Vorige Start Omhoog Volgende

HOOFDSTUK IV: EEN GROEPSLEVEN VOL CONFLICTEN 

[Blz. 28]

1. DE APENROTS

Een groep van elf jongere jongens, van 11-16 jaar. Groepsleidster Mieke komt op een zaterdag om 12 uur in dienst: 

Ar 26/9 (Een dag in De Apenrots)

"Vanmiddag om een uur of één met de hele club brood, kroketten enzovoorts gegeten. Toen al waren Oene en Carlo elkaar aan het opjennen, met name ten aanzien van Nico en Berend. Gepraat over "Wat doen we vanmiddag?". De meesten wilden gewoon wat in de groep doen. Rudi, Frans en Berend hebben een hele tijd met lego op de biljartplaat zitten spelen. Prima. Frankie, Geert en Frodo deden met Paul (groepsleider) een spel risk. Hans liep te bokken, heeft een tijdlang op z.n kamer gezeten.

Oene, Carlo en Kees: een trio apart. Vluchtten constant weg, onder leiding van Oene; Carlo en Kees alleen, dan zijn 't grote schijters.

Nico speelde in de groep met zijn electro; kreeg ruzie met Kees, die Nico een blauwoog sloeg.

De drie heren probeerden duidelijk de gezellige sfeer te verzieken. Ze zijn buiten, boven en af en toe in de groep geweest. Jongens lieten wel duidelijk merken dat ze van hun geklooi niet gediend waren. (...)

Avondeten druk, met name het trio, dat probeerde alle sfeer te verzieken. Kees op een gegeven moment naar z'n kamer gestuurd. Na het eten de hele club weer beneden, lego, tv.

Oene en Kees maakten ontzettende herrie boven. Carlo, die (als spion) om de vijf minuten beneden kwam en met dezelfde vaart weer opwaarts vertrok."

(Stukje samengevat:) de drie jongens blijken boven een sleutelkast gelicht te hebben.

"De drie heren naar beneden. Met de hele groep erbij de zaak naar voren gebracht. Goed kwaad allebei. (...) Oene, Kees en Carlo hadden zo iets over zich van 'samen sterk' en 'als wij maar lol hebben'. Op een gegeven moment de zaak afgekapt, geen gelul meer en naar buiten. Douane-spel. Dit verliep aanvankelijk goed. Op het laatst moesten Kees en Oene de boel weer verzieken..."

Twaalf uur nadat zij in dienst kwam schrijft zij dit verslag, dat in dezelfde sfeer doorgaat, en dat eindigt met

"wel een ontzettendvermoeiende dag!"

De Apenrots: een groep, getekend door conflicten,

dag in dag uit. Drukke, bewegelijke knullen, bij elkaar gezet in een groep. Aapjes stoeien veel met elkaar, meten hun krachten en kunnen allerlei streken uithalen: 

Ar 6/9 (Keten en plakken) 

Groepsleidster Nia:

"De jongens kunnen goed samen etteren. Wasmanden gingen naar beneden. Goed uit m'n slof geschoten. 
Ik vind het een entousiaste doe-groep. Alleen hebben ze erg veel lol met elkaar waar ik niets van snap. Ook het vele weg-zijn van een aantal jongens. 
De plakkers nemen veel van je energie." 

[Blz. 29] 

Ja, aapjes klemmen zich wel eens graag vast aan groteren, 't zijn nét mensen. Ze hebben ook een lijf.

Ar 23/11 (Naar de WC) 

Groepsleider Ton:

"Eten was best rustig. Jongens waren wel druk, maar de sfeer was oké. Hans liep vlak voor het einde van het eten zo maar naar de WC, zonder vragen. Hij kon dus boven blijven tot na de studie. Daarna de gehele avond in de groep gezeten, verplicht dus."

Ar 31/8 (Eet-regel)

"Oene loopt nog steeds met stugge kop rond. Wil stoere jongen spelen en probeert Ferry mee te krijgen. Ze sputterden tegen regels van 'geen brood eten 's avonds'.

Jongens in deze leeftijd hebben 's avonds wel eens flinke honger. 

Ar 5/9 (Honger)

"Ferry tegen 9 uur moeilijk doen over eten. Geweigerd, na overleg met Uwe (orthopedagoog) .Stuiterde, ging jennen, vervolgens samen met Kees."

"Het trio": 

een woord dat voortdurend opduikt in het logboek. In de beleving van de groepsleiding zijn het vooral deze drie (soms twee, soms vier) jongens, die de sfeer steeds weer verzieken (Oene, Kees, Ferry, soms Carlo). Het team wil dit probleem oplossen, door de jongens die klieren, vooral dus het trio, te bestrijden. Ze gaan met hen vele conflicten aan. Deze conflicten eindigen vrijwel steevast in het apart zetten van deze jongens. Deze manier van werken heeft op korte termijn enige schijn van rust tot gevolg, doch op lange termijn een groepsklimaat, dat bijna volledig door deze conflicten is getekend.

2. GROEPSKLIMAAT, CONTACT EN CONFLICTEN

Het groepsklimaat, dat in De Apenrots werd aangetroffen, is uitvoerig bestudeerd aan de hand van vier maanden logboek: van september t/m december. Toen de stagair en ik eind november met het team kennis maakten, vroeg het team om ook achteraf hun logboek te bekijken. Zij hadden het vage gevoel, dat er in het begin van het groepsjaar al iets mis was gegaan

Een aantal kenmerken van deze groep is hierboven al aangegeven. Bijvoorbeeld de onrust, die meer en die anders was dan de leeftijd-eigen vorm van onrust. Het moest iets te maken hebben met de manier van werken van het team, met de manier waarop zij conflicten opriepen, aangingen en met de manier waarop zij er mee omgingen. Die was zo, dat de conflictmatige onrust tenslotte het hele klimaat kenmerkte: een vicieuze cirkel waar het team zich in vast voelde zitten. Laten we proberen, die cirkel te

 

[Blz. 30] 

schetsen en verbanden te ontdekken tussen de manier van omgaan met conflicten en het klimaat van de groep. De belangrijkste punten uit die analyse, die door het team als 'juist' en 'herkenbaar' werd genoemd, staan hieronder kernachtig samengevat.

a. De contactkloof

De manier waarop een groepsleider pal na zijn dienst in het overdrachtsboek schrijft, geeft vermoedelijk zijn beleving weer van wat hij al werkend meemaakte. Uit de manier van schrijven nu, vier maanden lang, kwam een grote afstandelijkheid op mij af. Het gedrag van de jongens werd beschreven in bewoordingen waaruit geen enkel respect voor de jongens valt te lezen. Het wemelt van termen als: "de hele club, het hele zaakje, de hele meute; de heren, meneer moest zo nodig..., gladaal, aansteller, smoelwerk, zeikerig", om er maar enkele te noemen. In al die maanden staat er niets aardigs over ze in. Nauwelijks ooit een weergave van hun beleving of een zoeken daarnaar. Gedrag wordt gezien, naar het signaal daarachter wordt niet gezocht. Zelfs hele vitale, lijfelijke signalen als: honger hebben, ziek zijn, je beroerd voelen lijken niet herkend te worden. Juist rond die lijfelijke zaken spelen zich dan ook veel conflicten af.

b. Meer oppasser dan verzorger

Het team legde zeer veel energie in hun rol als 'oppasser'. Dit ging ten koste van hun rol als verzorger. Bij het vervullen van die rol van oppasser gaf zij de bewoners weinig autonomie. Het logisch gevolg was: verzet vanuit de bewoners, opgeroepen door de werkwijze van het team.

c. De jongens onderling

Dat jongens: die met elkaar in een groep moeten leven, ook met elkaar relaties aangaan, is door de groepsleiding op de een of andere manier niet gezien als een logisch gevolg van het werken in leefgroepsverband. Het is beleefd als een lastig iets en het is niet begeleid.

In combinatie met bovenstaande kenmerken had dit tot gevolg, dat er een bepaalde groeps-structuur ontstond, namelijk een groep waarin die jongens die het sterkste waren én die zich het sterkste tegen de leiding verzetten, de informele leiders van de groep werden: het trio.

Het team beschrijft herhaaldelijk, dat zij geen oog hebben op wat er achter de schermen gebeurt onder de jongens, als bij een stofwolk. Nu en dan zag je wel de neerslag van die wolk: een groepsstructuur gebaseerd op de macht van de sterkste, op onderlinge bedreiging, geheimen en delinquente normen en daden.

 

[Blz. 31] 

d. De bestrijding van het trio

'Bestrijding' is het woord, dat de werkwijze kenschetst. Het team voelt zich staan 'tegenover' de drie 'voor' 'de rest', vaak 'de positievelingen' genoemd. Het gevolg is, dat het trio zich sterker dan ooit met elkaar verbonden voelt en zich feller en sterker verzet: deze werkwijze versterkt datgene wat zij wil bestrijden.

e. Het omgaan met conflicten

De onrust wordt bestreden door conflicten aan te gaan. Die conflicten eindigen bijna steeds met het uit de groep sturen van jongens, dus met een als tijdelijk bedoelde contact-breuk.

De afloop hiervan is steevast, dat de onrust soms wel even uit de groep verdwijnt, maar zich even vaak verplaatst naar boven.

En altijd komt de onrust terug. Op korte termijn enig schijnbaar effect, op lange termijn een groepsklimaat dat getekend is door conflictmatige onrust en langdurige en bijna collectieve contact breuk.

Het team gaf begin januari aan, zo niet verder te kunnen werken.

In termen van onze praktijktheorie, zoals die in de voorgaande hoofdstukken is geschetst, kunnen we nu aangeven hoe zo'n vicieuze cirkel in elkaar zit én, wat belangrijker is, hoe je er uit kunt komen.

Nabijheid in een leefgroep is mogelijk als de mensen elkaars boodschappen verstaan: als er contact is. Zo niet, dan is de verplichte nabijheid in een leefgroep moeilijk uit te houden: er ontstaat geen samen-zijn; botsingen, wrijvingen en conflicten komen op, vooral rond de zorg voor het lijf en rond de eigenheid (autonomie) van de bewoners. De boodschappen worden met versterkte kracht uitgezonden. Worden die opnieuw niet verstaan en niet beantwoord, dan is verzet en dus nieuwe conflicten het gevolg. Als ook die conflicten met contact-breuk worden beantwoord, loopt een leefgroep vast. Zo kán het niet.

We zien de cruciale rol die het omgaan met conflicten heeft in het werken aan het groepsklimaat.

[Blz. 32]

3. HET ADVIES

Op grond van de in De Berenberg opgedane inzichten is aan het team van De Apenrots mondeling op 5 januari, en schriftelijk in de notitie van eind januari het volgende advies gegeven.

"1. Anders met conflicten omgaan, en wel zo, dat het contact niet verbroken, maar verbeterd wordt.

2. De contact-kloof overbruggen door op zoek te gaan naar de belevingen van de jongens, deze trachten te herkennen en dit aan hen overseinen.

3. Meer respectvolle aandacht voor de relaties tussen de jongens en hen hierin helpend begeleiden."

 

Bij het eerste advies is een werkpapier bijgevoegd, waarop (in de toenmalige versie) bijeen gezet was, wat er in de Berenberg was ontdekt over de omgang met conflicten: een kortere versie van de laatste paragraaf van het vorige hoofdstuk.

Hoe werkte dit uit?

Hoe bruikbaar was deze praktijktheorie? Welke invloed had dit op het groepsklimaat van De Apenrots? Hiervan zullen wij in het volgende hoofdstuk verslag doen. Nu nemen we even ruimte voor een intermezzo, waartoe de vele beschrijvingen van conflicten in De Apenrots ons in staat stellen.

4. PATRONEN IN CONFLICTEN,

Het logboek van de Apenrots bevat talrijke beschrijvingen van conflicten. Zit er nu een patroon in het verloop van conflicten? Is er enig feitelijk verband tussen de manier waarop de groepsleiding de situatie aanpakt en hoe het afloopt?

Uit de vele beschrijvingen zijn er 90 gelicht, waarvan het conflictverloop te lezen is. Daaruit zijn de 36 uitvoerigst beschreven situaties gekozen. Deze zijn representatief voor de conflicten in de Apenrots. Het gaat om vijftien conflicten tussen jongens onderling, tien tussen groepsleiding en jongens en elf conflicten tussen groepsleiding en 'het trio'.

 

[Blz. 33] 

Deze laatste elf uit de maand januari, de overigen uit de maanden september t/m januari. Conflicten dus zowel voor als na de verandering die vanaf januari plaats vond.

Nu kun je een lang verhaal over een jongen die zit te klieren, naar zijn kamer wordt gestuurd en vervolgens boven de wasmanden gaat omkieperen, in iets abstractere termen samenvatten als: "In een klier-situatie gebruikt groepsleiding een machtsmiddel, waarna het conflict zicht elders voortzet." Door ook die samenvattingen weer op iets abstracter niveau te groeperen, kun je lijnen trekken tussen wat groepsleiding doet en hoe het afloopt. Die lijnenpatronen heb ik uitgetekend en vervolgens weer gegroepeerd. Zo ontstond de tekening die [op de volgende bladzijde > op een aparte pagina] is afgedrukt. Martijn heeft de abstracte begrippen weer concreet ingetekend.

Patronen in 36 conflictbeschrijvingen uit 'De apenrots'

[Blz. 35] 

Links staat wat groepsleiding deed, rechts hoe het afliep. We lopen de lijnen even langs. Die lijnen zijn heel precies getekend: hoe dikker de pijl, hoe vaker dit gebeurde.

Eerst de gestippelde lijnen. Die geven aan, wat er gebeurde nadat groepsleiding van haar overwicht gebruik had gemaakt. Onder 'machtsrmiddelen' zijn begrepen:

het apart zetten of naar kamer sturen van een jongen,

lichamelijk overwicht,

dreigen met overplaatsing

en dergelijke.

 

Onder 'eenzijdig commentaar' is bedoeld dat groepsleiding en/of jongens hun mening of commentaar geven, zonder dat het tot een gesprek over en weer komt.

We zien nu, dat deze manieren van aanpakken niet leiden tot oplossing van conflicten, wél tot escalatie (uitbreiding) van het conflict of tot een tijdelijke stilstand ervan.

Dan de gebibberde lijntjes. Die starten bij de 'nul-reacties' van de groepsleiding: afwachten, laten gaan, nuchter reageren. We zien dat dit niet tot escalatie leidde, maar ook niet rechtstreeks tot oplossing van het conflict.

Tenslotte de zwarte lijnen. Die starten bij 'communicatie- en contactbevorderende werkwijzen', waaronder begrepen zijn: het uitpraten, samen iets doen en dergelijke wederzijdse vormen van communicatie. Die leidden niet tot escalatie en wel tot oplossing of tot rust voor het moment.

In het vakje 'communicatie en beweging in de groep' zijn die gebeurtenissen gevat, waarin de jongens vooral op elkaar reageren en met elkaar bezig zijn, al dan niet pratend. Dat is vaak een tussen-fase tot conflictoplossing.

We zien ook, d,at je de rust voor het moment, misschien met macht afgedwongen, kunt gebruiken om naar de oplossing toe te werken. Machtsmiddelen kunnen niet meer dan deze tijdelijke rust scheppen; het zijn alleen de communicatie- en contactbevorderende manieren van werken die tot conflictoplossing leiden.

Deze feitelijk aangetroffen verbanden (in De Apenrots) bevestigen precies het stukje theorie, dat hierover (in de Berenberg) is opgesteld.

Tenslotte nog een gegeven uit deze analyse van patronen, dat niet in de tekening is weergegeven: Als groepsleiding zélf in conflict met een jongen was, greep zij relatief vaker naar machtsmiddelen; als jongens met elkaar in conflict waren, werd er eerder communicatie-bevorderend gewerkt.

Ik stip nog even aan, dat het de twee-zijdige communicatie is, die oplossend werkt. Dat geeft aan, hoe belangrijk het is, naar de bewoners te luisteren, juist in conflicten; juist als zij ons dingen te zeggen hebben die ons, wijze hulpverleners, helemaal niet zo uitkomen.

Vorige Start Omhoog Volgende