Vorige Start Omhoog Volgende

Uit Hoofdstuk 6 (Fase 6), Spoor B: Het docentenwerk

ß 2. Het inhoudelijke resultaat

Hieruit uit:  2 .In de regio Amersfoort:

Het bevorderen van de ontwikkeling als persoon

a. Inleiding

De resultaten van het werk in de tehuiskringen, de opleidingskringen en de brainstormingsdagen leidden tot algehele overeenstemming over de volgende uitspraken:

Als groepsleider in de leefsituatie is het van essentieel belang je als persoon op te stellen, om de bewoners ook als persoon (zij het in jonger stadium van. ontwikkeling) te zien, en met hen in dialoog te treden. Daarmee bevorder je dat zij zich als persoon (verder) kunnen ontwikkelen. Dat is de kern van het groepsleiderswerk. 
.

Als dat de kern van het beroep is, is de kern van de beroepsopleiding deze: het bevorderen van de ontwikkeling als persoon bij de studenten.

 

Logischerwijs werd de vraag 'Hoe doe je dat dan' (beter)?' door beide opleidingskringen gekozen als verdiepingsvraag voor de zesde fase. Als illustratie van de resultaten wordt hier een deel van de bevindingen van beide kringen weergegeven. Voor zover beide kringen overeenstemden gebeurt dat geÔntegreerd. Voor zover De Jelburg (als HBO-dagopleiding) en De Horst (als part-time MBO) andere wegen kozen, worden deze apart en samenvattend vermeld. Daarna wordt weergegeven hoe er in De Horst iets van resultatenweging heeft plaatsgevonden en wat die opleverde.

b. Het begrip 'persoon'

Wŗt wil je nu eigenlijk bevorderen als je iemands ontwikkeling als persoon wilt bevorderen? Het is noodzakelijk om stil te staan bij het  

[Blz. 190] 

begrip 'persoon' en nader te omschrijven wat je daar dan mee bedoelt. Dit is ook in beide kringen gedaan aan de hand van voorbeelden. Met name aan de hand van grens-situaties van het als persoon leven (jonge baby, diep zwakzinnige, demente bejaarde, geÔndoctrineerde kinderen, verslaafde onder andere) ontstond een lijst van aspecten van personaliteit. Omdat een aantal deelnemers in beide kringen opereerden en omdat de Jelburgkring in tijd ver voorop liep op de Horst-kring, kwamen deze lijsten aardig met elkaar overeen. Door ze 'op te tellen' en in twee rondes te groeperen en te abstraheren, ontstond ten slot te een gemeenschappelijke typering van het begrip 'persoon' en een lijst van aspecten van personaliteit. Namelijk deze:

Wat we niet bedoelen is 'persoonlijkheid' als 'geheel van iemands eigenschappen'. Er zijn weliswaar enkele eigenschappen die we wenselijk vinden voor een inrichtingswerker, maar dat bedoelen we hier niet.

Wat we ook niet bedoelen is 'persoonlijkheid' in de zin van 'een sterke persoonlijkheid' in de zin van 'krachtig figuur'.

Persoon zijn is voor ons 

een bepaalde wijze van mens zijn, die je in meerdere of mindere mate kunt realiseren, en op het ene moment ook meer realiseert dan op het andere moment. Je realiseert dan personaliteit, een voor mensen -en alleen voor mensen -mogelijke wijze van leven. Personaliteit is dus geen vaststaand gegeven, maar iets dat je in meerdere of mindere mate zelf in je leven kunt realiseren als je er ook maar enigszins de kans toe krijgt. Je hebt dan je eigen verhaal te vertellen, je eigen biografie die je uiteindelijk zelf schept.

(Dit persoonsbegrip is in de literatuur bekend als dat van het existentialisme: "Personaliteit is iets dat iemand hier en nu, binnen deze unieke situatie, wel of niet realiseert." - Immelman, 1987 blz. 139. Wij zeggen dan niet "wel of niet" maar "in meerdere of mindere mate").

De lijst van personaliteitsaspecten

a. Kritische rationaliteit, reflexie en zelfkennis. Dit vergt bewustzijn van:
.

b. Eigenheid: 

unieke eenheid 

lichamelijkheid 

grenzen 

historiciteit 

eigen biografie en van: 
.

c. Gekozen normen, waarvoor verantwoordelijkheid gedragen wordt; alsook vergt het: , 

d. Eigen wil en perspectiefkeuze,

e. Gevoelsmatigheid,

f. Vermogen tot activiteit en handelen en

g. Wederkerigheid ofwel: een dialogische houding

 

[Blz. 191]  

c. Het begrip 'ontwikkeling'

Het tweede kernbegrip uit de vraagstelling van deze fase was nu als volgt te omschrijven:

Ontwikkeling zien wij als een dynamisch en ritmisch verlopend proces waarin aspecten van personaliteit meer, beter, anders, doch soms ook minder gerealiseerd worden. Ontwikkeling van personaliteit doet de mens uiteindelijk zelf als hem/haar de kans hiertoe wordt geboden; ontwikkeling is ZELFontwikkeling die bevorderd kan worden.

Zelfontwikkeling begint met bewustzijn wie je bent en met het aanvaarden daarvan als startpunt. Dan volgt de vraag: waar WIL ik heen? Daarheen wordt op weg gegaan. Onderweg wordt gekeken of dat lukt.

d. Hoe ontwikkelt zich personaliteit?

Hoewel de bewoordingen (door de verschillende theoretische herkomst) op beide akademies enigszins verschilden, werd toch in essentie dezelfde visie aangetroffen: 

ontwikkeling vindt plaats in de bewuste ervaring van de actie (het handelen) in de wereld en in de dialoog tussen mens en wereld en mensen met elkaar waarin gereflecteerd wordt.

Beide akademies leggen het startpunt in de ervaring. Zonder ervaring kun je je niet ontwikkelen.

e. Hoe bevorder ie ontwikkeling van personaliteit?

Ook hier stemmen beide akademies met elkaar overeen: 

door ervaringen aan te bieden, deze te verwoorden, erover te vertellen en door dit verhaal in dialoog reflecterend te bespreken, waarna weer nieuwe ervaring kan worden opgedaan.

In de praktische vormgeving is verschil tussen beide akademies. Aan de relatief jongere studenten van de dag-HBO De jelburg wordt op school ervaring aangeboden zoals al is beschreven.

Aan de relatief oudere en reeds werkende studenten van de part-time MBO op De Horst wordt gevraagd van hun praktijkervaringen te vertellen en hierover een kritische dialoog aan te gaan met medestudenten en docenten.

Op De Jelburg wordt vooral waarde gehecht aan het beleven van die ervaring, vervolgens aan het verwoorden ervan. Om bepaalde ervaringen te kunnen hebben (bijvoorbeeld plezier in sport of spel, of zelfexpressie in muziek) heb je vaardigheden nodig. Die worden geoefend.

Op De Horst wordt vooral waarde gehecht aan het bewust worden van wat in de praktijk ervaren is en aan het reflecteren hierover.

f. De methodieklessen op De Horst

We verlaten nu De Jelburg en gaan kijken naar de methodiek-werkgroepen op De Horst. De visie en de doelstellingen zijn hiervoor reeds kernachtig aangegeven. De werkwijze is dat er vaste groepen worden gevormd onder begeleiding van een vaste docent, methodiekwerkgroepen genoemd. juist deze methodieklessen zijn in het kader van het project bezocht, beschreven en besproken.

De les begint met een 'rondje' waarin ieder DIE DAT WIL ervaringen uit de (recente) praktijk of uit het privť of openbare leven kan inbrengen. Hier wordt vrijwel altijd gebruik van gemaakt. Klas en docent staan dan enige tijd stil bij wat er is ingebracht. Daarbij leggen de docenten een grote mate van betrokkenheid aan de dag. Dan volgt de bespreking van een thema aan de hand van door studenten beurtelings ingebrachte werkervaringen, "inbreng" geheten. De thema's zijn gekozen op grond van de leer-

[Blz. 192] 

vragen van de studenten die zij in de loop van de studie zelf formuleren.

De inbreng of inbrengen worden vervolgens besproken, veelal in subgroepen. Een plenaire bespreking van wat naar voren is gekomen sluit de les af. Aan de inbrenger wordt gevraagd op te schrijven wat er besproken is en wat daarvan is geleerd. Dat wordt weer aan de klas en de docent teruggerapporteerd.

Op bepaalde momenten in het studiejaar wordt iedere student gevraagd een procesverslag te schrijven over hoe hij heeft gewerkt aan zijn leervragen en wat dat opleverde. Ook wordt gevraagd dat in een verhaal uit de praktijk te verhelderen.

Aan het inbrengen wordt eigenlijk maar een eis gesteld: dat ze een vraag bevatten.

Bij de aanvang van het project werd de studenten gevraagd om een praktijksituatie te beschrijven. In de loop van het project zijn de docenten steeds meer gaan vragen om het eigen handelen in een praktijksituatie te beschrijven. Gaandeweg is daar aan toegevoegd in bepaalde groepen: met behulp van de zeven elementen van het handelen, ofwel de zeven vragen die ook in dit project zijn gebruikt.

g. Lukt het om personaliteit te bevorderen?

Evaluatie van de methodieklessen op De Horst

(a) Vraagstelling

Blijkt uit de werkstukken van de studenten dat zij aspecten van personaliteit ontwikkeld hebben? Zo ja, welke? En is het mogelijk te zeggen op grond waarvan?

(b) Materiaal

Van 19 eerste-jaars studenten:

de eerste ingebrachte praktijksituatie (niet aan de hand van het handelingsschema);

de terugrapportage van de bespreking daarvan en -het eerste en tweede procesverslag.

 

Van 15 tweede-jaars studenten:

twee ingebrachte praktijksituaties aan de hand van de eerste zes vragen van het handelingsschema;

de terugrapportage over de bespreking hiervan en -het eerste en tweede procesverslag.

 

(c) De werkwijze

Door de projectleider en de docent is aan de hand van de werkstukken per student genoteerd:

  1. Welke aspecten van personaliteit (zie de lijst op blz. 190) zijn in de eerste inbreng genoemd of herkenbaar?

  2. Welke aspecten beschrijft de student zelf als ontwikkeld?

  3. Is in het werkstuk herkenbaar dat de student zichzelf aanvaardt zoals hij/zij nu is? (Zie de omschrijving van 'ontwikkeling' op blz. 191).

  4. Is in het werkstuk herkenbaar dat de student op weg wil gaan naar zelfontwikkeling?

  5. Waardoor is volgens de student deze ontwikkeling bevorderd? Hierbij werd gekozen uit de antwoorden.

[Blz. 193]

Inschatting

Punten

Nee 0
Beetje / aanzet / twijfelachtig 0,5
Ja 1
Heel duidelijk / springt er uit 1,5

 

(d) De resultaten

De gegevens zijn in de volgende grafiek en lijst bijeengezet.

[Blz. 194]

Grafiek

19 Eerste jaars studenten
15 Tweede jaars studenten
___________________+
34 studenten 

↓    Personaliteitsaspecten 

Score  →

a

Kritische rationaliteit, reflexie & zelfkennis

b

Eigenheid: unieke eenheid, lichamelijkheid, grensen, historiciteit, eigen biografie

c

Gekozen normen, waarvoor verantwoordelijkheid wordt gedragen

d

Eigen wil en perspectiefkeuze

e

Gevoelsmatigheid

f

Vermogen tot activiteit en handelen

g

Dialogische houding

 Ontwikkeling:

8

Is zelfaanvaarding herkenbaar?

9

Naar zelfontwikkeling op weg?

 

[Blz. 195] 

LIJST: waardoor vond volgens de studenten ontwikkeling plaats ?  

1 Door praktijksituaties in te brengen, te bespreken en er feedback over te krijgen   24 x
2 Door de methodiekwerkgroep 21 x
3 Door literatuur en theorie 15 x
4

Door ZELF te moeten denken bewust te worden, aangesproken te worden, zelfwerkzaamheid en zelfverantwoordelijkheid  

12 x
5 Door de docenten en hun werkwijze 6 x
6 Door de proces- en evaluatieverslagen 6 x
7 Door de supervisie 5 x
8 Door het werk in de praktijk 5 x
9 Door de drama / mime / creatieve vakken 4 x
10 Door de communicatie-oefeningen 3 x
11 Door 'de opleiding' / alle vakken 3 x
12 Door eigen leven / vrienden 2 x

Overige gegevens 

10 studenten geven aan dat hun zelfbeeld positiever is geworden. Naast cliŽntsituaties en cliŽntproblemen verschijnen als thema's: teamproblematiek, agressiviteit, isolement, dood, religie en sexualiteit.  

 (e) Conclusie

De studenten geven aan inderdaad aspecten van personaliteit ontwikkeld te hebben, met name de aspecten a, b, f, en g..

De samenhang tussen deze ontwikkeling en de werkwijze van de methodiekwerkgroep geven ze duidelijk aan.

Verondersteld mag worden dat de werkwijze in de methodiekwerkgroep inderdaad de ontwikkeling als persoon bevordert.

De achter deze werkwijze liggende visie wordt dus ondersteund.

Vorige Start Omhoog Volgende