Vorige Start Omhoog Volgende

 

Uit Hoofdstuk V Fase V: Brainstorming, overdracht & besluitvorming:

 

§ 2. Het inhoudelijke resultaat

 

De discussie in Amersfoort

[Blz. 173]

Als illustratie wordt hieronder, ingekort, een deel weergegeven van de discussie op de Amersfoortse brainstormingsdag, namelijk het eerste deel van de discussie waarin de verslagen vanuit de beide tehuiskringen besproken worden. Daarna wordt een gedeelte uit het samenvattend verslag van die dag weergegeven waarin conclusies over de opleiding zijn geformuleerd.

 

Melle (groepsleider Amerberg)

geeft aan dat hij het beschrevene herkent en het als streefrichting deelt. Het is goed om daarbij stil te staan, je grijpt anders te snel naar het oude instrumentarium. Maar daar moet ja vanaf stappen en naar de persoon kijken. We hebben nu een nieuwe groep en een nieuw team; je pakt dan toch snel eerst het oude instrumentarium op, om daarná pas naar de persoon te kijken.

Moniek (groepsleidster Meerwijck)

herkent dit: bij een situatie met weinig of met nieuwe groepsleiders grijp je dat instrumentarium weer. Dan kom je daarvan los en kom je aan de basis, die in het stuk is beschreven. Die kant, de zorg dus, noem ik dus de basis.

Melle:

Het instrumentarium houdt alleen de groep rustig, maar er is meer aan de hand.

Tiddo (groepsleider Hohorst):

Wat bedoel je met het oude instrumentarium?

Melle:

Regel is regel, sancties, consequenties etcetera.

Jeanette (projectleidster Amsterdam):

Ik herken dat wel, ik werk op een crisiscentrum. Als het spannend of onveilig is, laat je je persoon los en ga je praktisch te werk, alsof je er zelf buiten staat.

Renske (groepsleidster Meerwijck):

Je hoeft jezelf niet los te laten. Ik laat dan mijn grenzen zien.

Gerard v. E (docent De Horst):

Dan werk je als persoon, het impliceert dat je jezelf kent, weet wie je bent.

Kees (docent Jelburg):

Er wordt in die situaties een stukje van jezelf aangetast: je macht.

Rita (adj. dir. De Hohorst):

Beginnende groepsleiders kunnen dat nog niet en vallen op de regels terug, dat moet misschien ook kunnen dan.

Gerard v. E, cynisch:

Ja, ja we hebben immers altijd geleerd: leiding geven is macht inzetten?

Jeanette:

ja, vroeger...

Kees:

welnee, ook nu leeft dat nog sterk.

Frans (projectleider Amersfoort):

Ik hoor nu deze stelling:

Normaliter werk je als persoon, maar bij crises val je terug op de regels ofwel op je macht. Laten we nu dialectisch denken en die stelling eens omdraaien:

aan het begin, zo hoor ik ook zeggen, werk je met de regels. Maar bij crises werkt dat niet meer en sta je er alleen nog maar als persoon met je eigen grenzen. Dan word je bijvoorbeeld echt kwaad.

Melle:

Ja, dat kun je zo wel stellen.

Wim (docent Jelburg):

Je grenzen worden getest in zo'n situatie, laat ze dan maar zien.

Melle:

Je gebruikt toch ook macht. Op den duur heb je geleerd daarmee om te gaan, beginners nog niet.

Renske:

Dat kan wel zijn, maar je gebruikt toch vooral ie persoon, je hebt op den duur geleerd als persoon te werken, beginners nog niet.

Wim:

Ontmoeting als persoon... Okay, maar dat kan toch niet zonder grenzen te trekken? Zonder dat men weet wie er de baas is?

Frans:

In het stuk van De Hohorst wordt nu net geconcludeerd dat het beter ging door het contact, en niet doordat de leiding meer de baas was.

Wim:

Dan omzeil je zorgvuldig de machtsvraag.

Melle:

Dat verschilt toch per kind?

 

[Blz. 174]

 

Frans:

Dat is wel waar, maar die relativering verhult de discussie over de machtsvraag. Voer die discussie maar.

Gerard v. E:

Als de groep niet loopt moet je misschien wel macht gebruiken. Als de groep gewend is goed met macht om te gaan hoeft dat niet zo. In de groepen waarover deze stukken gaan was dat kennelijk zo, je leest nergens iets over rellen.

Melle:

Bij ons wel; er waren subgroepjes die duidelijk tegenover de groepsleiding stonden. We hebben toen het oude stramien gebruikt.

Gerard v. E:

Dus je macht gebruikt, ja.

Frans:

Misschien kan het onderscheid dat in kring 1 (Meerwijck) gemaakt is, ons verder helpen, namelijk tussen de begrippen:

a. kracht: met kracht van je persoon en van argumenten invloed willen hebben en hebben;

b. macht: invloed die je hebt door je overwicht en je positie gebruiken, waardoor je iets af kunt dwingen; en

c. overmacht: die macht die je méér hebt dan de ander aan tegenmacht kan opbrengen.

 

In kring 1 hebben we gesteld dat je in de dialoog wel kracht, macht en tegenmacht mag inzetten, maar geen OVERmacht omdat juist dát de dialoog verstoort. De machtsvrije dialoog, het ideaal van Habermas, leek ons onhaalbaar en zelfs verhullend omdat die macht er toch is. Wel haalbaar leek ons het streven naar de overmachtsvrije dialoog (zie blz. 154). Wat vinden we daar nu van?

Gerard v. E:

Dat van die kracht klopt wel; je zet je wil in, als je niet weet wat je wilt, zet je geen dialoog in gang.

Annie:

Ik denk aan een studente, klein van stuk, die de hele leefgroep in haar stage tegen zich kreeg. Maar ze wilde per se groepsleidster worden en doorzetten. Ze heeft zich toen kwetsbaar opgesteld, en daarna was er gesprek mogelijk.

Frans:

Dus: door zich als persoon op te stellen, met kracht van wil en met de kwetsbaarheid van de grenzen.

Renske:

Ja. Je moet je persoon laten zien, dus ook je grenzen.

Edward (groepsleider Amerberg):

Je laten zien, ja, je niet opdringen.

Jeanette:

En als je nu constant tegenover elkaar staat?

Frans:

Juist dan moet je het contact herstellen, dus overlap zoeken in wil en belangen. Er is dan juist in het contact iets misgegaan.

Maar waarom wordt als voorbeeld steeds gedacht aan een. groep jongeren die de groep in elkaar slaat? Hoe vaak gebeurt dat in feite? En al die groepen dan die wèl lopen?

Melle:

Ik dacht inderdaad aan een groep die mis liep.

Frans:

Wat liep daar dan eigenlijk mis?

Melle:

De dialoog.

Frans:

Dus dat is essentiëler dan dat de regels daar rammelden?

Wat bedoel je met 'dialoog'?

Melle:

Naar elkaar luisteren, van mens tot mens staan, elkaars belangen zien.

Hoe kun je die dialoog herstellen?

Renske:

Door áchter het gedrag te kijken, dat staat nu net in beide stukken.

Kees:

Ja, als je niet meer achter het gedrag kunt kijken, sta je pas echt aan de grens.

Tot zover een weergave uit de discussie.

 

 

 

De in de verslagen vervatte methodische inzichten blijven in de kritische discussie overeind staan, maar het probleem van de macht (zie blz. 154) is nog niet voldoende opgelost.

 

Dat probleem wordt dan ook, zo werd later besloten, in de zesde fase weer opgepakt. Daarom is juist deze passage weergegeven. In het verslag van de zesde fase zal er weer op teruggekomen worden.

 

[Blz. 175]

 

Als tweede passage wordt hieronder, sterk verkort, weergegeven welke conclusies de deelnemers uit de tehuisverslagen trokken met het oog op de opleiding. Deze namelijk:

 

Als het kunnen werken als persoon de basis en de kern van het werk is, dan is de bevordering van de ontwikkeling als persoon de eerste opgave voor de beroepsopleiding. Met name worden de volgende eigenschappen van belang geacht, dus in de aandacht van de opleiding extra aanbevolen:

creatief kunnen handelen;

bewust zijn, kunnen reflecteren over je ervaringen, jezelf vragen kunnen stellen;

dialoog kunnen voeren, dus contactvaardigheden hebben en

het kunnen hanteren van kracht en macht zonder overmacht te gebruiken.

 

Hiermee was de verdiepingsvraag voor de opleidingskringen in de volgende fase al geformuleerd:

hoe bevorder je de ontwikkeling als persoon?

Waartoe dan ook besloten werd.

 

Vorige Start Omhoog Volgende