Start Omhoog

Gevaarlijk voor de jeugd

 De gevaren van het beschermen van kinderen tegen seksualiteit

 Bespreking van het boek van

Judith Levine, Harmful for Minors,
The perils of protecting children from sex, 2001,
University of Minnesota Press, Minneapolis / London

 Lezing, Rotterdam, 1 november 2002
Studiemiddag Aljen Klamergroep, Pauluskerk,
"Per definitie misbruik? Beeld en werkelijkheid"

Frans Gieles

 De reacties

Het beschermen van kinderen tegen seks is gevaarlijk, zo zegt Levine al in de ondertitel.
Dit te zeggen is in het huidige Amerika ook erg gevaarlijk.  

Bruce Rind, Robert Bauserman & Philip Tromovitch – ze zijn in 1998 hier in dezelfde kerk geweest – hebben ook genuanceerd geschreven over seksualiteit en jeugd [*] – en ze hebben het geweten. Ze zijn op allerlei manieren verguisd en bedreigd. Wat uniek is in de VS – hoewel het in het oude Rusland heel gewoon was – is dat hun artikel zelfs door het Congres is veroordeeld. [**] In de zogeheten ‘vrije’ wereld is dit in eeuwen niet voorgekomen. Galileï had er last van toen de Paus het niet met zijn natuur-wetenschappelijke conclusie eens was dat de aarde om de zon draaide in plaats van andersom. Een radio-wagen posteerde zich pal voor Rind’s bureau aan de universiteit en er kwam niemand het gebouw in of uit zonder heel indoctrinerende vragen op zich afgevuurd te krijgen. Het programma werd live uitgezonden en duurde zes uur.

 [*] Rind, B., Bauserman, R. & Tromovitch, Een onderzoek naar de veronderstelde eigenschappen van seksueel misbruik van kinderen, gebaseerd op niet-klinische steekproeven, Lezing, Rotterdam, 18 december 1998.

[**] Gieles, F.E.J., Meneer de President...  Amerika schrikt van wetenschappelijk onderzoek van Rind cs., in: OK Magazine nr. 69, juli-aug 1999

Professor Harris Mirkin, een man die uiterlijk treffend op de oude Einstein lijkt, heeft ook iets geschreven, twee artikelen maar. In het ene [*] ontleedt hij de strijd tegen homoseksualiteit als een politieke strijd, een machtsstrijd dus; in het andere [**] neemt hij het op voor de zojuist genoemde Rind en zijn team en hun artikel. Onmiddellijk volgden de hate-mails en de zeer vijandige artikelen in de pers. Ook de politiek reageerde: de regering van de staat Missouri verminderde het budget, de subsidie dus, van zijn universiteit exact met het bedrag van zijn jaarsalaris, met een briefje erbij wat daar de bedoeling van was. De universiteit stond pal voor de vrijheid van wetenschapsbeoefening, bezuinigde elders wat en Mirkin behield zijn baan.

[*] Mirkin, Harris, The Pattern of Sexual Politics: Feminism, Homosexuality and Pedophilia, J. Homosex. Vol. 37, No. 2 (1999)

[**] Mirkin, Harris, Sex, Science and Sin: The Rind Report, Sexual Politics and American Scholarship, Manuscript submitted to Sexuality and Culture, Special Issue on Rind-Tromovitch-Bauserman

Alvorens te bespreken wat Judith Levine zoal geschreven heeft kijken we eens even naar de reacties die haar boek, nog ver voordat het gedrukt was, heeft opgeroepen. Let wel: voordat het boek uitkwam, dus gelezen kon worden, werd het al veroordeeld. Judith is onafhankelijk journalist, dus zij kon niet ontslagen worden. Wel kreeg de universiteit van Minnesota die het boek uitgaf het zwaar te verduren. Ook deze universiteit stond pal voor de vrijheid van meningsuiting.

“Ridder wil de Universiteit van Minnesota dwingen de stafleden te ontslaan die verantwoordelijk zijn voor een boek dat seks tussen kinderen en volwassenen verdedigt.”

Die ‘ridder’ was Robert Knight, een man dus, die, vertaald, Robert de Ridder heet, woordvoerder van de religieus-fundamentalistische propaganda-organisatie “Concerned Women for America’s Culture and Family Institute”, “Instituut van Vrouwen die Bezorgd zijn over de Cultuur en Het Gezin in Amerika”. Hij schrijft het volgende in een persverklaring die uitkwam kort na een radio-interview met Levine, ver voor het boek verscheen:  

“Kinderverkrachters krijgen een oppepper, hun gedrag wordt goedgepraat door een boek, uitgebracht door de Universiteit van Minnesota, dat seks met kinderen verdedigt. Dit boek [,titel,] is de droom van elke kinderverkrachter – en de nachtmerrie van elke ouder. […] Jocelyn Elders, die Surgeon General was onder Bill Clinton, zoiets als bij ons de secretaris-generaal van het ministerie van volksgezondheid, schreef het voorwoord van dit kwalijke geschrift. […] Nog niet tevreden met het verdedigen van volwassenen die kinderen leren masturberen, praat zij het gedrag goed van volwassenen die seks met kinderen hebben – zolang de kinderen hiermee instemmen. Iedereen, behalve kinderverkrachters en hun aanhangers, weet dat kinderen niet werkelijk kunnen instemmen met seks.  Iedereen weet dat kinderen tot ‘instemming’ gedwongen worden and dat de schade levenslang kan zijn. De schrijfster van dit boek, Judith Levine, is zelf bewijsstuk no. 1. Zij is als kind aangerand en  nu verdedigt zij dit voor andere kinderen.”

Levine zelf

denkt hier toch anders over. We verlaten meneer De MoraalRidder even en lezen wat zij hier zelf over schrijft – niet in het boek, maar in een artikel in Village Voice in juli 2002.

“Dit is een onschuldig verhaal. In 1967, de zomer voor mijn vijftiende verjaardag, werd ik verliefd. Het was mijn eerste hevige erotische liefde, en de beminde was een fotograferende kampleider, een slanke man met baard en blauwe ogen die ik hier Jake zal noemen. Hij was 26 jaar. Er is niets seksueels gebeurd. Toch denk ik aan deze twee maanden terug als de zomer van mijn panouissement, een Frans woord dat ‘opbloeien’, ‘opengaan’ en ‘stralen’ betekent. Jake nam honderden foto’s van mij, en de bevestiging van mijzelf die uitging van hem en zijn camera hebben voor mij de weg naar mijzelf geopend. Het heeft mij geholpen om ook in seksueel opzicht open te gaan, te gaan stralen.

Als hetzelfde in 2002 gebeurd was, zouden Jake en zijn camera niet als onschuldig worden gezien.  De volwassenen om mij heen zouden mijn kuise verhaal herschrijven tot een pervers verhaal; ze zouden Jake neerzetten als een dader of pleger

(het Engels geeft hier predator, in dit soort gevallen de standaarduitdrukking die letterlijk ‘roofdier’ betekent en die bijklank dus nog heeft) 

en mij als een ongelukkig en onwetende prooi 

(de prooi van het roofdier dus). 

Als ik mijn seksuele vorming begonnen was met lessen over ‘de goede en de slechte aanraking’ zoals die nu op de kleuterscholen worden gegeven, en als ik tientallen jaren de media had moeten horen vertellen dat de wereld vol zit met seksuele misdadigers die de wereld afzoeken naar jong vlees, dan zou ik zelfs hebben geloofd dat mijn vriend en mentor Jake een van hen was geweest. Die mooie idylle zou, in plaats daarvan, de zomer van mijn slachtofferschap zijn geworden. En, in plaats van mij open te maken, hadden Jake’s attenties mij opgesloten in angst en verwarring.”
[…]
“Hij hield van mij, dat voelde ik. Hij zag in mij de persoon die ik ook in mijzelf ging herkennen als mijzelf. Ik kon dit zien aan zijn foto’s.”
[…]  
“Ik probeerde hem te verleiden. [..] Ik fantaseerde – kort samengevat door mij hier en nu – dat hij ‘van alles bij me zou doen’.”
Hij heeft dit nooit gedaan. Ik heb hem maar een keer over seks horen spreken […, toen] hij zei: “Er zijn twee dingen die ik hier als kampleider niet kan doen: weed roken en de liefde bedrijven met een vrouw.”
[…]
”Hij heeft me nooit aangeraakt. […] behalve dan een arm om mijn schouder,  naast mij zitten op de bank […] en een zoen op de laatste dag van het kamp.”
[… - slotzin:]
“In de zomer van 1967 heeft een man aan een meisje het onschuldige geschenk gegeven van haar eigen ontluikende erotiek. Ik vraag me af of ik dit geluk, deze genadevolle gift, ooit had kunnen krijgen als ik nu een meisje was geweest.”

Terug naar onze Ridder  

Terug nu weer naar onze Ridder voor de Moraal, die dus over hetzelfde verhaal schreef: “De schrijfster van dit boek, Judith Levine, is zelf bewijsstuk no. 1. Zij is als kind aangerand (molested) en  nu verdedigt zij dit voor andere kinderen.” Met deze flagrante vertekening van het echte verhaal, is onze Ridder zelf het bewijs nr. 1 van zijn eigen onwaarachtigheid en dus zijn eigen morele onbetrouwbaarheid. Hij schrijft desondanks onbekommerd verder:  

“Aangeklaagde misbruikers hebben al misbruik gemaakt van een onderzoek, in 1998 gepubliceerd door de American Psychological Association – het artikel van Rind en zijn team dat hier ter plekke uitvoerig besproken is – om hun perversie goed te praten. Nu zullen ze dit afschuwelijke boek citeren om hun misdaden tegen kinderen goed te praten.”

“Als het bestuur van de Universiteit van Minnesota niet heel snel de hiervoor verantwoordelijken ontslaat, zal het volk van Minnesota en hun gekozen volksvertegenwoordigers wel heel snel in actie komen om hen te vervangen.” 

Het persbericht, verspreid over miljoenen huishoudens en verspreid door tal van web sites, citeert Knight verder:

“Hun uitgave is zo afschuwelijk en zo onverantwoordelijk dat ik vind dat zij hun recht op de academische vrijheid verspeeld hebben.”

Hij noemt het boek “duivels slecht” (‘very evil’, hetgeen als connotatie ook “duivels” betekent.), hoewel hij toegeeft… het boek niet gelezen te hebben.   

Levine krijgt van Associated Press gelegenheid tot een weerwoord. 

Zij zegt dat haar uitspraken in het interview verknipt waren – je kunt dit horen aan klikjes – en zo uit hun verband zijn gerukt. Ze zegt tegen seks tussen kinderen en gezagsdragers als ouders, priesters en onderwijzers te zijn, maar zij breekt een lans voor meer ruimte voor tieners om zelf eigen keuzen te maken in relaties met volwassenen.

Zij noemt als lichtend voorbeeld voor Amerika de Nederlandse wetgeving met het klachtvereiste tussen 12 en 16 jaar – hier zojuist afgeschaft! – omdat deze zowel bescherming als ruimte voor eigen keuzen biedt – “bood”, dus… verleden tijd nu…

De Amerikaanse wetgeving, zo zegt zij, plaatst alle minderjarigen onder één noemer zonder enige erkenning van het vermogen van jeugdigen om zelf relaties aan te gaan.

“Het per wet bepalen dat een hele bevolkingsgroep niet in staat is in te stemmen met seksuele verhoudingen is niet de beste manier om kinderen te beschermen, in het bijzonder niet als met het woord ‘kinderen’ hier iedereen bedoeld wordt van de geboorte tot zij achttien worden.”
[…]
De hysterie over mijn boek is nu precies waar mijn boek over gaat.”

Haar weerwoord mocht niet baten.  

Tim Pawlently,

leider van de Republikeinse meerderheid in het parlement van de staat Minnesota en kandidaat voor het gouverneurschap aldaar – een Hoge Piet dus – riep op de uitgave van het boek te voorkomen, aldus schreef hij in de Star Tribune.  

 “De laatste weken hebben de krantenkoppen vol gestaan met verhalen van slachtoffers die als kind seksueel zijn misbruikt”, zo las hij voor van een papier. “Dit soort smakeloze bevordering dat kinderen slachtoffer worden is niet te tolereren, en de staat (Minnesota dus) zou daar geen enkel aandeel in mogen hebben.”
”We moeten weten hoe het is gekomen dat een van de meest respectabele instituties (de Universiteit van Minnesota dus) een rol heeft gespeeld bij het goedpraten van kinderverkrachting.”

Pawenty zei desgevraagd dat hij het boek niet gelezen had…  

Dit zijn maar enkele van de honderden negatieve reacties. Ik zou het uur ermee kunnen vullen, maar dit doen we niet. Als sfeer-tekening zijn de geciteerde passages wel duidelijk en voldoende. Ze zijn nog netje in vergelijking met andere reacties, waarbij we de inhoud van de vele hate-mails nog niet eens hebben kunnen vernemen. We haasten ons nu naar het boek zelf.

Het boek

  Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste staat wat er zoal mis is, in het tweede deel staan de alternatieven, hoe het beter kan. Uit het eerste deel wil ik twee onderwerpen lichten die zo door de hoofdstukken heen aan bod komen. Om het eerste onderwerp kun je naar keuze lachen of huilen, om het tweede onderwerp kun je alleen maar huilen.

De voorlichting in de VS

Seksuele voorlichting bestaat niet in de VS, alleen anti-seksuele voorlichting. Echte voorlichting bestaat niet omdat ouders het niet aandurven – er is doorgaans ook weinig of slecht contact tussen ouders en kinderen daar. Scholen mogen het niet vanwege de doorgaans zeer conservatief ingestelde schoolbesturen en vanwege de subsidieregelingen die daar enorm sturend zijn. 

Zo krijgen alleen bibliotheken subsidie die een filter in hun computers hebben ingebouwd dat  sites met woorden als “borst” en “ontucht” voor kinderen tegenhoudt. Voor hen dus geen sites over borstvoeding, en bekend is dat deze filters vaak ook de Bijbel tegenhouden omdat ook daarin van ontucht gesproken wordt. Zo kunnen scholen die echte voorlichting zouden geven wel fluiten naar hun subsidie. Op deze wijze wordt bijvoorbeeld voorkomen dat er platen te zien zijn bij de lessen over seks. Alleen een soort biologische schema’s is toegestaan.  

Heel jonge kinderen krijgen les over wat daar heet good touh en bad touch, goede en slechte aanraking. Hen wordt angst voor vreemde meneren van jongs af aan ingepompt.  

Meestal wordt ook niet over voorbehoedsmiddelen gesproken. Dit zou seks namelijk maar aanmoedigen. Helaas, jammer voor de voorlichters hebben jongeren helemaal geen aanmoediging nodig: ze vrijen toch wel. Het gevolg laat zich raden: enorme aantallen jonge ongehuwde moeders, tieners nog, en enorm veel AIDS.  

Wel wordt er gesproken over alle ziekten die je met seks kunt oplopen, Levine somt  een enorme lijst op die zij in zo’n programma aantrof [p. 105-106] – nooit over het plezier dat seks zou kunnen teweegbrengen.

In een apart hoofdstuk loopt Levine in haar boek een groot aantal van zulke programma’s langs en vertelt zij van de scholen die zij bezocht heeft om mee te maken hoe die voorlichting dan wel plaats vindt. Als vrouw licht zij hieruit de conclusie dat er nergens en nooit gesproken wordt over het feit dat ook een vrouw wel eens naar seks zou kunnen verlangen. Dit is absoluut onbespreekbaar. Een vrouw is alleen een slachtoffer van de wil van de mannen. Zo simpel ligt dat. 

Wat er steeds en overal gepreekt wordt is onthouding. De boodschap is: doe niet aan seks voor je later getrouwd bent. Deze boodschap wordt eindeloos herhaald.  

Op het congres van de World Assosiation of Sexology in Parijs in 2001 [*] sprak niet alleen ik [**] , maar ook een Amerikaanse geleerde, Michael Young [***]. Hij vertelde heel serieus over zijn onderzoek naar die vorm van voorlichting, de Postpone Sex, stel seks uit, campagne. Het bleek dat de campagne niet veel hielp en dat de middelbare scholieren er lustig op los vreeën.Uit andere onderzoeksverslagen is gebleken dat de jongelui zelfs die een plechtige belofte doen om seks uit te stellen dit wel even doen, maar niet meer dan met enkele maanden gemiddeld. Als ze dan seks hebben, hebben ze het ook meteen onbeschermd, en doorgaans ruim voor ze achttien zijn. Hij moest dus zijn onderzoek maar voortzetten, concludeerde hij heel serieus, om de juiste manier te gaan vinden om die boodschap alsnog over te gaan krijgen.

[*] Gieles, F.E.J. , Seksuologie nu: twee recente congressen, In: OK Magazine 81, juni 2002 - Onlangs bezocht ik twee congressen en daar is wel iets over te vertellen. 

[**] Gieles, F.E.J., Hoe help je mensen met pedofiele gevoelens? Lezing op het 15e World Congress of Sexology, Parijs, juni 2001 en op het congres van de Nordic Association of Clinical Sexology, Visby, Zweden, september 2001 en te publiceren in European Journal of Medical Sexologie: Sexologies. 

* Dit is een externe link naar de site waarop deze lezing staat in vijf talen met een achtergrondartikel en vele andere artikelen.

[***] Predictors of virginity and recent sexual involvement among rural adolescents, Michael Young & Denny George, USA - Abstract of a lecture, given at the 15th World Congress os Sexology, World association of Sexology, June 2001, Paris (Abstracts book, page 268)

Ik reageerde met de recatie-microfoon dat wij hier in Nederland zowat het laagste percentage ongewenst moederschap ter wereld hebben – maar niet door een ‘stel seks uit’ campagne, maar door een open voorlichting van de wieg af. Dit sloot prima aan op de lezing van Sanderijn van der Doef over ‘Seksuele voorlichting van de wieg tot volwassenheid in Nederland’.

De zaal reageerde met opmerkingen als “Goed land, dat van u! Kunnen we een voorbeeld aan nemen! Zet vooral uw eigen beleid voort!”

De geleerde reageerde met te zeggen dat hij zoiets wel zou willen, maar dat de schoolbesturen en de ouders dit feitelijk onmogelijk maken daar. Ze willen er gewoon niet aan.  

Levine vermeldt [op p. 93] dat van een landelijke steekproef in 2000 98% van de ouders wel voorlichting wilde die AIDS zou voorkomen, maar dat 97% van de ouders dit wilde doen door onthouding centraal te stellen in de voorlichting. 

“Het idee dat seks een normaal – en de hemel voorkome ook een positief --  aspect is van het leven van adolescenten is ondenkbaar in een publiek medium. Er bestaat een middenstroom en een rechtse stroming inzake de seksuele opvoeding in Amerika, er bestaat geen links-progressieve vorm. […] Niemand, van Christelijk-rechts tot liberaal-links verzet zich ertegen onthouding te prediken.”

Intussen hebben, zo stelt zij, vrijwel alle tieners al seksueel contact, dus al die wijze lessen in onthouding helpen helemaal niks.

Een instituut dat dan wel voor gezinsplanning is, het Allan Guttmacher Institute, spreekt in een rapport ronduit van “een epidemie van tienerzwangerschappen”. [p. 96] Andere rapporten vermelden hoezeer AIDS daar verspreid is -- nog wel een graadje erger dus. Tienerzwangerschappen leiden tot leven, AIDS leidt tot de dood.

De jeugdige daders  

Dit is een triest verhaal. Levine noemt het hoofdstuk “Children who molest – the tyranny of the normal” – ‘Kinderen die aanranden, de tirannie van het normale’.  

Het punt is dat kinderen die in Amerika ook maar iets seksueels doen, onmiddellijk als dader of pleger worden aangemerkt, en de andere kinderen als slachtoffertje. Dader en slachtoffer, er zijn geen andere begrippen om in te denken. Daders krijgen een strenge behandeling opgelegd, slachtoffers een meer vriendelijk soort behandeling, maar altijd wel een vorm van behandeling, want als je aan seks doet ben je ziek, dit moge duidelijk zijn.

Er ontstond wel een probleem toen in een stadje ontdekt werd dat een grote groep nog jonge kinderen met enige regelmaat ‘seksje gespeeld had’ in een plaatselijk bos. De politie kwam er dus aan te pas en deze stond toen voor het probleem: wie zijn de daders, wie de slachtoffertjes? Hetzelfde kind was dan weer dader, dan weer slachtoffertje. Niemand die op het idee kwam dat de kinderen gewoon met elkaar gespeeld hadden, en waarom zou je wel ‘rovertje’ of ‘politie en boef’ spelen, en geen ‘seksje’ of ‘vader en moedertje’ spelen? Men was verbaasd en vroeg zich af hoe de kinderen aan zulke kennis van seksualiteit kwamen; niemand had hun dit toch ooit verteld.  

Wereldwijd bekend is het voorbeeld van het jonge Zwitserse jongetje Raoul dat zijn zusje had geholpen met plassen, hetgeen door een buurvrouw gezien was. Het jong was meteen ‘een dader’, moest uit huis, moest vastzitten, gestraft en behandeld worden want hij was een gevaar. Het gezin is naar Zwitserland terug gevlucht.  

In een ander geval werd een twee-jarig jongetje dat bloot in de tuin liep het misdrijf van exhibitionisme aangewreven. De ouders waren wettelijk verplicht een onderzoek toe te staan naar hun ongetwijfeld schandelijke manier van opvoeden. Er zijn voorbeelden genoeg bekend van kinderen van rond de tien jaar die al als daders zijn aangemerkt, compleet met behandeling en registratie en al.  

Levine bespreekt er een van, Tony Diamond. [p 45 ev]

Tony was negen jaar, zijn zusje was acht. Het zusje had op school verteld dat Tony haar “aangeraakt had, van voren en van achteren”. Volgens een wet uit 1974, de Child Abuse Prevention and Treatment Act, -- de wet ter voorkoming van kindermisbruik en voor behandeling – was de school verplicht elke verdenking van mogelijk misbruik te melden bij de zogeheten Child Abuse Hotline – meldpunt voor kindermisbruik. Er werd een onderzoek ingesteld waaraan de ouders wettelijk verplicht zijn mee te werken. Zo niet, dan bevorderen ze misbruik, en dat is niet best. 

Het rapport somde al Tony’s  seksuele misdrijven op: op school had hij seksuele taal gesproken en bij meisjes onder hun t-shirtje gekeken. als vier-jarige kleuter had hij al in het bad bovenop zijn zusje gelegen. Hij had zijn zusjes billen met een potlood aangeraakt, er even mee in geprikt dus. Intussen veranderden de verhalen van het zusje week na week.

De rechtbank oordeelde dat Tony, negen jaar jong, schuldig was aan seksueel misbruik van een minderjarige. Het rapport oordeelde dat Tony “een seks-midadiger in de dop” was, a budding sex offender.  

Ik citeer Levine [p. 46]:

Tony is een voorbeeld van een nieuwe epidemie, opgeroepen door het seksualiseren van kinderen, waardoor er een nieuw soort patiënt is ontstaan: ‘kinderen met seksuele gedragsproblemen en kinderen die aanranden.’ – Children who molest. […]

Kinderen van twee jaar jong krijgen dit als diagnose en worden ervoor behandeld en zelfs strafrechtelijk vervolgd voor ‘ongepast gedrag’ (Inappropriate behavior) als knuffelen (fondling), dingen in hun lichaam stoppen, bepaalde signalen afgeven (flashing), rondhangen (mooning), of ‘dwangmatig masturberen’. Uit de gevallen die ik onderzocht heb, bleek dat seks-spelletjes tussen broertjes en zusjes beschouwd werden als het ergste – en meest voorkomende – voorbeeld van een ernstig en algemeen probleem.

Van die ‘behandeling’ moeten we ons niet al te veel voorstellen. Het is ‘behandeling’, maar mag geen ‘therapie’ heten in mijn ogen. Het is pure indoctrinatie en gedragsbeïnvloeding op basis van de door Pavlov’s honden ontdekte beginselen van belonen en straffen die men ook bij circus dieren toepast.

"Kinderen die ‘aanranden’ worden steevast beschuldigd van het gebruiken van dwang, hoe vaak ook het ‘slachtoffertje’  zegt graag en met plezier meegespeeld te hebben en van ‘misbruik’ niets gemerkt te hebben. 
[…] 
Het ‘doktertje spelen’ wordt, net zoals elke uiting van seksualiteit, gezien als een ernstig gedragsprobleem. 
En zo stond er een zichzelf ‘expert’ noemende groep mensen op die, zonder enig schijn van bewijs, de kinderbeschermers ervan overtuigden dat er voor alle kinderen met seksuele gedragsproblemen een speciale therapie nodig is, de sex-offence-specific therapy, de ‘speciale therapie voor plegers van seksuele misdrijven’.” 

Hiermee zijn dus kinderen bedoeld. Er zijn intussen vele instituten met in totaal honderden programma’s die deze jeugdige misbruikers behandelen op last van de rechtbanken, dus ook betaald door de staat. Levine citeert iemand die met een dergelijk centrum een redelijke boterham verdient: "Het was een zakelijke beslissing". [p. 52].  

Levine vertelt ook het geval van Brian Flynn [p. 47], 

als veertien-jarige schuldig bevonden aan “lewd and lascivious conduct – ontuchtig en wellustig gedrag – te weten het vragen aan zijn zusje van tien jaar zijn piemel te likken of, volgens een andere lezing, hetzelfde te laten gebeuren. Hij moest er twee jaar voor vastzitten, hoewel de twee ‘slachtoffertjes’ het gebeuren ontkenden. 

Toen hij vrij kwam, verschenen er auto’s met luidsprekers in zijn woonbuurt die omriepen dat er nu “een gevaarlijke seksuele misdadiger” in de buurt woonde. Een helikopter vloog over om de tuinen in de gaten te houden. Brian vluchtte een heuvel op. Een agent met een geweer in de aanslag zette de jacht op hem in. De vluchteling wist zich te verbergen tot het donker werd en kwam uiteindelijk op aandringen van zijn moeder het huis binnen. Moeder verklaarde later dat zij bang was dat de jongen zelfmoord zou plegen.

Een tien-jarige jongen had twee meisjes vastgepakt op het schoolplein en werd veroordeeld voor twee maal rape – dat is toch “verkrachting” volgens het wooordenboek. Een twaalf-jarige mentaal gehandicapte jongen die zijn acht-jarig stiefbroertje in het bad had aangeraakt, ‘betast’ (groped), moest zich laten registreren als sex offender, seksueel misdadiger, een etiket dat hij levenslang bij zich zal houden.  

Wat er dus gebeurt is dat gedrag dat voor kinderen heel normaal is, nu als abnormaal, misdadig en ziekelijk wordt bestempeld. Scholen krijgen hele lijsten voorgelegd met kinder-gedrag waar ze met meldingen of therapie op moeten reageren [p. 52-53]. naar geslachtsdelen kijken mag nog net, maar er naar staren is alarmerend, en alzeker het aanraken ervan, ook bij zichzelf, vooral als kinderen dit stiekem doen (sneakily). Als ze het openlijk doen is het natuurlijk ook niet best.  

Er is nauwelijks onderzoek gedaan naar wat nu eigenlijk normaal is voor kinderen. Het meest bekende onderzoek is dat van Friedrich en een heel team, Normative Sexual Behavior in Children, 1998, te vinden op de Ipce web site [*.] Friedrich schrijft dit eigenlijk om te laten zien dat heel veel ‘seksueel gedrag’ van kinderen heel normaal is. 

[*] Friedrich, William N; Fisher, Jennifer; Broughton, Daniel; Houston, Margaret & Shafran, Constance, R., Normative Sexual Behavior in Children: A Contemporary Sample, in: Pediatrics Vol 101 No 4, April 1998, p. e9

Als je echter de lijst van zogeheten seksuele gedragingen ziet, is daar toch iets vreemds mee. Veel kinderlijk gedrag dat door de auteurs ‘seksueel’ wordt genoemd, wordt door de kinderen vermoedelijk helemaal niet als seksueel beleefd. ‘Rondlopen in ondergoed’, ‘personen van buiten het gezin kussen’, ‘te dicht bij iemand staan’, zulk soort gedragingen. Wat men dan doet is kinderlijk gedrag seksualiseren, dus als seksueel bestempelen wat niet als zodanig bedoeld en beleefd is. Dit is wat er gebeurt, zo geeft ook Levine aan.

Aan het wetboek is een misdrijf toegevoegd waarvoor ouders en jeugdwerkers vervolg kunnen worden, namelijk het “onvoldoende of ongepast toezicht houden op vrijwillige [!] seksuele activiteiten van een kind.” [p. 53]. 

“Met andere woorden”, zo schrijft Levine hierover, “alle kinderen moeten beschermd worden tegen hun eigen afwijkende seksualiteit. En ouders die seks-spelletjes laten gebeuren en niet ingrijpen, zijn nu misbruikers geworden.”  

Een eerste-klassertje wordt van school gestuurd omdat hij een klasgenootje gezoend had [p. 49]. Een acht-jarig meisje werd beschuldig van het “seksueel lastig vallen” (sexual harassment) van een klasgenootje omdat zij hem in een briefje gevraagd had of hij haar vriendje wilde worden.  

Dus: alle lijfelijke liefheid tussen kinderen onderling is ‘seks’, en seks is altijd traumatisch. Zo zit dat.  

Terug naar het voorbeeld van Tony Diamond en zijn zusje Jessica. 

Een psycholoog kon Tony’s ziekelijke gedrag wel verklaren: hij had immers als baby gezien dat zijn moeder seks had gehad. Als je zoiets gezien hebt, ben je ‘seksueel misbruikt’, en dus, ja … [p 50]. Jessica was “getraumatiseerd” omdat zij ooit ongewild een glimp van een penis had opgevangen. De moeder werd aangewreven dat zij een “geneigdheid tot seksueel misbruiken” had, dat zij de “aanranding” gepleegd door haar zoon niet ernstig genoeg opvatte, en niet instaat was haar dochter te beschermen. Tony werd onder voogdij gesteld en uit huis geplaatst.

 

We zien hier dus een volk en een cultuur waarin men uitstekend om weet te gaan met wapens – vrijwel ieder gezin heeft er minstens een – maar met twee zaken in het geheel niet weet om te gaan: met seksualiteit en met kinderen. Het is nog een wonder dat er daar kinderen geboren worden uit dat vieze gedoe. De tieners daar zorgen er in elk geval in grote getale voor. Ook daar is de natuur toch kennelijk sterker dan de leer.  

De leer heet daar Christelijk te zijn, maar heeft mijns inziens weinig met het Christendom te maken. Meer met een bepaalde en werkelijk kwalijke conservatisme en beperktheid. Het onderwijs is erg slecht in de VS. Men weet nauwelijks het eigen land op een wereldkaart aan te wijzen en kent al helemaal het verschil niet tussen Nederland, Duitsland en Denemarken niet. Mensen zijn beperkt gevormd en richten zich in hun onzekerheid op de moderne goeroe’s, met een oude woordspeling ‘de volksmisleiders’ genoemd. Er is daar een onvoorstelbare hoeveelheid verenigingen, stichtingen en instituten om het volk de ware weg te wijzen, merendeels gesubsidieerd, dan wel betaald door de vele rijken daar.

Het is een neurotische cultuur die het eigen evenwicht moet handhaven door zondebokken aan te wijzen. Helaas is men de communisten nu kwijt en liggen de homo’s ook niet zo goed meer in de markt als volksvijanden. ‘De pedofielen’ ligt dan voor de hand, een kwetsbare en gemakkelijk grijpbare groep mensen. 

Ook Levine wijdt hier ene hoofdstuk aan, genaamd “Manhunt – The Pedophile Panic” – ‘mannenjacht, de paniek over pedofilie’. Ik ga er nu niet uitvoerig op in, het is ook hier in Nederland bekend genoeg. Het is een heksenjacht, een jacht op een niet bestaande, niet reële constructie. Het gevaar voor de kinderen zit ‘m niet in de onbekende vreemde of de vriendelijke buurman, het zit ‘m in de ouders zelf met hun auto’s en geweren, hun bijna permanente afwezigheid en contactloosheid – en in al die wetten en instellingen en instituties die de jeugd willen beschermen tegen het grote gevaar: de eigen seksualiteit. De centrale stelling van Levine’s boek is dat juist deze ‘bescherming’ gevaarlijk is. Het resultaat ervan is onwetendheid, leed, ongewenste kinderen, onrechtvaardige straffen, niet-behandelende behandelingen en doden door AIDS.  

Het is een gevaarlijke cultuur. Door seksualiteit te onderdrukken roept men agressiviteit op.

James Prescott heeft dit aangetoond [*]: die culturen die de seksualiteit, in het bijzonder bij de jeugd, het meest onderdrukken, zijn tevens de meest agressieve culturen. Culturen die dit niet doen zijn heel wat vredelievender. Die zoeken geen vijand, de andere culturen hebben er per se ene nodig. Helaas voldoen de communisten nu niet meer, nu, dan de islamieten maar. Een vijand hebben we toch nodig.

[*] Prescott, James A., Lichamelijk genot en de oorsprong van geweld, The Bulletin of The Atomic Scientists, november 1975, pagina's 10-20

Een somber beeld, dus. Wij haasten ons naar het tweede deel van het boek waarin de oplossingen en alternatieven staan. 

Alternatieven  

U zult al begrepen hebben dat juist dat tweede deel de agressieve reacties heeft opgeroepen. De misstanden, geschetst in deel een, zullen niet door ieder als misstanden worden herkend. Maar als iemand bepleit om de jeugd meer ruimte te geven voor zelf-gekozen intieme relaties, dan breekt de hel los, uit vrees voor die misstanden van ene jeugd die aan intimiteit doet.

De alternatieven die in Amerika zo'n heftige reactie hebben opgeroepen, komen ons, Nederlanders, als vrij gewoon over. Hier doen we de dingen eigenlijk al goeddeels zo. Het punt is dan om dit te behouden.  

“Good Touch – A Sensual Education” 

heet hoofdstuk 10: “De goede aanraking – een sensuele opvoeding”. “Aanraken is goed voor kinderen en andere levende wezens, gemis aan aanraking is niet goed”. De feiten zijn al jaren bekend sinds het onderzoek naar de gehospitaliseerde kinderen.  

Levine vermeldt ook het onderzoek van Prescott, het zojuist genoemde. 

“Antropologen zijn het erover eens dat Amerika een aanrakings-arme cultuur is met een hoog gehalte aan geweld.” [p. 179] Het is genoegzaam bekend en bewezen dat gezinnen die samen in bad gaan, die naaktheid gewoon vinden en die in een bed slapen, door alle culturen heen heilzaam zijn en niet schadelijk.

Desondanks belandde een moeder in de gevangenis die een helplijn had gebeld met het probleem dat ze een lichte seksuele opwinding voelde bij het geven van de borst aan haar kind. [p. 181] Ouders zitten vol twijfels over alles wat maar aanraking is. Onderwijzers en jeugdwerkers durven niemand meer aan te raken. mannen mogen geen luiers verwisselen in de kinderdagverblijven. Allemaal angst…  

Masturbatie, 

zegt Levine, is de basis van een seksueel plezierig leven. Maar Joycelyn Elders, de schrijfster van het voorwoord, werd, toen zij nog hoofd was van de sector gezondheidszorg ter verantwoording geroepen door een commissie van het Congres omdat zij gezegd had dat masturbatie een bespreekbaar onderwerp was voor seksuele vorming op school. Dit was, zei een Republikeins congreslid, “het aantasten van de morele ruggengraat van Amerika”, net zoals de aanwezigheid van homoseksuele leiders bij Scouting dit volgens hem was. [p. 185] Masturbatie is volkomen onbespreekbaar in de VS. Veel volwassenen denken nog dat zij de enigen zijn die dit doen.  

Spreek er dus over, geef alle lichaamsdelen namen en leer die het kind, zegt Levine dan. Respecteer en accepteer masturbatie door kinderen. Accepteer seksueel spel tussen kinderen. Reageer er rustig op, niet zo hysterisch en paniekerig als vaak gebeurt. Onderwijzers echter reageren snel met paniek omdat ze bang zijn van boze reacties van ouders. Moedig dit spel liever aan, zegt Levine. Benadruk het belang van vriendelijkheid voor elkaar, leer ze zorg voor elkaar. 

Raak de kinderen aan. Meet ze geen harnas van ‘correct gedrag’ aan. Laat kinderen kinderen zijn. Noem niet alles wat met lichaam en aanraking of liefheid te maken heeft, meteen “seksueel”. “Onze angst voor seks seksualiseert juist gedrag dat helemaal niet seksueel is” [p. 191] zo creëer je angst voor aanraking, angst voor intimiteit – een slechte voorbereiding op latere seksualiteit. Luister naar kinderen en respecteer hun kennis van lichaam en seksualiteit. Ze weten er meer van dan je denkt. Respecteer ook hun privacy, doe niet aan over-controle van kinderen.  

Levine voert het begrip “outercourse” op. 

‘Intercourse’ is ‘geslachtsgemeenschap, ‘outercourse’ zijn alle andere vormen van intimiteit. Daar mag je kinderen best de weg in wijzen, in al die mogelijkheden die het lichaam en het contact biedt tot plezier. Zo leren ze ook te communiceren over intimiteit, ze leren hoe een relatie is en kan zijn. Bij outercourse en het spreken erover vallen de verschillen tussen jongens en meisjes goeddeels weg, je kunt ze allebei gelijk behandelen. Ook spel tussen jongens onderling en meisjes onderling kun je zo aanmoedigen en bespreekbaar maken zonder meteen aan homoseksualiteit en alle angst ervoor te hoeven denken. Outercourse geeft oudere jongelui de gelegenheid intens met elkaar om te gaan zonder vrees voor zwangerschap of ontmaagding of zo. Het biedt enorm veel mogelijkheden.

Uiteraard pleit Levine ook voor een open voorlichting en seksuele opvoeding van jongs af aan, zoals wij dit hier in Nederland kennen. Vertel het een en ander over zoenen, bijvoorbeeld. “Hoe doe je dat?” is een standaardvraag op internet sites waarop jongeren hun vragen kunnen stellen. De meest gestelde vraag blijkt te zijn “Ben ik wel normaal?”

Wijs de weg naar veilige seks en praat positief over seksualiteit. Niet alleen over ziektes, ook over plezier en veiligheid. Vertel kinderen ook verhalen waarin seks en relaties gewoon voorkomen en niet uit weggelaten worden. Jongeren hebben een zekere behoefte aan romantiek, aan romantische verhalen of scènes in soaps en dergelijke. Denk aan het verhaal van Romeo en Julia dat toch tot de wereldliteratuur behoort. Porno weten ze heus wel te vinden, ze ontlenen er veel van hun kennis aan, dus doe daar niet paniekerig over.

Gelukkig zijn er tegenwoordig web sites die dit doen en waar jongeren desgewenst anoniem met vragen terechtkunnen – als de schoolbibliotheken of de ouders die sites tenminste niet wegfilteren. Via het net kan heel wat voorlichting gegeven worden over seksuele gezondheid, lijfelijk en geestelijke.  

Op school en thuis kan heel wat meer dan nu gebeurt of angstig vermeden wordt.  

Een lijstje: Wat meisjes kunnen leren.

Het menselijk lichaam, ook van meisjes, kent verlangens. Die kun je voelen, luister er naar. ook meisjes kennen seksuele verlangens.

Fantasie is een heel goede manier om je gevoelens en die van anderen te leren kennen, bijvoorbeeld te fantaseren dat je een jongen of al een volwassen vrouw bent.

Een meisje kan object zijn van seksueel verlangen, maar ook subject van zulk verlangen en plezier!

Verlangen alleen geeft nog geen voldoening. Er is contact en relatievorming en communicatie voor nodig; ook een zekere vaardigheid en wat kennis.

Weet, dat relaties niet altijd zo romantisch verlopen als in de verhalen verteld wordt; maar een verlangen naar seks, als je die verhalen leest, is niet slecht en niet gevaarlijk.

Liefde en lust zijn  niet hetzelfde; liefde op zich hoeft nog geen goede seks op te leveren, lust hoeft nog niet naar ware liefde te verwijzen.

 

Wat jongens kunnen leren

Jongens worden geacht stijf te staan van seksueel verlangen. Dit is lang niet altijd waar, en bovendien zijn jongens meer dan een vaatje vol hormonen.

Een meisje kan object zijn van seksueel verlangen, maar ook subject. Hetzelfde geldt voor jongens.

Praten over seks, ‘vies praten’, is helemaal niet slecht!

Seks maakt je kwetsbaar, maar juist je kwetsbaar opstellen maakt seks en seksueel plezier mogelijk.

Het is geen schande als je niet alles weet of alles wilt; juist wat je niet weet of wilt kan de sleutel zijn tot je ware seksuele verlangens.

 

Hoe voorkom je AIDS?

Voor ons is dit geen punt van discussie: door open voorlichting over voorbehoedmiddelen en veilig vrijen. Maar in Amerika is er een heel hoofdstuk in een boek nodig om te betogen dat dit veiligheid en gezondheid oplevert, terwijl dat eeuwige alleen maar hameren op onthouding juist onveiligheid, ziekte en zelfs dood oplevert. Men houdt zich er toch niet aan en vrijt dan onbeschermd, met alle gevolgen van dien. Men is o zo bang dat een open voorlichting zou aanmoedigen tot seksueel verkeer en daar is men o zo bang voor.  

De altijd nog grote afkeer van en angst voor homoseksualiteit verhindert jongeren met deze gevoelens om aan coming out te doen – en drijft dezelfde jongeren in de armen van stiekeme en onveilige seks en houdt ze weg uit de spreekkamer van de dokter en van de drogist waar voorbehoedsmiddelen verkrijgbaar zijn. 

Veel schoolverlaters zijn juist die verborgen homoseksuelen die daar zo erg mee omhoog zitten dat van hun studie niets terechtkomt. Ook onder de vele zwerfkinderen die de VS kent zijn er velen die om die reden van huis zijn weggelopen of regelrecht zijn verstoten. 

Ook zijn er vrij grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur dan die van de blanke nette Amerikaanse kantoorwerkers. Mensen met nog veel van de Afrikaanse of de mediterrane cultuur – een groot deel van de VS is Spaans-sprekend – zijn veel jonger aan seks toe en zijn geneigd daar veel opener over te zijn. De overheersende blanke cultuur verhindert dit echter.  

Levine wijdt er een heel betoog aan om op te houden mensen in hokjes, in groepen in te delen en dan de ‘risico-groepen’ te benoemen en deze als zodanig te benaderen. Dit gebeurt daar nogal eens, maar het werkt van geen kant. Het voorkomt echt geen HIV of AIDS want die komen in elke bevolkingsgroep voor.  

Ook houdt zij een heel betoog om de keuzen van mensen te respecteren, ook als dit seks inhoudt, bijvoorbeeld prostitutie om simpelweg iets te verdienen en te overleven. Juist in die kringen vrijt men veilig en is er kennis van voorbehoedsmiddelen en veilige vormen van seks.  

Zij houdt ook een pleidooi – dit spreekt mij wel aan – om het hele begrippengeheel rond seksualiteit eens grondig te gaan herzien. “Seks” betekent in Amerika simpelweg “gevaar”, met die associatie is het na al die jaren zogenaamde voorlichting heel hecht verbonden – niet met de notie ‘plezier’. “Liefde, Echte Liefde” wordt associatief verbonden met onthouding, niet met gedeelde intimiteit. Maar juist in een werkelijk liefdevolle verhouding zal men veilig willen vrijen – eerder dan in een los anoniem contact. “Lust” wordt verbonden met gevaar, niet met plezier. Lust is laag bij de gronds, zo is de associatie.  

Zij bepleit ook eens iets meer te doen aan gemeenschapsvorming, aan het bevorderen van hechte vriendschappen. Amerika is een erg losse samenleving met weinig gemeenschapsleven. Men ligt er snel uit. Als men homo is, is men ‘queer”, dat is: ‘vreemd’, ‘een vreemde’ die gemeden wordt, die er uitligt. Als er meer gemeenschapsgevoel is, is er ook meer motivatie om het voor iedereen veilig te houden. 

Zo voorkom je AIDS, niet door exclusief die risicogroepen te benaderen en ze daardoor apart te stellen van de samenleving.  

In haar Epiloog komt Levine nog even goed los. 

Zij vertelt dat ‘jeugd’ in Amerika, blijkens onderzoek, associatief gelijk staat aan ‘ongedisciplineerd, wild, verwend en onbeschaafd’. Geen wonder, het overgrote deel van de mensen en dus de jeugd daar leeft in grote armoede, een op de zes. Allerlei instellingen maken zich vreselijk druk over kindermisbruik, maar die alom verspreide armoede is misbruik. Geen instelling die zich daar druk om maakt. Men maakt zich druk om seks, juister gezegd: om seksloosheid, niet om welzijn, voeding, huisvesting, inkomen en goed onderwijs en medische voorzieningen. Een pleidooi voor die zaken is een politieke zelfmoord. Een pleidooi voor weer een nog strengere anti-seksueel-muisbruik staat garant voor herverkiezing en een mooie politieke carrière.  

Zij gaat lekker flink tekeer tegen de conservatieven die zogenaamd de ‘gezinswaarden’ uitdragen, behouden en bevorderen, maar die weinig anders doen dan tegen gemeenschapsvoorzieningen zijn, voor belastingverlaging, en voor de vrijheid om wapens te dragen. Tel de slachtoffers daarvan maar eens op, als je van hoge getallen houdt. Die ‘gezinswaarden’ maken de wereld helemaal niet veiliger voor kinderen, al zeker niet in seksueel opzicht. [p. 223] 

Voor wie het nog niet wist: het meeste seksueel misbruiken van kinderen komt voor in de gezinnen – vooral de arme, en dat zijn er heel wat. Een beetje economische zekerheid, wat gemeenschapsvoorzieningen en een gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid voor alle kinderen, dat zou wat veiligheid geven, ook in seksueel opzicht. “Gezinswaarden betekenen gevaar voor kinderen, thuis en buitenshuis.”

Er zijn zowat geen relaties buiten die in het gezin daar. Contacten met buren, winkeliers en andere burgers zijn er nauwelijks en worden ontmoedigd. Kinderen zouden daar een hoop aan hebben, maar deze contacten worden ze onthouden uit angst voor seksueel misbruik en in het belang van de gezinswaarden. Kinderen worden niet gezien als mede-burgers, als leden van een gemeenschap. Ze horen nergens bij, alleen bij hun gezin. En juist daar zit het misbruik.

Wat kinderen nu goed zou doen is wat zelfkennis, kennis van het eigen lichaam en de gevoelens, de vrijheid om het eigen gevoel te uiten, wat waardering en zelfrespect, wat waardering voor de slimheid en de intuitieve bekwaamheid van kinderen. Er is niets van dit alles. Goed eten uit een veilige keuken, wat groene ruimte om te spelen en vriendschappen te sluiten – er is niets daarvan. Vaak niet eens stoepen om veilig op te lopen: de weg is meteen een autobaan. Dit is dan de wereld die de rijke moraalridders geschapen hebben voor hun kroost.  

Haar slotwoorden zijn:

“Seks is niet gevaarlijk voor kinderen. Het is een middel tot zelfkennis, liefde, heelheid en genezing, creativiteit, avontuur en intens gevoel van vitaliteit. Er zijn veel manieren waarop kinderen daar deel aan kunnen hebben. Het is onze morele plicht tegenover de volgende generatie om een wereld te scheppen waarin ieder kind veilig kan deelnemen, een wereld waarin de behoeften en verlangens van elk kind om iets te betekenen, naar gehechtheid, zinvolheid en plezier, wonderlijk goed vervuld kunnen worden.”

 

Terug naar de Nederlandse situatie:

  Wat kan Levine’s boek hier voor ons betekenen?

Op de eerste plaats natuurlijk: een waarschuwing om niet dezelfde kant op te gaan als de Amerikaanse samenleving. Wij moeten eigenwijs blijven en onze libertaire cultuur verdedigen en behouden. 

Dit moet ook al binnen Europa, waar de cultuur van veel conservatievere landen als Frankrijk en Engeland, maar ook bijvoorbeeld Ierland en België, zich behoorlijk – onbehoorlijk dus – aan ons opdringt. Vanuit de EU worden allerlei plannen bekokstoofd om ‘de jeugd van de EU te beschermen’, maar die in feite bedreigend zijn. 

Denk aan de plannen om het begrip ‘kind’ wettelijk te gaan omschrijven als “iedereen onder de achttien jaar” en dan om wetten te maken die ‘kinderen’ van alles en nog wat verbieden en onthouden, waaronder seks, dus een gezonde seksuele ontwikkeling. Volgens wetten die nu op stapel zijn, zal ineens bijna de helft van de Europese jeugd crimineel zijn omdat ze aan seks doen voor ze achttien zijn of omdat ze elkaar in een spannend standje fotograferen. Voor een deel is dit soort wetten nu ook al in Nederland op komst of aangenomen.  

Waar ik zelf erg aan hecht, en wat we allemaal kunnen doen, is 

erg kritisch zijn op wat mensen zeggen en beweren, op de begrippen die ze gebruiken, wat ze daaronder verstaan, of er wel logische verbanden tussen zitten, of er geen valse theorieën rond gaan sluipen en blindelings voor waar worden genomen.  

Neem de zin “Seksuele ervaringen zijn altijd schadelijk voor kinderen.”

Wat is “kind’: ook een vijftien- of zeventien-jarige?

Wat is “seksuele ervaring”: Vrijen in de fietsenstalling? Tongkussen uitproberen? Homoseksualiteit eens uitproberen hoe het voelt? Knuffelen van een kind? Samen in bad of bed? Iemand bloot zien? Een erectie van pappa zien?

Wat is “schadelijk”? Te vroeg aan de seks? Wat is “te vroeg”? Wat is “normaal”?

Hoezo: “altijd”? Is dit ooit bewezen? 

 

Nee. Het is alleen ‘algemeen aangenomen’ en ‘algemeen bekend’, maar nooit bewezen. Wel het tegendeel. 

Het Rind-onderzoek komt op een 4% blijvende schade. Vier procent te veel natuurlijk, maar nog altijd geen honderd procent. En waar zit die vier procent dan: die zit bij de meisjes die afgedwongen seks, merendeels binnen gezinsverband, hebben meegemaakt. 

Een recenter onderzoek van Rind [*] alleen geeft aan dat vrijwel alle homoseksuele jongens die vrijwel allemaal hun eerste ervaringen in hun tienertijd hadden, deze juist positief beleefden en zelf wilden. De ervaringen droegen bij aan een positief zelfbeeld van hen als jonge homo’s. Ik heb dit onderzoeksverslag in het Nederlands vertaald en zal het op mijn web site zetten. Het staat al op de web site van JON.

[*] Rind, Bruce, De seksuele ervaringen van homo- en biseksuele tienerjongens met mannen, Een empirisch onderzoek naar psychologische samenhang in een niet-klinische steekproef. In: Archives of Sexual Behavior, jaargang 30, nummer 4, augustus 2001

Wees kritisch, mag ik verzoeken, 

op de uitspraken, de plannen en daden van mensen, vooral als deze ‘kinderen ergens tegen willen beschermen’ – meestal is dit niet tegen het gevaar van auto’s, luchtvervuiling of atoomafval, maar tegen hun eigen seksualiteit, zoals minister … het zo helder uitdrukte. Wees vooral attent als deze mensen een zeker fanatisme uitstralen. Wees attent als ze zondebokken gaan aanwijzen. Die mensen zijn vooral bang, bang dat meneer op school hun kind aanraakt – niet voor een duw of klap, maar voor troost of streling.  

Wat ik in dit verband vooreerst wil bepleiten is: maak onderscheid. 

Tussen een vijfjarig meisje en een vijftienjarige knul. Tussen strelen of knuffelen en neuken. Maak vooreerst onderscheid tussen gevoel en daden. Wanneer er over pedofilie gesproken wordt, is dit onderscheid al goeddeels verloren gegaan in het spraakgebruik. “Veroordeeld wegens pedofilie” staat er dan in de krant. Er moet staan: “veroordeeld voor seksuele handelingen”. Dat is iets anders. Onderscheid ten eerste pedofiele gevoelens en daden, en maak binnen de daden en de gevoelens onderscheid tussen seksueel getinte en niet-seksueel getinte gevoelens en daden. Dan wordt het meteen allemaal wat minder eng. 95% van de mensen met pedofiele gevoelens worden dan ineens mens, en niet allemaal gezien als Dutroux-figuren – die volgens zijn psychiaters niet eens pedofiel was, maar gewoon iemand die keihard uit is op geld en eigen lust.  

Definieer ‘pedofilie’ niet als “seks met kinderen”, wat het spraakgebruik al is gaan doen. 

Zo maak je het onbespreekbaar en dus juist erg eng. Definieer het als ‘gevoel of verlangen’ en vraag dan apart naar hoe men daar dan mee omgaat. Een gevoel kan nooit juist of onjuist zijn, een gevoel heb je gewoon. Daden kunnen wel juist of onjuist zijn. Onderscheid dus gevoel en daad. Dan kan erover gesproken worden en wordt het allemaal minder eng.  

Nu durven mensen niet over zulke gevoelens te praten, waardoor juist een obsessie kan worden opgeroepen. Het gevoel kropt zich maar op en op, het wordt alleen maar groter en obsessiever – en dus gevaarlijker. je ziet het aan de enorme aantallen mensen die kennelijk geobsedeerd zijn door spannende plaatjes op het Internet: etterlijke duizenden onder alle lagen van de bevolking, inclusief de politie, de rechterlijke macht en – we wisten het al – de geestelijkheid. Allemaal stilletjes en stiekem bezig met hun obsessie – die in een wat meer open maatschappij helemaal niet nodig is.  

In de moderne daderbehandeling wordt dan vaak het gevoel helemaal afgekeurd, ziek en verboden verklaard, worden fantasieën en iedere vorm van omgaan met kinderen tegengehouden. De obsessie wordt alleen maar erger, een depressie wordt gewoon opgeroepen. Een vicieuze cirkel wordt in stand gehouden.  

Het minste wat toch gevraagd mag worden is: maak onderscheid, nuanceer. 

Onderscheid gevoel en daad, onderscheid seksueel getint en niet-seksueel getint. Dan kan er ook wat meer, wat opener en wat eerlijker over gesproken worden en stapelen de obsessies en depressies zich ook niet zo op. In een wat meer open en genuanceerd denkende maatschappij hoeven zulke gevoelens helemaal niet tot obsessies uit te groeien. Dat is voor de kinderen ook heel wat veiliger en prettiger. Om met Levine te spreken en zo te eindigen: het bestrijden van alle seksualiteit van kinderen en jeugdigen, dat is gevaarlijk voor de jeugd.

  Start Omhoog