt en

5. hoe je er zelf achteraf tegenaan kijkt, wat er gevoel-achteraf blijft hangen.

6. Zo vorm je je inzichten op grond van je ervaring.

Sommige manieren van kijken zijn vruchtbaarder dan andere,

sommige dingen zijn vruchtbaar om te willen, andere niet,

sommige werkwijzen zijn vruchtbaarder dan andere omdat ze beter aflopen en een betere bevinding-achteraf geven.

Heel kort geformuleerd, zijn de zes blikpunten dus deze:

1. Kijk

2. Wil of doel

3. Werkwijze

4. Afloop

5. Bevinding achteraf

6. Inzichten

Bekijken we op deze wijze het voorbeeld van de "slechte morgen", dan komt het er zo uit te zien:

1. Kijk: "Zooitje onrustig", "etterig".

2. Doel: reguleren, naar school krijgen

3. Werkwijze: waarschuwen, op de kop geven, voorkómen, naar boven sturen, rennen en detective zijn.

4. Afloop: Onrust, stiekeme daden en op tijd naar school.

5. Bevinding achteraf: slechte morgen, chagrijnig.

E e n  t w e e d e  v o o r b e e l d

"Om 23 uur vroeg Ciska of ze patat mocht bakken. Ik gaf hier toestemming voor. Karin ijverig aan het bakken. Ik had ook gevraagd of Nia en Sjaantje (van de buurgroep) iets wilden. Sjaantje kwam kwaad binnen, want Karin had gezegd dat het alleen voor onze groep was. Karin ging vreselijk te keer, ze hoefde al geen patat meer, enz. enz. Ik ben bij haar gaan zitten en heb haar wat gekalmeerd.

Later had Ciska een grote mond: er was geen frikadel. Toen Marijn zeer gepikeerd omdat er geen kaassoufflé was.

Toen werd ik kwaad, ik viel behoorlijk uit. Ik zei dat het op deze manier weinig gezellig patat eten was. Iedereen stil en wat onder de indruk. Kobi reageerde als eerste en zei "sorry". Ook Marijn en Ciska zeiden dat ze het niet zo bedoelden. Ik zei dat ik ook mijn grenzen had en dat het me teveel werd op dat moment. Daarna iedereen erg lief en rustig naar bed, na het patat eten".

Nu lopen we weer de zes blikpunten langs:

1. De leidster ziet vooral de behoeften van de meisjes: lekker eten, sfeer, kalmering.

2. Zij wil daaraan voldoen.

3. Zij geeft toestemming, nodigt anderen uit, gaat naast het meisje zitten, kalmeert…en wordt kwaad: geeft haar grens aan.

4. De afloop: stil, onder de indruk, sorry, niet zo bedoeld, lief, rustig.

5. en (6) zijn niet vermeld; ze lijken niet ontevreden.

We zien in het tweede voorbeeld een andere manier van kijken, andere doelen, andere werkwijzen, een andere afloop en een andere bevinding achteraf, kortom een geheel ander conflictverloop.

E e n   d e r d e   v o o r b e e l d.

"Met het eten vrij veel gemopper: kliekjesdag. Ik merkte dat mijn reserves op zijn en kon er weinig van hebben. Ik was ook niet in staat er een andere wending aan te geven. Het was duidelijk dat ik baalde, en met name Eefje en Zus trokken zich er wat van aan. Kersten echter totaal niet – waardoor het tussen haar en mij een ruzieachtige stemming werd. Het is dan duidelijk dat Kersten moeilijk rekening met anderen kan houden.

Onder de afwas voelde ik aan mezelf dat het ook met mij te maken had, ik kon niet zoveel meer hebben (achtste werkdag!). Ik nam me voor dat van mezelf in de gaten te houden en in conflicten voorzichtig te zijn. Toch vond en vind ik dat ik niet te ver was gegaan, maar niet meer de humor of ontspanning had om het om te zetten".

1. De leidster ziet hier ook zichzelf als deelgenoot in de situatie, met name haar eigen gevoel van op haar grens te zitten.

2. Ze wil "een wending geven" aan de mopperige sfeer.

3. Ze geeft haar grens aan door te balen.

4. Twee meisjes trekken het zich aan, een derde niet: ruzieachtige stemming.

5. Achteraf bedenkt zij dat het ook aan haarzelf ligt, en neemt zich voor om voorzichtiger te zijn.

In dit laatste bespeuren we een nieuwe doelstelling: het vermijden van conflicten. Lukt dit? Lees maar verder:

"Rond 19 uur volgde opnieuw een conflict met Kersten. Zij zat in de groep platen te draaien. Zus kwam en wilde een tekenfilm op de TV zien, daar is ze altijd gek op. Ze deed de TV aan en zei tegen Kersten: ‘ik wil dit zien hoor’. Kersten draaide de muziek er hard overheen. Zus de TV hard – ik er naar toe. Ik dwing Kersten de muziek zachter te zetten in eerste instantie, zodat ze me op z’n minst kan verstaan. Zus draait dan de TV op normaal. Ik zeg dat ik het te gekke flauwekul vind; ze kan de koptelefoon opzetten of de muziek afzetten. De hele dag door kan ze muziek draaien, en tv-programma’s zijn op een bepaalde tijd. Ik heb Zus ook gezegd dat ze niet overhaast moet reageren en rustig moest wachten met de tv aanzetten. Die accepteerde dit wel.

Kersten kijkt me spottend aan, lachend en zegt: ‘knappe meid als je deze muziek uitkrijgt’. Ik zei dat ik het al te gek vond dat ik me hiermee moet bemoeien en dat zij zo asociaal is om perse weer haar eigen zin te moeten hebben, maar dat ik haar wel helemaal laag schat als ik ook nog die knop om moet draaien voor haar. Daarna kon ik te horen krijgen wat voor een hekel ze wel niet aan mij heeft, enzovoort, enzovoort, maar ze deed hem zelf uit en stapte weg.

Op het moment, half acht, heeft Kersten in de tuin gebald en zit weer in de groep alsof er niets gebeurd is. Ze babbelt met Zus en Ineke. Terwijl ik het nog voel zitten.

Vaker bots ik tegen Kersten’s zin-doordrijven of asociaal gedrag op. Het zijn kleine strijdjes, waarbij je wel kunt winnen, maar die bij haar weinig veranderen.

Ze doet zelf al weer snel normaal en babbelt lustig voort. Ik wil het toch eens met haar over die incidenten hebben, al weet ik hoe moeilijk dat is en hoe ze haar woordje onmiddellijk weer klaar heeft. Het is een vorm van gemakzucht om tegen haar ook weer gewoon te doen, want dan ben ik er van af. Toch breng ik het nu niet op om met haar erover te gaan praten.

Ik voel me bepaald niet tevreden met zulke toestanden. Ik zoek dan naar een punt om haar te raken, te kleineren, waardoor ze de aftocht blaast. Niet zo fraai natuurlijk. Opvallend vind ik dan wel dat sommigen aan je zien dat je baalt en daar hun eigen grenzen naar verschuiven. Kersten heeft daar weinig oog voor, ook ten opzichte van de andere meisjes. Hoewel ze soms ook weer iets voor iemand op kan nemen op een goede manier. Als er geen direct eigenbelang bij zit heeft ze vaak wel sociaal inzicht".

1. Kijk op de situatie: Kersten is "asociaal", "drijft haar zijn door". Dit is "te gekke flauwekul". Het zijn kleine strijdjes.

2. Wil: winnen, reguleren, aftocht laten blazen, socialer maken.

3. Werkwijze: dwingen, raken, kleineren.

4. Afloop: "spottend", uitdaging, knop uit en weg; geen verandering.

5. Bevinding achteraf: ontevreden, niet zo fraai.

6. Inzicht: Die strijdjes kun je wel winnen, maar je bereikt er weinig echte verandering mee..

We hebben nu verschillende manieren van omgaan met de grenzen van wat je als groepsleider verdraagt in werking gezien, en ze in het zes-punten-schema samengevat. Ik heb dit gedaan bij duizenden conflicten, en vervolgens die samenvattingen in groepjes gelegd. De vele conflictbeschrijvingen laten zich dan in drie stapeltjes indelen. Van die stapeltjes kun je de zes blikpunten opnieuw invullen, uiteraard op een abstracter en nog samenvattender niveau. Er ontstaat dan het volgende schema, waarin drie manieren van omgaan met conflictsituaties kernachtig zijn beschreven in zo min mogelijk woorden:

 

manier 1: 
ONTMOETEN

Manier 2: VERMIJDEN

Manier 3: BEHEERSEN

1. Kijk

De bewoner is hetzelfde als ik (zou kunnen zijn)

Uiteenlopend

De bewoner is anders dan ik

2. Wil

Contact leggen/herstellen/behouden

Conflict vermijden

Beheersen, reguleren

3. Werkwijze

Contactbevorderend, grensaangevende ik-boodschappen

Inslikken, grenzen verhullen

Macht en (verbaal) overwicht gebruiken

4. Afloop

contact   hulp

Het conflict komt toch

Aanpassing, of: het conflict loopt op

5. Bevinding achteraf

Moe, maar tevreden

Angst

Spanning, moe en ontevreden

6. Inzicht

Grensverruimend voor beiden

Dit werkt niet

Grensversmallend voor beiden

De gegeven voorbeelden zijn nu in dit schema te plaatsen; het kan een nuttig schema zijn om in je achterhoofd te hebben; je kunt je dan afvragen: waar ben ik mee bezig? Waar zit ik? En als je plek in het schema je niet bevalt, kun je gaan verhuizen. Dat is namelijk mogelijk: er zijn situaties, waarin je niet onder enig gebruik van macht en overwicht heen kunt, er zijn momenten dat regulering nodig is. Maar met de (meestal tijdelijke) rust die dit oplevert, ben je nog niet klaar; je doet er beter aan nog even door te werken totdat je weer in het ontmoetingsmodel bent aangeland. Ik beweer namelijk dat dit beter werkt, omdat het beter afloopt en een betere bevinding achteraf geeft. Je kunt ook starten in het vermijdingsmodel, het even aanzien dus, en dan bewust kiezen welke kant je op wilt. Je kunt ook vanuit het ontmoetingsmodel een uitstapje maken naar werkwijzen vanuit het beheersmodel zonder het gehele model over te nemen; je kunt weer terug naar je basis, het ontmoetingsmodel. Ik concludeer uit de vergelijking van tal van conflictbeschrijvingen namelijk dat dat de beste basis is. 

Zeer wezenlijk hierin is je kijk op de situatie: zijn de bewoners van mijn groep in wezen mensen net als ik (zou kunnen zijn) of zijn zij ànders: gestoord, asociaal, agressief, delinquent, dom of noem maar op. Ik kom hier straks op terug. 

Even belangrijk is het doel, je wil: beheersen, reguleren, rust scheppen als primaire doelstelling, of: contact leggen als primaire doelstelling, óók, en zelfs juist als er onrust is en de zaken niet zo gereguleerd verlopen; juist als iemand kwaad, depressief, onrustig enzovoort is. Daartoe moet je als het ware áchter het gedrag kijken, zoeken naar het gevoel of de behoefte die in het gedrag wordt uitgedrukt, dus op die manier naar het gedrag kijken.   

Dan de werkwijze van het ontmoetingsmodel: hoe ziet dat contactbevorderend werken eruit? Daarover valt natuurlijk een heel boek te schrijven. In ieder geval is te zeggen dat "contact" iets is tussen personen en niet iets tussen een "functionaris" of "teamlid" anderzijds. Dat houdt dus een opstelling in als persoon, dus anders dan anderen. Teams die krampachtig in alles gelijk willen optreden werken dus niet contactbevorderend. 

Er is nog een "dus", namelijk: dus met het voortdurend aangeven van je grenzen. Iemand die net doet alsof hij alles kan (beheersen) en alles verdraagt en snapt, (een duizendpoot) is niet als persoon herkenbaar - en wordt dus uitgedaagd tot hij zijn grenzen laat zien. Laat die grenzen dan liever meteen zien, en wel als jouw persoonlijke grenzen. Dit houdt dus de noodzaak in, je persoonlijkje grenzen te herkennen, te erkennen, en ze vervolgens aan te geven. Zo kom ik op die grensaangevende ik-boodschappen. Dat "ik" verwijst naar zinnen als: "Ik pik dit niet", "ik kan hier niet tegen", in tegenstelling tot "jij moet..." zinnen. (Zie hierover ook de boeken van Thomas Gordon). Kwaad worden is één van die manieren om je grenzen aan te geven. Een belangrijke manier overigens, omdat kinderen die zelf kwaad zijn eerder contact aangaan met een groepsleider die zelf ook zijn kwaadheid laat zien dan met een groepsleider die dat verbergt.

"Nu heb ik je kwaad!", zei Nikai in het conflict, dat op blz. 7 van het gele studiedag-boek is weergegeven, en dat ook beschreven is in Jeugd en Samenleving aug-sept. 1983, blz. 501. Op de lezing heb ik het hele conflictverloop voorgelezen; hier kort ik het in: 

Nikai werd verdacht van het stelen van een cheque, wat hij niet gedaan had. Hij was vreselijk kwaad en het lukte niemand hem hierover te spreken. Groepsleider Berry blijft afwisselend bij hem, en laat hem dan weer even afkoelen. Een maal moet hij Nikai met overwicht kalmeren. Daarna sluit de jongen zich weer af. Het lukt de groepsleider contact te krijgen op het moment dat hij het conflict persoonlijk maakt: 

"Ik ben steeds ingegaan op mij of hij. Of ik zijn vertrouwen geschaad heb. Eindelijk deed hij de deur los, keek me wat bang aan en huilde een beetje. We hebben samen gepraat over het vertrouwen en over zijn gedrag. Hij was en is alleen boos op Ian (groepsleider die hem verdacht, FG), maar verwijt het iedereen. Later ben ik samen met hem naar boven gegaan en heb ik hem ondergestopt. Hij zei: "Bedankt". 

In de volgende dienst van deze groepsleider kan Nikai, en voor het eerst, vertellen wat hem thuis dwars zit; dat is juist dat hij thuis altijd de schuld krijgt van alles wat maar een beetje mis gaat en nooit vertrouwd wordt.

Een ander voorbeeld dat is voorgelezen en hier verkort wordt weergegeven: 

"Wim vroeg of ik hem een verhaal wilde vertellen wat ik vroeger aan ondeugd had uitgehaald". 
Wim vroeg dit bij het onderstoppen, nadat hij die dag meerdere malen fors met de (nieuwe) groepsleider Koen was gebotst. Koen had hem zelfs al naar zijn kamer gebracht eerder op de avond, maar Koen liet het niet bij dit gebruik van macht en overwicht: 
"Na de afwas heb ik Wim een paar maal bezocht op zijn kamer.(...). Elke keer dat ik naar Wim ging, kreeg ik meer contact met hem. Niet dat hij problemen of iets dergelijks vertelde, maar ik had de indruk dat hij mij vergaf of zoiets. Hij zei letterlijk dat hij het wel begreep". 

We zien dus dat Wim contact zocht met zijn nieuwe groepsleider door naar zijn grenzen te zoeken, te zien hoe hij daarmee omging, èn door op zoek te gaan naar het ondeugende jongetje in zijn groepsleider: Is Koen net zo iemand als ik? Ziet hij mij als iemand net als hij?

Als iedereen op bed ligt en de ervaren collega van Koen is vertrokken, wordt het weer onrustig en botsen Koen en Wim opnieuw met elkaar. Wim is vreselijk kwaad op een groepsgenootje. "Ik heb hem toen naar beneden gesleept en hem op de bank gezet. Ondertussen schreeuwde hij dat hij naar huis wilde en dat hij hier met niemand kon praten, behalve met Froukje (groepsleidster) en Kitty (psychologe). Ik was aan het eind van mijn mogelijkheden en bood hem aan telefonisch contact op te nemen met een van beiden. Dat vond hij goed (...) hij werd rustiger (...) de crisis was voorbij (...) het hielp. Wim keek mij weer aan en we hebben toen samen iets gedronken". (Froukje noch Kitty was bereikbaar). Koen en Wim zitten nog een poosje samen op de bank. "Er werd weinig tot niets gezegd. (...) Het was zo'n stilte die meer zegt als dan er gepraat wordt. (...) Ik heb hem ondergestopt en hij sliep vrijwel meteen in. Het is misschien raar, maar ik had een tevreden gevoel.

We zien in dit voorbeeld dus het ontmoetingsmodel in werking: zodra Koen zijn grens herkent, erkent en aangeeft, is de crisis over en is er contact. We herkennen ook het gevoel-achteraf: moe maar tevreden. Na dit conflict kon Koen werken met Wim, omdat het conflict tot een ontmoeting werd die tot contact leidde; daarná is pas hulp mogelijk. Dat was mogelijk doordat Koen in het ontmoetingsmodel keek, wilde en werkte - ondanks zijn uitstapjes naar methoden uit het beheermodel. 

Ik zou dit niet zo zeggen, als dit het enige voorbeeld was dat zo verloopt. Maar het zijn er honderden. 

Je grenzen herkennen, erkennen en aangeven, zo contact leggen en elkaar ontmoeten en zo tot hulpverlening komen is één. Er is meer. Hoe ga ik het vruchtbaarst met mijn grenzen om is vraag één. Vraag twee is:

HOE VERRUIM IK MIJN GRENZEN?

Ter voorkoming van misverstanden even een taalkwestie. Het woord "grens" wordt hier gebruikt in de zin van: de grens van wat je kunt (verdragen). Het woord wordt ook wel gebruikt in de zin van: de grens van wat er toegelaten is, wat er mag. Het gaat hier alleen om de eerste betekenis van het woord. Voor de tweede betekenis gebruik ik de term "norm". Grensverruiming betekent dus: een verruiming van de grenzen van het kunnen van groepsleiders en niet een verruiming van de normen die in de opvoeding gehanteerd worden. In de lezing zijn er twee voorbeelden voorgelezen, ik geef ze hier verkort weer. In beide gevallen ging het om een jongen die weigerde naar school te gaan.

De ene groepsleider, Ab, ziet de weigering als verzet, dus stuurt hij de jongen naar zijn kamer en wil dat hij werkjes doet. De jongen weigert alles en sluit zich totaal af. 

De andere groepsleider, Ben, ziet hetzelfde gedrag anders, namelijk als uiting van depressiviteit, met name waar het de toekomstkansen betreft. Hij gaat samen met de jongen iets doen en al doende hoort hij hoe somber de jongen is, tot aan zelfmoordneigingen toe. Ben straft niet, gaat naar de school, bemiddelt tussen jongen en school, schat samen met de jongen de kansen in. De jongen vindt weer moed om naar school te gaan.

Het denkraam van Ab is het denkraam van de beheersing; daarin ziet hij de weigering als verzet, geeft "dus" straf en krijgt "dus" gedrag terug dat hij wederom als verzet ziet. 

Het denkraam van Ben is dat van de ontmoeting; daarin ziet hij de weigering als depressiviteit, waar hij vervolgens aan kan werken. Het eerste denkraam vernauwt dus de grenzen van de groepsleider, het tweede denkraam verruimt de grenzen. Het denken in termen van "beheersen" vernauwt je blik en je grenzen, het denken in termen van "ontmoeten" verruimt je blik en je grenzen. 

Hier zien we dus een eerste manier van grensverruiming: denk niet in het denkraam van beheersen. Nu is dit ook weer niet zo eenvoudig: de maatschappelijke positie van de groepsleider is namelijk te zien als een betaalde en vooruitgeschoven post in de maatschappij. De maatschappij zet een betaald iemand aan het werk, om haar eisen - in dit geval de leerplicht - aan de jeugd te stellen. Het punt is nu, hoe je je hierin opstelt: neem je als groepsleider blindelings die positie in en geef je automatisch die eisen door, dan sta je al snel als eiser tegenover je bewoners en zit je automatisch in het beheersmodel. 

Er is echter een andere opstelling denkbaar die we bij Ben in het werk zagen: je stelt je dan op naast de bewoner en kijkt samen met hem of haar naar de eisen die er vanuit de maatschappij op jullie beiden afkomen als een stuk realiteit, waar je beiden en samen mee te maken hebt. Deze positiekeuze maakt hulpverlening mogelijk en het maakt het ontmoetingsmodel mogelijk. 

Speelde de eerste manier van grensverruiming zich in je denken af, de tweede manier speelt zich af in je willen en je handelen. De manier is dan deze: een door andere opgelegde norm niet automatisch zelf als norm overnemen; eerder creatief omgaan met het feit dat er dergelijke normen bestaan. Zo vertelde een groepsleider mij dat hij wel met zijn "mentorkind", tevens het kind waar hij het meest om gaf en het beste contact had, samen in bad ging, maar dat hij zich niet geheel durfde uit te kleden. Niet uit eigen normen of uit angst voor de jongen, maar uit angst voor wat de directie daarvan zou zeggen. Aangezien de directie nog nooit in de badkamer was geweest, deed hij toch maar wat hij voelde dat kon en dat goed was. Het contact met de jongen kreeg er een goede dimensie bij en verdiepte zich. En de groepsleider is nog altijd niet ontslagen.

De derde manier van verruiming haal ik niet zozeer uit de onderzoeksgegevens, als wel uit mijn eigen ontwikkeling. De manier is: je laten raken op je grenzen en daarmee voor jezelf aan het werk gaan. 

In het studiedag boek noem ik (op blz. 7 onderaan) het voorbeeld van de avond dat ik zelf aan mijn grens zat; daarom wilde ik een nogal klierende jongen per se precies op tijd naar bed hebben, om van hem af te zijn namelijk. Terecht pikte hij het niet dat ik zó met mijn grenzen omging; het werd een heel gevecht, waarin ik fors kwaad werd tot op het agressieve af. Vanaf die avond konden die jongen en ik het prima met elkaar vinden.

Waarom? Wat gebeurde er? Hij raakte mij op een grenspunt van mij: ik kon namelijk moeilijk echt kwaad worden en ik vermeed dat dus. Maar met die "aardige" groepsleider kon hij niet echt in contact komen. Ik zelf merkte dat ik eigenlijk best echt kwaad kon zijn, en dat dat helemaal niet zo'n ramp was als ik had gevreesd. Mijn grens werd verlegd, verruimd. En binnen mijn grenzen paste toen ook het gevoel van kwaadheid, zelfs van agressiviteit. Dus kon ik dat gevoel herkennen bij de jongen en hij bij mij. Hij paste sindsdien in mijn huis, mijn huis was ruimer geworden. Waardoor? Omdat ik mij liet raken. 

Het tweede gedeelte van de derde manier luidt: en daarmee voor jezelf aan het werk gaan. Daarmee bedoel ik dat je geruime tijd kunt rondlopen met gevoelens die bij je opgewekt zijn en vragen die dat oproept. Je gaat dan actief op zoek in jezelf en buiten jezelf: ben ik zelf ook wel eens kwaad, depressief, passief, hyperactief enzovoort? Zo ontdekte ik, dat ik eigenlijk veel "vrouwelijke" kanten in me had. Hij haalde die naar boven; door mij te laten raken en daarmee bezig te gaan, verruimde ik mijn grenzen aanzienlijk. 

Ook buiten jezelf kun je zo op zoek gaan. Door aandachtig te luisteren naar verhalen van jongens die over de zeer agressieve opvoedingsmethoden van hun ouders vertelden, kon ik hun gevoel van wrok in mijn huis halen. 
Door verhalen van delinquenten het gevoel van tekort komen en terug willen pikken. Dergelijke verhalen kun je van de bewoners van je eigen groep te horen krijgen; ze zijn ook door romanschrijvers en filmmakers verteld. 
Op die manier kun je een gifkikkertje, een huilebalkje, een pikkertje, haantje of hennetje, een angsthaasje, een doemdenkertje in jezelf ontdekken of minstens in je tuin toelaten. En daardoor kun je gifkikkertjes, ondeugdjes enzovoort zien als: mensen zoals ik (zou kunnen zijn) en hoef je de ontmoeting met hen niet meer zo te schuwen. Dit is dus in wezen mogelijk door actief aan je eigen ontwikkeling te werken. Je neemt daarmee dan ook zonodig afstand van aspecten van je eigen opvoeding.

Zo zat een stagiaire die ik begeleidde te gruwen als zij aan tafel naast een kind zat dat rijkelijk morste met het eten en zijn hapje min of meer naar binnen slobberde. De strengheid waarmee haar destijds als kind was afgeleerd kwam ineens weer boven. Daarna kon zij het opbrengen om niet met dezelfde strengheid de geschiedenis te herhalen, maar om via contact een leefbare eetsituatie te scheppen.

Er is een vierde manier: je collega's gunnen om ruimer of krapper te zijn dan jij, ofwel anders te zijn dan jij bent. Dan vorm je als team een klaverblad van mogelijkheden, een huis met meerdere kamers waar meerdere kinderen met hun rijkdom aan gevoelens welkom zijn. Als je allemaal hetzelfde wilt werken, kap je elkaars specifieke mogelijkheden af en vorm je een cirkel, waarin de personen niet meer te herkennen zijn. De kinderen zullen, omdat ze personen nodig hebben, dan gaan provoceren, net zolang tot je toch je persoonlijke grenzen laat zien. Doe dat dan meteen, lijkt me. 

Appendix: een latere versie van het schema*

Drie handelwijzen bij conflicten - Frans Gieles

Bron: Ca. 5000 conflictbeschrijvingen door groepsleiders

Manier

Manier 1

Manier 2

Manier 3

Naam

BEHEERSEN

ONTWIJKEN

ONTMOETEN of CONTACT- & CONFRONTATIE

(1) Kijk

De bewoner is anders dan ik

Grl. kijkt vooral vanuit zichzelf; angst kleurt de waarneming

De bewoner is hetzelfde als ik (zou kunnen zijn)

(2) Wil

Beheersen, reguleren

Conflict ontwijken

Contact. Door het conflict heen gaan. Conflict inhoudelijk oplossen

(3) Werkwijze

Macht en (verbaal) overwicht gebruiken, dit als functionaris

Grenzen verhullen. Gevoelens inslikken

Contact leggen/herstellen/behouden/bevorderen, wil en gevoel van de ander (h)erkennen, eigen wil en gevoel aangeven, dit als persoon

(4) Afloop

of: Aanpassing

of: Conflict loopt op

Het conflict komt toch

Contact. Inhoudelijke oplossing. Hulp

(5) Bevinding achteraf

Spanning, moe en tevreden, soms twijfel

Angst

Moe, maar tevreden. Soms twijfel

(6) Inzicht

Reguleren blijkt noodzakelijk. Contact is moeilijk. Dit is grensversmallend voorbeeld

Dit werkt niet. Wie conflict ontwijkt, ontwijkt ook het contact

Een zo opgelost conflict leidt tot beter contact. Dit is grensverruimend voor beiden.

(7) Uitvinden: Hoe beter

Betere beheerstechnieken uitvinden, meer macht verwerven

Als dit niet werkt moet ik of naar 1 of naar 2

Contact- en invoelingsvermogen vergroten, zelfexpressie verruimen.

 

* Voor de eindversie ervan: zie de Samenvatting van Conflict en Contact.

Zie voor verdere literatuur over dit onderzoeksproject
de lijsten in het artikel "Warmte en intimiteit... kan dat wel?

Start Omhoog