Start Omhoog

Structuur in de leefgroep

Frans Gieles
Kontaktblad, Vlaamse Beroepsvereniging voor Opvoeders vzw 
12-6, november-december 1982

Over klavertjes, worstjes en ...

Inleiding

Op 22 november jl. sprak ik over dit onderwerp in een met 200 mensen tjokvol zaaltje. Van allerlei opleidingen waren hiervoor mensen naar Brasschaat gekomen. Hun vraag was vooral: hoe doe je dat nu?

We spraken toen over het scheppen van een leefklimaat in de groep op basis van contact met de bewoners: leg en onderhoud rst dit contact en reguleer van daaruit, voor zover nodig, het groepsleven.

Contact leggen doe je steeds weer opnieuw, en je doet het als persoon. En als persoon verschil je nu eenmaal met je collega's. Op dit punt wil ik via het Kontaktblad nog even terugkomen, dit ter vermijding van misverstanden. Ik reageer daarmee ook op geluiden die ik in de wandelgangen opving.

Klaverblad of cirkel? 

Ik schetste een team groepsleiders toen eerder als een klaverblad dan als een cirkel: een combinatie van verschillende en toch met elkaar samenwerkende mensen, liever dan een eenheidsworst of een cirkel, waarvan de verschillen zijn gladgestreken. Alleen personen kunnen helpen, geen kleurloze functionarissen.

De zaal reageerde verbaasd toen ik vertelde van een team van n van de leefgroepen uit het onderzoek dat ik doe naar het werken aan het leefklimaat. 

In dit team liepen de meningen zeer uiteen over de vraag van de bewoners van die groep (oudere jongens), of ze op hun eigen kamer meisjes mochten ontvangen. En teamlid was sterk voor, n sterk tegen. Welnu: vanuit de cirkel-gedachte was het onmogelijk om tot een beleid te komen. Vanuit de klaverblad-gedachte wel.

Ik verzuimde toen in mijn voordracht aan te geven welke die oplossing dan wel was. Men zou kunnen veronderstellen, dat het ene teamlid maar alles toeliet en het andere alles verbood. ("En dat in onze Caritas-instellingen ..." hoorde ik mompelen) Maar de klaverblad-gedachte werkt anders.

Vanuit de acceptatie dat de een anders is en mag zijn dan de ander, vertelden de vier groepsleiders van dit team hoe zij zelf over de vraag van de jongens dachten en hoe dit samenhing met hun eigen opvattingen, hun eigen opvoeding en hun levensverhaal. Juist omdat er niet gestreefd werd naar een eenheids-worst kn ieders verhaal verteld en beluisterd worden. Daarn was het mogelijk om tot een gezamenlijk, zij het klaverblad-achtig, beleid te komen. Namelijk: Een jongen kn een meisje meenemen naar zijn kamer als

1. hij het meisje eerst ontvangt in de huiskamer van de groep en daar met haar omgaat, 

2. hij het meisje al enige tijd kent,

3. er voldoende contact is tussen die jongen en de groepsleiding, zodat .een basis van vertrouwen en een mogelijkheid van begeleiden is. 

 

Nu het klaverblad-achtige: Omdat deze groep geen mentor-systeem kent, wordt het uiteindelijk "ja" of "nee" overgelaten aan de groepsleider die op dat moment dienst heeft. Die groepsleider heeft ook het recht zijn eigen persoon en mening mee te laten spelen. Dus wl gezamenlijke criteria, maar gn algemeen-altijd-voor-ieder-geldende regel, maar telkens een besluit op grond van de mensen die er dn zijn en hun contact met elkaar. Dat kan per jongen, per leider en per situatie verschillend uitpakken.

Ik wijs, uit de ervaring met een andere groep uit hetzelfde onderzoek (met oudere meisjes) erop dat een dergelijk beleid heel goed werkbaar is, zij het dat het daar de mentor is die de afspraken maakt.

Direct na deze teambespreking kwam de vraag van de jongens aan de orde in het groepsgesprek. De jongens vonden het een goede regeling en gingen heel mild om met het verschil tussen hun groepsleiders, een verschil dat zij heel goed kenden. Zij lieten de op dit punt strengere groepsleiders heus niet vallen; die voor hen op allerlei andere punten veel betekenis. Tot zover het voorbeeld, nu wel uitgewerkt.

Het voorbeeld toont ook aan dat ik zeker niet bedoelde te zeggen dat iedere leider maar moet doen zoals zijn pet staat. Ik benadrukte immers steeds dat je als groepsleider je manier van reguleren moet afstemmen op contact met de groep. En de groep zal met een aantal verschillen tussen hun groepsleiders heel goed kunnen omgaan. Waar dat niet kan, zal de groep dat ook laten blijken. Een groot verschil in bedtijden, bijvoorbeeld, zal niet worden aanvaard.

Kan dat dan allemaal wel ?

Deze vraag kwam in de reacties naar boven, vooral gezien de groepsgrootte in Belgi:15 kinderen. In Nederland ligt dit op 8 a 12. Deze vraag hield mij ook bezig toen ik de avond tevoren hoorde over de groepsgrootte.

 

Ik had het ook zeker voorzichtiger onder woorden gebracht als ik niet vlak tevoren met eigen ogen had gezien dat het wl kan. In de ene groep waren de  kinderen aan het opruimen; de twee groepsleiders hadden duidelijk oogcontact met de kinderen en de kinderen waren ook gericht op hun groepsleiders.
In de andere groep leidde een groepsleider een groepsgesprek. Aan zijn gelaatsuitdrukking, stem, houding en zijn woorden was duidelijk te merken dat hij oog, oor en hart had voor ieder van zijn groep n voor wat er gemeenschappelijk leefde in de groep. In een paar minuten werd zo in overleg iets in de huishoudelijke ordening van de groep veranderd. De groepsleider beantwoordde de vraag naar meer sport en spel ook onmiddellijk met een partijtje voetbal voor het naar school gaan.

De kinderen maakten een ontspannen en tevreden indruk en ook de groepsleider voelde zich kennelijk rustig bij deze manier van structuur bieden of, wat ik liever zeg, reguleren. Deze manier kost ook zo weinig tijd: oogcontact gaat bliksemsnel en menselijke intutie werkt, mits niet ingeperkt door een strak systeem van regels, razendsnel.

Rivier of kanaal ?

Dus: de voor de groep (gezien de groepsgrootte) noodzakelijke regulering kun je beter niet doen via altijd-voor-allen-geldende regels ("als een kanaal"); beter kun je in voortdurend contact met de kinderen, individueel en gezamenlijk, bepalen wat en hoe en of er iets te reguleren valt: "Als een rivier".

Dat geeft rust bij kinderen en groepsleiding, die nooit bereikt wordt met de cirkel- of de kanaal-methode.

Start Omhoog