Vorige Start Omhoog Volgende

HOOFDSTUK VII: DE EISEN VAN DE MAATSCHAPPIJ

[Blz. 54]

1. DE TOEKOMST STELT EISEN

Het is nu wel leuk om een nestje te bouwen waar de bewoners zich in thuis voelen, maar eens zullen zij toch uit het nest moeten vliegen. En dan? Precies die vraag is voor het team van Het Leeuwenbos een erg belangrijke. De jonge leeuwen zullen zich in de jungle van de samenleving moeten kunnen handhaven. Vaak immers hebben zij nauwelijks iemand om op terug te vallen. Daarop zullen zij moeten worden voorbereid. Hoe? 

Dit vraagstuk is van belang en heeft ook alles te maken met het stellen van eisen, hetgeen weer neer kan komen op het omgaan met conflicten. Uiteraard hebben ook de teams van de andere groepen met bewoners van boven de 16 jaar zich deze vraag gesteld: de Berenberg en het Mezennest. Het antwoord erop viel in ieder der groepen anders uit.

In de Berenberg is "toewerken naar eigen verantwoordelijkheid" het sleutelwoord. In het Mezennest waren "leren leven met je problemen", "zelfstandigheid" en "perspectief hebben" (ofwel: een plek zoeken) de sleutelwoorden. De meisjes losten dit probleem overigens zo op, dat zij allen een vriend hadden of minstens naar een vaste vriend streefden. In hun ogen en hun hart was hun toekomst aan die vriend gekoppeld.

In deze beide groepen zijn ook situaties geanalyseerd, waarin de bewoners eigen verantwoordelijkheid lieten zien. De conclusie hieruit was in beide groepen markant en eensluidend, namelijk: 

De bewoners laten zelf-verantwoordelijkheid zien en ze zijn ertoe in staat. Echter: ze lijken het (nog?) niet de moeite waard te vinden dit voor zichzelf op te brengen. Zij doen het ook niet voor 'n groepsleider, alleen maar voor HUN groepsleider. Die moet daaraan dan ook appelleren en moet het vooral zien en bevestigen.

Groepsleiderschap is, wij zeiden het al in andere bewoordingen, een persoonsgebonden vak.

Hoe is nu in Het Leeuwenbos met dit vraagstuk gewerkt en welke bijdrage geeft dit aan onze theorie in opbouw? Nu (nu ik dit schrijf) nog geen definitieve: het project loopt daar nog en de conclusies hebben nog rijpingstijd nodig. We kunnen wel enkele aspecten bespreken. 

 

[Blz. 55] 

2. HET LEEUWENBOS

Voorbereiding op de toekomst is voor het team van Het Leeuwenbos belangrijk. De nadruk ligt op woorden als: 'ruggengraat' , 'activiteit' en 'normen en waarden': Men probeert de jongens sterk te maken voor de harde maatschappij, actief in het oppakken van de kansen die er ook voor hen vast nog wel liggen. 

Van dit laatste zijn niet alle jongens steeds overtuigd, maar het team ziet nog wel kansen als ze tegen een stootje kunnen en zo nodig tegen hun verlies kunnen, niet bij de pakken neerzitten zogezegd.

'Sportiviteit' is het woord, dat iets van het klimaat in deze groep uitdrukt. Naar school gaan is ook een belangrijk punt.

En wat betreft de normen en waarden: die zijn er nu eenmaal en je moet toch leren je daaraan te houden. Het punt is alleen, dat de vier teamleden er elk zo hun eigen normen- en waarden-stelsel op na houden en dat deze aardig van elkaar verschillen. Ook de manier waarop zij daar mee omgaan, verschilt nogal, zodat we verschillende patronen van het omgaan met eisen in werking zien.

Ook dat het een mannengemeenschap is, lijkt de groep te typeren. Op de een of andere manier lukte het leidsters niet goed in dit team te functioneren. De omgang heeft ook iets mannelijk-kameraadschappelijks. De jongens "hangen aan hun groepsleiders", aldus de 'foto', en de groepsleiders gaan volgens hun eigen woorden "gewoon en spontaan" met de jongens om. Er is een gevoel van eenheid, "zelfs wat gezinsachtig", aldus het team.

Ook hier vond enige ontmaskering plaats van het redelijk fraaie beeld van de groep.

3. EEN MAATSCHAPPIJTJE IN HET KLEIN ?

Ergens in de maatschappij leefde een jongen van 16 jaar, tenger, weinig weerbaar, de Nederlandse taal niet goed machtig en niet ver gevorderd in het onderwijs. Voor hem wordt ('dus') een plekje gevraagd in het Leeuwenbos. Wat zegt het team op deze aanvraag? 

Lb 26/4 Opnamebespreking

"Deze jongen lijkt niet weerbaar genoeg om zich in deze groep te kunnen handhaven. Hij wordt ook degene met de minste opleiding. Hij gaat erg moeilijk om met de Nederlandse taal. Hij is vrij tenger voor zijn leeftijd, en de groep is erg anti-gastarbeider. Dit komt allemaal op hem af." 

[Blz. 56 

Het team beschrijft de groep hier dus als een groep, die het weerlozen, tengeren, zwak opgeleiden en buitenlanders wel erg moeilijk maakt, zo moeilijk dat ze er maar beter niet kunnen zijn.

Met andere woorden: als een maatschappijtje in het klein. Precies dezelfde krachten in de maatschappij die er voor zorgen dat er jeugdigen in een internaat belanden, worden hier genoemd als eigenschappen van een leefgroep in zo'n internaat. Een goede leerschool voor de maatschappij? Of toch niet zo goed?

Nieuwe jongens in deze groep blijken in het begin bang te zijn voor sterkeren in de groep. Er is een duidelijke volgorde van sterk naar zwak, die ieder kent.

Lb 7/12 Teambespreking:

"Dat rijtje is zo duidelijk bekend hier. Dáárom is 't hier zo rustig. De sterksten zijn gewoon de baas."

Groepsleider Ivo maakt een gebaar met zijn vuist en zegt: 
"Je ziet dat gebeuren, zó; daarmee worden de zwakkeren gecorrigeerd door de sterkeren."

Zijn collega Hanke reageert direct met: 
"Ja, en hoe gaan wij met de jongens om? Zulke gebaren maken wij ook!"

En Kees: 
"Als wij met de jongens stoeien laten we ook onze kracht voelen. Zo van: "Wij zijn écht de sterksten:"

De wetten van de jungle dus. Het team twijfelt vervolgens aan de juistheid van deze werkwijze en wil op zoek naar een andere, een waarin ook de zwakkeren aan bod komen.

4. HET OMGAAN MET REGELS

Moet ieders radio 's avonds op een vastgesteld tijdstip uit? Mogen de jongens een meisje op hun kamer ontvangen?

Ziehier twee concrete voorbeelden uit het Leeuwenbos. De jongens brachten deze vragen in in het groepsgesprek en vroegen een duidelijk antwoord van het team. Maar ieder van de vier teamleden dacht daar anders over, elk vanuit zijn eigen leefwijze, leeftijd, opvoeding en mensvisie. Hoe ga je dan om met zulk soort regels?

Meer dan een aanzet tot antwoord kunnen we hier niet geven; het proces loopt nog.

Het team had de groep eigenlijk geen duidelijk antwoord kunnen geven, vanuit hun aarzeling om de verschillen tussen de teamleden duidelijk aan te geven en bespreekbaar te maken. (Al mag je aannemen dat de jongens vanuit hun omgang met hun leiders die verschillen precies kennen, zeg ik dan).  

[Blz. 57] 

Lb 2/11 teambespreking (regels)

"Het probleem is, in zo'n groepsgesprek: je wilt je collega niet afvallen. Die collega wil jou ook niet afvallen en het komt erop neer dat ieder in het vage blijft." (...)

Groepsleider Ivo: 
"Algemene regels zijn toch wel fijn, ze werken fijn. Ik voel me er zelf veiliger bij: er is duidelijkheid, continuïteit, prettige dingen toch vind ik. En er zijn ook nog normen en waarden die je zo overbrengt."

Regels en hoe je ermee omgaat hebben met jezelf te maken. Zijn algemene regels ook zo goed voor de bewoners; zijn ze wel zo werkbaar? 

Laten we even op de andere groepen terugzien:

In De Berenberg werden vaste en algemeen geldende regels strijdig bevonden met het toewerken naar eigen verantwoordelijkheid van de jongens; ze zijn daar tot een minimum beperkt. 

Vanuit De Apenrots hebben we al gesproken over de ándere vorm van duidelijkheid (Zie hoofdstuk V § 4). 

En in Het Mezennest was het zo dat er aanvankelijk alleen maar uitzonderingen waren en geen regels. We kwamen daar tot het besef dat er toch eens eisen en grenzen gesteld moesten worden, echter zonder de warm-persoonlijke sfeer aan te tasten. 
De oplossing werd daar gevonden in een absoluut minimum aan algemeen geldende regels en een aantal individuele afspraken die per bewoner verschilden en die in overleg met de eigen mentor (een der teamleden) werden gemaakt.

 

Klaverblad, geen cirkel

Vanuit die ervaringen kwamen we in het Leeuwenbos tot het laten vallen van het idee, dat een team er uit moet zien als een cirkel, waaraan alle individuele verschillen zijn gladgestreken. Nee, een team kan beter lijken op een klaverblad: vier personen die van elkaar verschillen mogen, maar die wel verbonden zijn.

Ieder teamlid kon toen zijn eigen opvattingen aangeven. Zeer snel kwamen we toen tot enkele gemeenschappelijke normen en het open laten van de precieze invulling daarvan: dat is een zaak van de betrokkenen op dat moment: de groepsleider die dan dienst heeft en de jongen(s) die het betreft. (Het Leeuwenbos kende geen mentorensysteem) .

Volgens de gangbare opvattingen in vele Nederlandse tehuizen zou dit tot een chaos moeten leiden. Gebeurde dit? Neen.

Dezelfde dag is een en ander voorgelegd aan de jongens in het groepsgesprek. De jongens vonden het een heel logische regeling. 
Vielen zij als leeuwen aan op het stukje vrijheid dat zij proefden? Neen. ("Wat denk je wel, we duiken heus niet met de eerste de beste de koffer in") 
Kreeg de 'strengere' groepsleider (Ivo) het heel moeilijk? Neen. De jongens reageerden onmiddellijk met milde humor op Ivo ("Natuurlijk kan die dat niet goed vinden.") Ze wezen hem absoluut niet af. Een sfeer van 'Hij mag zijn wie hij is.'

 

[Blz. 58] 

De regeling bleek heel werkbaar: er waren minder conflicten, en die er wel waren, bleken oplosbaar. Een onverwacht resultaat was nog dat de jongens, horend dat meisjes eerst in de huiskamer ontvangen zouden worden, met "Dan mogen we het hier wel eens wat gezelliger gaan maken!" reageerden.

De gangbare theorie van "gelijke monniken, gelijke kappen" gaat niet op; 

de monniken zijn namelijk niet gelijk. Welke theorie dan? Wellicht deze: 

Het uitdragen van normen en het stellen van eisen is een aspect van opvoeding. Opvoeden nu is een persoongebonden gebeuren. Dat geldt ook voor beroepsopvoeders in tehuizen.

Eisen die je stelt als lid van een cirkelachtig team worden ontdoken en leveren moeilijk oplosbare conflicten op; je wordt dan geprovoceerd tot het laten zien van je eigen gezicht én je eigen grenzen.

Eisen die je als persoon stelt, als lid van een klaverbladachtig team, komen over en worden eerder gerespecteerd. Ze leveren ook conflicten op, maar oplosbare. Omdat ze namelijk tussen personen plaats vinden en dus via communicatie en contact oplosbaar zijn. 

"De groepsleider" en "de bewoner" bestaan niet en kunnen niet communiceren, laat staan contact hebben. Groepsleider Ivo en de jongen Ben kunnen dat wel. 

Als je volgens het cirkelmodel werkt kom je al snel als team tegenover je groep te staan. De groep gaat zich dan ook als een cirkel of "één blok" gedragen. In het persoonsgebonden model kun je (deze gedachte stamt uit de Berenberg) naast de jongen gaan staan en samen gaan kijken hoe je de eisen van de maatschappij en de toekomst, die op jullie beiden afkomen, waar kunt maken en welke vorm van hulp daar eventueel nog bij nodig is. 

5. HOE KUN JE EISEN STELLEN ?

Twaalf beschreven situaties uit het Leeuwenbos zijn bestudeerd met als vraag: Zijn er wellicht feitelijke verbanden tussen de manier waarop een groepsleider een eis stelt en hoe het dan afloopt? Na het samenvatten van de gebeurtenissen in iets abstractere termen en het groeperen daarvan bleken er twee hoofdpatronen voor te komen:

Patroon1:

De groepsleider stelt zijn eis vrij snel en direct, vaak gemotiveerd met zijn mening en vaak met enige boosheid. Het kan dan twee kanten op vallen: 

 

[Blz. 59] 

Óf de jongen voldoet nogal boos aan de eis daarna trekt de jongen zich vaak bozig terug, 

óf de jongen doet het niet en trekt zich ook bozig terug. 

 

Dit is fase een. Later op de dag komt er een fase twee: er wordt uitgepraat of nagepraat en het contact wordt hersteld, boosheid vloeit af.

Teneinde het eten wat minder 'jungle-achtig' te laten verlopen, besluiten groepsleider Hanke en de stagiair Servaas Peelen dit maar meteen aan te pakken:

Lb 26/4 (De maaltijd)

"We wilden proberen dit vanmiddag minder rommelig te laten verlopen door het zelf opscheppen van de soep, door het eten in dekschalen te doen, het meer zelf in hand te nemen en ook de gangen (soep, eten, dessert) niet door elkaar te laten lopen. (...)

De jongens reageerden heel verrast en daarna kwaad. Ik (Servaas) zat bij Ben, Carl en Ron aan tafel. Ben werd kwaad: hij wilde 'vreten zoals het hem uitkwam' en daar had niemand iets mee te maken. 

Toen ik zei dat ik daar anders over dacht en dat eten bij mij geen race is van wie het eerst komt, het eerst maalt, ging hij bij Sim, Freddy en Coen aan tafel zitten.

In vergelijking met andere keren verliep het eten best minder chaotisch. Ik denk wel dat het misschien wat veel in een keer was voor de groep en dat we dat soort dingen eens moeten doorpraten om daar meer samen met de jongens mee om te gaan. Voor François werd het tijdens het eten een beetje veel. Hij stond op en verliep de groep."

"Vanavond (nu schrijft groepsleider Hanke) nog even met Ben gepraat over het eten. Hij begon hier zelf over door te vertellen dat hij met Servaas had gepraat. Hij was hier opgelucht over. ( ...)

Ik voelde me opgelucht dat we er doorheen zijn gegaan, daar dit volgens mij echt nodig was. Ik geloof ook dat de jongens hebben begrepen wat we bedoelden. 's Avonds begonnen ze er met elkaar nog over te praten. Heb mezelf afzijdig gehouden."

Patroon 2:

De groepsleider stelt de eis niet meteen, maar wacht even het juiste moment af. Dit moment kan achteraf liggen, maar ook vóóraf. Dan zorgt hij er éérst voor het contact te leggen of te herstellen, en komt dan pas met zijn eis. En wel in een bepaalde vorm, namelijk die van een open vraag. Dat wil zeggen een vraag die ruimte laat voor meerdere antwoorden, inclusief een 'neen'; zo in de trant van: "Hoe moet het nu verder?" of "Hoe lossen we dat nou op?" Of hij verwijst enigszins indirect of subtiel naar de eis (als die overtreden is). De afloop is dan dat de jongen zijn mening geeft, de eis (soms enige tijd later op de dag) aanvaardt en eraan voldoet. 

[Blz. 60]

Lb 18/9 (Glaasje op) 

Groepsleider Ivo heeft dienst. Zijn verslag: 

"Norbert en Victor wilden naar een feestje. Dat was voor mij wel goed, met de afspraak erbij dat ze niet te veel zouden drinken, want ze hadden bij het voorbereiden al van alles gehad. Dat was goed.

Ze kwamen keurig op tijd terug, alleen Victor was goed aangeschoten. Samen met hen naar boven gegaan. Toen maar niet te veel op ingegaan (had dan toch geen effect). Norbert vertelde mij, dat Victor twee keer van zijn fiets was gevallen en dat, als hij er niet bij geweest was, Victor niet meer was teruggekomen. 's Morgens vroeg ik aan Victor hoe hij het gehad had. Hij zei dat hij het heel gezellig had gehad, maar doordat hij eerst bier en daarna wat anders had gedronken, was hij dronken geworden. 

herinnerde ik hem aan onze afspraak. Hij vond het wel jammer dat het zo gelopen was, maar ja, het was ook zo gezellig. Wel zou hij er de eerstkomende tijd wel voor oppassen, ook wanneer het gezellig is."

Ook zijn er voorbeelden, waarin de groepsleider start in patroon 1, vastloopt in dat conflict en vervolgens als in patroon 2 te werk gaat. Dat kan blijkbaar.

Voor de volledigheid vermeld ik nog een derde patroon, dat de lezer al bekend is vanuit Het Mezennest; dat speelde vooral rond het probleem van de afwas, die maar bleef liggen:

Patroon 3

Groepsleider stelt de eis niet. Hooguit doet hij beleefd (doch in toenemende mate geïrriteerd van binnen) een verzoek. Dat loopt dan vaak zo af, dat de eis (de afwas) blijft liggen, en dat tevens het contact een poosje verbroken is. Opvallend is met name, dat het na het zoveelste beleefde verzoek ook niet meer goed mogelijk is die afwas met het meisje samen te doen: zij wil dat dan niet: Nabijheid is niet goed mogelijk zonder contact, en door een conflict te ontwijken verbreek je het contact net zozeer als door het conflict op de verkeerde manier aan te gaan. 

Dit patroon is in Het Leeuwenbos niet te vinden in het logboek.

Leggen we nu de afloop van deze patronen naast onze doelstellingen. 

We willen dat er aan bepaalde normen en eisen voldaan wordt, maar wel zo, dat het contact gehandhaafd blijft en de sfeer leefbaar. Dan verdient patroon 2 als werkwijze duidelijk de voorkeur.

We kunnen dat heel kort ook zo zeggen:

1. Denk voor je een eis stelt even snel na óf je de eis kunt stellen, of je hem nu kunt stellen en hoé je hem stelt.

2. Leg of herstel éérst het contact en kom pas dán met je eis.

 

[Blz . 61]

Maar... patroon 2 is niet altijd mogelijk. Soms kun je je eis niet uitstellen tot een gunstiger moment. Je kunt dan zó in een conflict rollen volgens patroon 1. In dat geval is er nog de mogelijkheid om onderweg over te schakelen op patroon 2, bijvoorbeeld in de tweede fase, bij het contactherstel. Voor het groepsklimaat lijkt dat niet schadelijk.

Wel schadelijk bleek het alsmaar werken in patroon 3 (Het Mezennest) en het vrijwel uitsluitend werken in patroon 1 (De Apenrots). Als patroon 2 je basis-manier van werken is, kan een fiks conflict heus geen kwaad.

Zelfs is het zo (en dat bleek uit de analyse van gebeurtenissen zowel in het Mezennest als in het Leeuwenbos) dat het moment van emotionele confrontatie noodzakelijk kan zijn om het gesprek erover (fase 2) basis, inhoud en diepte te geven. Het is goed om elkaar tegen te komen, al is het niet altijd leuk.

6. NOGMAALS: KWAAD WORDEN

In allerlei manieren om goed met conflicten om te gaan zit een cruciaal moment, en dat kan een heel moeilijk moment zijn. Ik bedoel het omgaan met je eigen kwaadheid. In de woorden van de werkers van het Leeuwebos:

Lb 20/9 Teambespreking (kwaadheid)

Bert (coordinator): 
"Bij een conflict kom ik op m'n grenzen. Dan word ik benauwd, angstig en sluit me af. Ik laat me dan niet raken en wil alleen nog maar mijn norm kwijt naar de jongen. Dan wordt het een machtsstrijd en is het contact weg."

Servaas (stagiair):
"Ik word nogal eens té kwaad of te gauw kwaad. Ivo: Soms zit ik hup, op de kast en is m'n vechtlust wakker.
Soms suddert het weken voort totdat... Ineens is het dan zover dat de bom barst."

Ivo:
"Een conflict loopt bij mij in twee fasen: In de eerste ben ik gewoon dicht voor de ander, ik ben dan alleen maar zender en de jongen mag alleen ontvanger zijn. Later kom ik erop terug, leg ik uit."

( ...)

Servaas:
"Als ik kwaad ben, verhindert dat mij om open te staan voor de ander. Ik ga dan de fout in, maar compenseer dat door andere dingen op anderen momenten."

Wat hebben we tot nu toe ontdekt over het kwaad worden, over het om gaan met je eigen kwaadheid?

Gegeven is het feit dat je om kwaad worden toch niet heen kunt in dit vak. Ontdekt is ook dat deze vorm van emotionele confrontatie heel vruchtbaar en zelfs noodzakelijk kan zijn -- mits ... je goed met je eigen kwaadheid om kunt gaan. Daartoe zijn twee mogelijkheden naar voren gekomen: 

[Blz. 62]

1e. Krop niet op en uit je kwaadheid tijdig, zodat het volgende nog kan:

2e. Uit je kwaadheid zorgvuldig. Dat wil zeggen: in de vorm van een ik-boodschap  waarin je je grenzen aangeeft als jouw grenzen op dit moment.

Ik weet niet of dit voldoende is om dit moeilijke punt door te komen. Wellicht dat juist op dit punt nog een bijdrage van de lezer en van de huidige en toekomstige aan dit project deelnemende groepsleiders zou kunnen komen.

Vorige Start Omhoog Volgende